Winkel van Sinkel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Winkel van Sinkel is een Nederlandse winkel en gebouw. Hoewel de winkel begon als een stoffenzaak in Amsterdam en na uitbreiding de eerste warenhuis ontstond zou het latere winkelgebouw in de stad Utrecht de naam echt vestigen. De winkel was namelijk nog een stuk uitgebreider en breder in assortiment dan de oorspronkelijke winkel in Amsterdam. Het warenhuis, waar van alles te koop was, Winkel van Sinkel is dan ook een algemene term geworden voor een winkel waar alles te koop is.
Inhoud |
[bewerk] Amsterdam
In de eerste helft van de negentiende eeuw waren er opvalend veel Duitse stoffenhandelaren die hun heil in Nederland zochten. Personen als Clemens en August Brenninkmeyer (C&A), Cloppenburg (P&C) en Kreymborg kwamen vanuit Oldenburg of Westfalen naar Nederland, waar zij als eenvoudige marskramers begonnen en later gerenommeerde bedrijven vestigden. In 1821 begon Anton Sinkel, die in 1785 geboren werd in het Duitse Cloppenburg, een stoffenzaak op de Nieuwendijk 174 in Amsterdam. Sinkel breidde weldra zijn zaak uit met het pand ernaast op nummer 176, en ook elders in de stad had hij vestigingen. Toen de zaken goed liepen, opende hij ook filialen in Leeuwarden, Rotterdam, Leiden en Utrecht.
[bewerk] Utrecht
In 1834 kocht Sinkel de gebouwen van het voormalige Sint-Barbara- en Sint-Laurensgasthuis aan de Oudegracht bij de Bezembrug te Utrecht. Hij was van plan na het slopen van dit pand en aangrenzende panden, hier een groot warenhuis te laten bouwen. Toen de bouw op zich liet wachten, klaagde men over het gat op de Oudegracht. De gemeenteraad maande Sinkel tot spoed of anders het terrein zowel aan de grachtzijde als aan de Neude met een muur af te zetten.
Ontwerper van het nieuwe pand aan de Oudegracht en van het koetshuis aan de Vinkenburgstraat was de Rotterdamse stadsarchitect Pieter Adams (1778-1846). Ten behoeve van het gebouw van de Winkel van Sinkel in Utrecht had Sinkel vermoedelijk in Engeland het idee opgedaan om de voorgevel te sieren met zuilen in de vorm van kariatiden (vrouwenbeelden). Deze vier zware, gietijzeren beelden waren in Engeland gegoten en werden spottend de Britsche hoeren genoemd. Toen de bouw eindelijk begon, trok deze voorgevel daarom sterk de aandacht. Bij de aanvoer van de beelden, die per schuit gebeurde, ging overigens iets mis. Tijdens het ophijsen van een der beelden op 9 september 1837 brak het bovenste gedeelte van de stadkraan aan de werf af en viel met beeld en al in het water. De stadskraan was hierdoor zo beschadigd dat besloten werd hem af te breken. Tot op de dag van vandaag is op de werf voor de Winkel van Sinkel nog aangegeven waar deze kraan heeft gestaan. Van deze gebeurtenis is toen zoals gebruikelijk in die tijd een spotvers gemaakt om het verhaal door te kunnen vertellen:
- Had reeds het Instrument
- Van ouds genaamd de kraan
- Ten dienste dezer stad
- Twee eeuwen lang bestaan
- Maar moest, schoon sterk genoeg
- Om half Schiedam te ligten
- Voor een gegoten beeld
- In deze dagen zwichten
- O, kinderen van de kraan
- Wat werk hebt gij begonnen
- Zie nu, een Britsche hoer
- Heeft kraantje overwonnen
Hoe het beeld uiteindelijk weer uit het water is gekomen vertelt het verhaal helaas niet. Behalve de vier kariatiden zijn op de gevel trouwens nog vier gietijzeren figuren geplaatst als symbolen voor de koophandel, de voorzichtigheid, de zeevaart en de hoop.
Op 6 mei 1839 werd de Winkel van Sinkel geopend. Hoewel het in de eerste plaats een manufacturenzaak was zonder zelfbediening, wordt de winkel wel gezien als het eerste warenhuis van Nederland en er was dan ook van alles te koop. Sinkel heeft als reclame-uiting toen het welbekende versje bedacht:
- In de Winkel van Sinkel
- Is alles te koop.
- Daar kan men krijgen:
- Mandjes met vijgen,
- Doosjes pommade,
- Flesjes orgeade,
- Hoeden en petten
- En damescorsetten
- Drop om te snoepen
- En pillen om te poepen
Na het overlijden van Sinkel in Amsterdam op 22 januari 1848 nam een medewerker, Anton Povel, de zaak over. De firma Sinkel hield in 1912 op te bestaan, nadat het pand in 1898 was opgekocht door Vlaer en Kol. Deze laatste firma ging in 1977 op in de Amrobank.
Tegenwoordig staat het pand bekend als "Cultureel Culinair Warenhuis". Naast een functie als grand café/restaurant kan er in de weekenden gedanst worden tijdens de clubavonden en is er elke tweede zondag van de maand een salsamatinee. Ook vinden er regelmatig culturele activiteiten plaats, bijvoorbeeld tijdens de Culturele Zondagen.
Het pand van Sinkel op Nieuwendijk 174-176 in Amsterdam is tegenwoordig heel toepasselijk in gebruik als vestiging van de HEMA. Op diverse plaatsen in Nederland kan men de benaming Winkel van Sinkel nog tegenkomen. In Hoogkarspel bijvoorbeeld is het de naam van een tweedehandswinkel.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|
Jellie van der Meulen, 'De Winkel van Sinkel in Utrecht', Maandblad Oud-Utrecht, jaargang 58 nr. 5 (mei 1985), pag. 193-199 |

