Anton von Arco auf Valley

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anton von Arco auf Valley als soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog

Anton von Padua Alfred Emil Hubert Georg Graaf von Arco auf Valley (Sankt Martin im Innkreis, 5 februari 1897Salzburg, 29 juni 1945) was de moordenaar van de Beierse premier Kurt Eisner op 21 februari 1919.

Anton von Arco auf Valley (ook geschreven Arco-Valley) droeg van vaderskant een adellijke titel maar zijn moeder kwam uit de Joods-Duitse bankiersfamilie[1] Toen hij zich eind 1918 of begin 1919 bij de Thule-Gesellschaft meldde als lid werd hij afgewezen, mogelijk vanwege zijn joodse afkomst. Wellicht was de moord op Eisner een poging deze afwijzing te compenseren en het Thule-Gesellschaft te bewijzen dat hij wel degelijk aan hun eisen kon voldoen en een 'echte Duitser' was. Zelf schreef hij dat hij Eisner wilde vermoorden omdat die een jood was.

Anton von Arco auf Valley handelde geheel alleen en schoot Eisner dood in een straat in München. Dit leidde tot represailles van links, waarbij enkele aristocraten omgebracht werden.

Na de moord op premier Eisner werd hij veroordeeld tot de doodstraf maar deze straf werd een paar dagen later omgezet in ‘eervolle gevangenschap’.In 1924 kreeg hij amnestie. Uiteindelijk werd de straf teruggebracht tot vijf jaar gevangenisstraf in Landsberg. Het justitiële apparaat van Beieren was uiterst conservatief en had sympathie voor Anton von Arco auf Valley. Zelfs de officier van justitie gaf hieraan uiting. Arco kreeg een ruime cel, die hij in 1924 aan Adolf Hitler moest afstaan. In 1925 werd hij vrijgelaten en in 1927 eindigde zijn proeftijd.

Anton von Arco auf Valley speelde verder geen politieke rol, maar werd door het naziregime als een held bejubeld. In 1934 trouwde hij met Maria Gabrielle Gravin von Arco-Zinneberg, een ver familielid, met wie hij drie dochters kreeg. In juni 1945 kwam Arco bij een verkeersongeluk in Salzburg om het leven.