De kleine kapitein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kleine kapitein
Auteur(s) Paul Biegel
Illustrator Carl Hollander
Land Vlag van Nederland Nederland
Taal Nederlands
Reeks/serie De kleine kapitein
Genre Jeugdliteratuur
Uitgever Uitgeverij Holland, Haarlem
Uitgegeven 1970
Medium Boek
Pagina's 127
ISBN-code 90-251-0184-4
Voorloper -
Vervolg De kleine kapitein in het land van Waan en Wijs
Vorige boek De zeven fabels uit Ubim
Volgende boek De twaalf rovers
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De kleine kapitein is een Nederlandstalige jeugdroman, geschreven door Paul Biegel en uitgegeven in 1970 bij Uitgeverij Holland in Haarlem. Het is geschreven voor kinderen vanaf 6 jaar. De eerste editie werd geïllustreerd door Carl Hollander. Het werk werd in 1972 bekroond met een Gouden Griffel, de hoogste prijs binnen de Nederlandse jeugdliteratuur.

Het verhaal verscheen eerder van 2 augustus 1969 tot 27 september 1971 als feuilleton in het blad Donald Duck, nadat hoofdredactrice Hetty Hagebeuk aan Biegel en Hollander daarom had gevraagd. Volgens Biegel was het idee van de kleine kapitein ontstaan nadat "[Hollander] zin had om bootjes te tekenen."

Er kwamen twee vervolgen, De kleine kapitein in het land van Waan en Wijs en De kleine kapitein en de schat van Schrik en Vreze.

Inhoud[bewerken]

De kleine kapitein is verworden tot een veelgebruikte naam voor allerlei aan kinderen gerelateerde zaken en instellingen. Deze basisschool in Amsterdam heet De kleine kapitein.
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Centraal in het verhaal staat een jongen die op het strand een schip maakt van onder meer een potkachel, een badkuip, een stoelpoot en een fietsketting. Als iedereen hem vraagt waar hij naartoe wil varen, zegt hij dat hij naar het eiland van Groot en Groei gaat. Wie daar komt zal in één nacht opgroeien tot volwassene. Op een nacht tilt een golf het schip, de Nooitlek genaamd, de zee in, en samen met drie kinderen die aan boord hebben weten te komen: Dikke Druif, Marinka en een heel bange jongen, Bange Toontje. Samen met hen begint de kleine kapitein aan zijn reis.

De scheepstaken worden verdeeld; Bange Toontje moet het dek zwabberen, Marinka zorgt voor het eten en Dikke Druif is de kolenstoker. Tijdens de reis hebben ze een paar vreemde ontmoetingen. Ook moeten ze meerdere gevaarlijke obstakels zien te overwinnen.

Als ze het eiland van Groot en Groei bereiken, blijkt dat je hier alleen maar lichamelijk steeds langer wordt, niet volwassen. Ook ontmoeten ze er een schipbreukeling, Gijs, die al zo lang op het eiland is dat hij een enorme reus is geworden. Nadat ze verder zijn doorgereisd hebben ze allemaal al snel hun normale lengte weer terug. Gijs reist met hen mee, in de hoop iemand van zijn maten terug te vinden.

Ze komen op diverse andere vreemde plekken terecht en uiteindelijk bij een volledig grauwe stad die eruitziet als een spookstad. Het blijkt dat de baas van deze stad, de Norse Heerser, alle kleur heeft verboden, uit bitterheid omdat hij zijn geliefde, Galatea, die hij enkel van een afbeelding kent, nog niet heeft gevonden. Hij neemt de kinderen gevangenen, maar ze weten met een list te ontsnappen door zich te vermommen als Galatea. Als het tijdens een danspartij misgaat komt de heerser erachter, maar hij besluit hen toch vrij te laten. De stad is hierna geen kleurloze plek meer, de heerser laat alle kleuren weer toe.

Intussen hebben ze op een ander eiland nog een andere schipbreukeling gevonden die op hetzelfde schip als Gijs zat. Misschien zijn er nog wel meer bemanningsleden in leven. Ze treffen hier ook een aantal ontsnapte circusdieren aan, die ze besluiten los te laten in de vrije natuur. Ze weten tijdens een vulkaanuitbarsting op het nippertje aan de dood te ontsnappen.

Verwijzingen naar mythen[bewerken]

"De kleine kapitein" verwijst in meerdere hoofdstukken naar Griekse mythen en sagen. Zo vaart het schip de Nooitlek langs een stel rotsen die overdag in levende draken veranderen. Deze zijn gemodelleerd naar de Symplegaden uit de mythe van de Argonauten. In het tweede deel komt de mythe van Pygmalion en Galatea voorbij, waarbij de zogenaamde "Norse Heerser" een denkbeeldige vrouw aanbidt die Galatea heet, net zoals Pygmalion zijn standbeeld dat ook Galatea heet.

Bewerkingen[bewerken]

In 2006 maakte André Arends samen met producente Henrike van Engelenburg een muziektheatervoorstelling van het boek. Zij werkten daarbij samen met tekstschrijver Tom Sijtsma en regisseur Bruun Kuijt. Arends was ook de componist van de muziek van de voorstelling. Hoofdrollen lagen in handen van Hugo Konings (Kleine Kapitein), Frits Lambrechts (Grijze schipper), Lottie Hellingman (Marinka) en Herman Bolten (Dikke Druif). De voorstelling werd door de Volkskrant uitgeroepen tot de beste kindervoorstelling van dat jaar.

In 2014 ging De kleine kapitein in herneming met nieuwe acteurs: Arjan Smit, Alexandra Alphenaar, Robbie Aldjufri, Christian van Eijkelenburg en Michel Sorback onder regie van Bruun Kuijt én nieuwe muziek van Händel (1724) uit Guilio Cesare.

Externe link[bewerken]