Frederiksborger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Frederiksborger of Fredriksborger is het oudste paardenras van Denemarken. Oorspronkelijk waren het kruisingen van Spaanse, Napolitaanse en lokale paarden. vanaf de 19de eeuw werden andere rassen gebruikt om de Frederiksborger te verfijnen. Zo waren er Engelse halfbloeden om zijn uithoudingsvermogen en hardheid te verbeteren en Arabieren om zijn uiterlijk te verfijnen.

Exterieur[bewerken]

De Frederiksborger was een oorspronkelijk Spaans en Napolitaans barok paard met een sterk gebouwd lichaam en met een zekere elegantie. Tegenwoordig is hij een middelzware warmbloed. Hij heeft een voskleur met aftekeningen, die gewenst zijn op het hoofd en de benen, en lichte manen en staart. Zijn hoofd is licht ramsachtig, zijn nek is hoog opgericht maar kort en hij heeft ook korte schouders die overgaan in zijn vlakke schoft. De Frederiksborger heeft ongeveer een stokmaat van 1,65 meter. Hij heeft voldoende sterke ledematen waarbij de knieactie ronder en hoger is dan bij moderne sportpaarden.

Geschiedenis[bewerken]

In 1562 werd de staatsstoeterij Frederiksborg opgericht door koning Frederik II waar men cavaleriepaarden fokte. In de 18de eeuw was het doel om rijpaarden met soepele gangen en tuigpaarden, die Koninklijke koetsen moesten trekken, te fokken. Zo was in de barokperiode de Frederiksborger een van de meest geliefde pronkpaarden aan het hof. De Frederiksborger werd populair in heel Europa en ze moesten op hun beurt andere rassen verfijnen. Zo was hij medestichter van de Lipizzaners. Na hun bloeiperiode kwam door hun populariteit ook een ondergang. De bloedlijnen verdwenen snel doordat er te veel goede fokdieren werden verkocht. De staatstoeterij sloot in 1839. Vanaf 1900 probeert men het oude Deense ras te regenereren maar dit is moeilijk aangezien er maar kleine restbestanden zijn.

Bronnen[bewerken]