Germinal (film uit 1993)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Germinal (film))
Ga naar: navigatie, zoeken
Germinal
Le Cri du Peuple - Germinal.jpg
Regie Claude Berri
Producent Claude Berri, Bodo scriba en Pierre Grunstein
Scenario Claude Berri en Arlette Langmann, gebaseerd op de roman van Émile Zola
Hoofdrollen Miou-Miou, Renaud en Gérard Depardieu
Muziek Jean-Louis Roques
Montage Hervé de Luze
Cinematografie Yves Angelo
Première 29 september 1993
Genre drama / realisme / naturalisme
Speelduur 170 minuten (Frankrijk)
160 minuten (België)
Taal Frans
Land Frankrijk, Italië en België
Nominaties Césars 1994: beste film, regisseur, screenplay, montage, muziek, art direction, geluid, actrice (Miou-Miou), mannelijke (Jean-Roger Milo) en vrouwelijke bijrol (Judith Henry)
Prijzen Césars 1994: beste cinematografie (Yves Angelo) en beste kostumering (Sylvie Gautrelet, Caroline Vivaise en Moidel Bickel)
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Germinal is een Frans-Belgische film van Claude Berri uit 1993, gebaseerd op de gelijknamige roman van Émile Zola uit 1885.

Acteurs zijn onder meer Miou-Miou, Gérard Depardieu en Renaud. De film was op het moment van productie de duurste Franse film ooit. De film was in 1994 genomineerd voor 12 Césars, en won deze voor de Beste cinematografie en de Beste kostumering.

Het verhaal speelt zich af in een mijn in Noord-Frankrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw en benadrukt de sociale misstanden. De titel verwijst naar de zevende maand van de Franse republikeinse kalender, de kiemmaand. Mislukte stakingen zijn als kiemen die groeien in de richting van emancipatie.

Stijl[bewerken]

De film toont het negentiende-eeuwse schrijnende contrast tussen arm en rijk op een realistische, naturalistische wijze, net zoals Émile Zola het in zijn boek bedoelde. De filmmaker Claude Berri kiest een reportagestijl waarbij hij neutrale of objectieve cameravoering (medium-shot op ooghoogte) gebruikt. Camerabewegingen, bijzondere camerahoeken of close-ups die subjectief aandoen, vermijdt hij. Op het einde van de film blijkt dat de kijker alles zag door de ogen van het hoofdpersonage Étienne Lantier, die zijn belevenis nu aan het papier toevertrouwt. Zola zelf, als het ware.

Het 'realisme' of 'naturalisme' komt op verschillende wijzen in de film tot uiting.

  • Het geweld: is erg on-Amerikaans en heeft in plaats van een spektakelwaarde een confronterend effect. Geweld is banaal (zoals bij de dood van een hoofdfiguur die in het hart geschoten wordt) of erg choquerend (de castratie van de winkelier).
  • De naaktheid en seksualiteit zijn eveneens erg on-Amerikaans.
  • Verder werkt de belichting de tegenstelling arm/rijk uit: Het leven van de werkende arme sloeber speelt zich 's nachts in de duisternis en onder de grond af, ondersteund met de uitspraak "Zorg goed voor je gaslamp. Voor een mijnwerker is een lamp de zon." Rijkaards worden in het licht ten tonele gevoerd. De sobere en sombere belichting van de scènes doet realistisch aan.
  • De rijkaard verplaatst zich snel, per koets of per paard, terwijl de arbeidersmassa stapvoets beweegt.
  • De afwezigheid van de geestelijken: even is in de film een geestelijke te zien, maar die heeft het vooral druk met zich uit de voeten te maken. De geestelijkheid liet zich pas later in met de sociale kwestie. Het duurde tot de encycliek Rerum Novarum in 1891 vooraleer de kerk een solidariteit met de zwakkeren bepleit. De uitspraak "Goed gedrag is de allerbeste spaarkas" illustreert hoe sommigen tegen het probleem aankijken: een gedragsprobleem van opstandige arbeiders, niet als een structureel probleem van een foute surplusherverdeling.
  • Arbeiders zijn nummers en aldus vervangbaar. De uitspraak "Florence est mort" bij het begin, wordt onmiddellijk vertaald in het zoeken naar een vervanger. Er wordt nauwelijks stilgestaan bij haar dood.
  • De filmmaker werkt de tegenstelling tussen rijk en arm uit met vergelijkende scènes uit het dagelijkse leven: werk, vrije tijd, industrie, gezinsleven, volkscultuur, seksualiteit, voeding...
Rijk Arm
Werk Mijndirectie, overbetaald Mijnarbeid, onderbetaald, bedelen hoort er bij
Vrije tijd Schilderen, musiceren, borduren, jacht, ... Duiven, kermis met hanenvechten, paalklimmen, jeu de boules, cafébezoek, ...
Gezinsleven Klein kerngezin in riante woning Groot generatiegezin
Seksualiteit Overspel als ontspanning in de coulissen Primair en in de 'openbare' ruimte
Scholing Ingenieursstudie Analfabetisme en kinderarbeid
Voeding Overdaad, luxeproducten zoals oesters, kreeft en brioche Weinig elementair voedsel, bier, koffie, vermicelli, droesem en brood versus, soms hongersnood
Vervoer Per koets, per paard Te voet
Surplusherverdeling Charitas Bedelen, prostitutie, roof, vissen

Thema's[bewerken]

Het krachtig trekpaard in de steenkoolmijn symboliseert het blinde, machteloze, gevangengezette en tot dwangarbeid veroordeelde proletariaat. Dagelijks sleurt het paard kolen naar de lift, het kent geen rust en zal de mijn nooit verlaten: het paard is blind en te groot geworden om door de liftschacht te kunnen. In de film komen diverse thema's aan bod:

Synopsis[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De film begint midden in de nacht. De werkloze Étienne Lantier, in een vorig leven machinist, zoekt een job in de "Voreux", een mijn. Hij vervangt er de overleden mijnwerkster Fleurance en werkt onder leiding van Toussaint Maheu. De familie Maheu heeft tien monden van verschillende generaties te voeden. De mijn zelf is eigendom van anonieme aandeelhouders "die leven in Parijs"...