KNX

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf KNX (standaard))
Ga naar: navigatie, zoeken
KNX logo.svg

KNX is een standaard (ISO/IEC14543, CENELEC EN50090, CEN13321) die beschrijft hoe sensor en actuator met elkaar communiceren. Dit communicatieprotocol wordt toegepast in gebouwautomatisering en domotica. KNX Association certificeert de producten volgens deze norm zodat producten van verschillende fabrikanten samen in één systeem gebruikt kunnen worden.

Communicatie media[bewerken]

Koppelen van media kan met behulp van mediakoppelaars.

Configuratie modes[bewerken]

Het configureren van een KNX systeem kan afhankelijk van het apparaat op drie manieren:

  • A mode (Automatic mode)
  • E mode (Easy mode): bedoeld voor kleine tot middelgrote installaties. Configuratie gebeurt middels een tool of druktoetsen op het apparaat. Enige kennis betreffende configuratie is noodzakelijk. Configuratie met ETS is ook mogelijk.
  • S mode (System mode): volledige configuratie is beschikbaar met behulp van een PC en ETS software. Specifieke kennis betreffende configuratie is noodzakelijk.
KNX-Transceiver-Board by Elmos

ETS[bewerken]

ETS (Engineering Tool Software) is software waarmee een KNX installatie kan worden ontworpen en geconfigureerd. Het bevat een database met alle gecertificeerde KNX apparaten.

De meeste recente versie van de software kwam uit in 2014 en is ETS5. Door veel installateurs wordt ETS3 echter gebruikt, mede omdat bijna alle productdatabases nog ondersteuning bieden voor ETS3. Projecten gemaakt in ETS3 kunnen met ETS4 geopend en bewerkt worden. Wanneer dit eenmaal gedaan is, is het echter niet meer mogelijk om het bestand te bewerken met ETS3.

Onderstaand de update cyclus van de ETS software:
ETS1: 1993-1996
ETS2: 1996-2004
ETS3: 2004-2010
ETS4: 2010-2014
ETS5: 2014-
Vanaf ETS5 is het mogelijk om ook RF installaties te configureren zonder gebruik te maken van plugins.

Topologie[bewerken]

Een KNX installatie kan men opsplitsen in drie grote onderverdelingen. Het kleinste is een lijn. Hier kan men maximum 64 busdeelnemers op plaatsen. Daarna is er een zone. Hier kan men tot 15 lijnen op plaatsen, maar de hoofdlijn zelf kan zelf ook busdeelnemers bevatten. De zones zijn allemaal verbonden met elkaar door de backbone, waarop er weer maximum 15 verschillende zones kunnen geplaatst worden. Ook op de hoofdlijn zelf kunnen nog busdeelnemers geplaatst worden. in totaal kunnen er in een installatie dus een 15000 busdeelnemers met elkaar communiceren.

De lijnen en zones worden met elkaar verbonden door middel van lijn- en zonekoppelaars. Deze worden op de hoofdlijn of backbone geplaatst en tellen hierop ook als een deelnemer, dus één van de 64 componenten die geplaatst kunnen worden. Deze koppelaars beschikken over een een filtertabel. Hier staan alle groepsadressen in die in de lijn of zone voorkomen, en de koppelaar laat enkel deze door.

Fysieke adressen[bewerken]

Bij KNX worden de verschillende busdeelnemers aangeduid met fysieke adressen. Deze dienen om het component in de installatie terug te vinden, en om fouten te detecteren. De fysieke adressen worden bij de dagelijkse werking van de installatie niet gebruikt. Ze bestaan uit 16 bits, waarbij de bits in groepen verschillende plaatsen aanduiden:


ZZZZ LLLL DDDDDDDD


Z: De eerste 4 bits duiden aan in welke zone het component zich bevindt. de waarden 1-15 zijn zones, bij de waarde 0 bevindt de busdeelnemer zich op de backbone.

L: De volgende 4 bits duiden de lijn aan van het component. Hier zijn de waarden 1-15 weer lijnen, en bij waarde 0 bevindt de busdeelnemer zich op de hoofdlijn.

D: Dit is het adres van de busdeelnemer, waarde 0 is hier gereserveerd voor de koppelaar.

Groepadressen[bewerken]

Om sensoren en actoren met elkaar te laten communiceren, worden groepsadressen gebruikt. De informatie die doorgestuurd wordt, kan een waarde hebben van 1 bit tot 14 bytes, naargelang het doel van de communicatie. Zo heeft een aan/uit signaal slechts 1 bit nodig, en gebruikt een tekstsignaal een aantal bytes. De groepsadressen zelf bestaan uit 16 bits, waarvan de opbouw, anders dan bij de fysieke adressen, wel zelf gekozen kan worden. Een voorbeeld van opbouw kan zijn:


HHHH MMMM SSSSSSSS


H: Dit is dan de hoofdgroep

M: Dit is de middengroep

S: dit is de subgroep

Het groepsadres zal er dan voor een telegram bijvoorbeeld als volgt uitzien: 5/3/62. Met elk groepsadres kan men één bevel geven, en elke sensor kan slechts één groepsadres zendend hebben. Actoren kunnen wel verschillende groepsadressen ontvangen. Het groepsadres 0/0/0 is steeds voorbehouden voor broadcastmeldingen

Toepassing[bewerken]

Het KNX-communicatieprotocol beschrijft de volgende toepassingsgebieden:

  • Verlichting
  • Zonwering
  • Ruimtetemperatuurregeling
  • Beveiliging
  • Audio/Video
  • Ketelaansturing
  • Weergave/rapportage van sensor- en actuatorinformatie
  • Ventilatie

Hoewel Audio/Video een toepassingsgebied is van KNX, gaat het om het aansturen van A/V-apparatuur. Denk hierbij aan het in- of uitschakelen van apparaten of het kiezen van een nummer. Door de lage overdrachtssnelheid (9600 bit/s) is het niet mogelijk om Audio/Video daadwerkelijk over de buslijn te streamen.

Geschiedenis[bewerken]

KNX is in 1999 ontstaan vanuit EIB (European Installation Bus), Batibus en EHS (European Home System). De KNX specificatie werd in 2002 gepubliceerd. In 2003 werd KNX voor twisted pair en power line een Europese standaard (EN50090). De RF-versie volgde in 2006. In 2006 werd KNX een internationale standaard (ISO/IEC14543).

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]