Kennelijk onredelijk ontslag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kennelijk onredelijk ontslag is als de werkgever en of de werknemer niet in redelijkheid tot een opzegging van het arbeidscontract kunnen besluiten. Het woord kennelijk geeft aan dat het om situaties gaat, waarin een weldenkend persoon niet tot de opzegging van het arbeidscontract was gekomen, zonder de werknemer financieel tegemoet te willen komen.

Om te bepalen of een ontslag kennelijk onredelijk is, neemt de rechter alle situaties bij opzegging van het arbeidscontract mee, zoals leeftijd en functioneren, de duur van het dienstverband, de mogelijkheden om bij dezelfde werkgever te blijven en de kans op ander werk. Ook wordt gekeken of de werknemer in aanmerking komt voor sociale voorzieningen.

Ook als de werkgever een ontslagvergunning heeft verkregen via het UWV Werkbedrijf, kan het ontslag nog kennelijk onredelijk zijn. Dat zal meestal het geval zijn als de werkgever het UWV Werkbedrijf heeft misleid door verkeerde informatie te verstrekken of belangrijke informatie achter te houden.

Het ontslag kan ook kennelijk onredelijk zijn als een andere werknemer voor ontslag in aanmerking behoorde te komen vanwege het dienstjarenbeginsel.

Bij kennelijk onredelijk ontslag heeft men zes maanden de tijd om tegen een beëindiging van het arbeidscontract in beroep te gaan.