Low frequency

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Radiospectrum
  3 Hz
100.000 km
ELF
30 Hz
10.000 km
SLF
300 Hz
1.000 km
ULF
3 kHz
100 km
VLF
30 kHz
10 km
LF (LW)
300 kHz
1 km
MF (MW)
3 MHz
100 m
HF (SW)
30 MHz
10 m
VHF
300 MHz
1 m
UHF
3 GHz
100 mm
SHF
30 GHz
10 mm
EHF
300 GHz
1 mm
 

Met Low Frequency (LF) worden frequenties in het radiospectrum aangeduid tussen 30 kHz-299 kHz. De radiogolven hebben een golflengte van 1 km-10 km. In Europa en Afrika wordt een deel van de LF-band gebruikt voor radio-omroep onder de noemer lange golf. Op het westelijk halfrond worden radiosignalen op deze frequenties gebruikt door luchtvaartbakens, navigatie (LORAN) en in meteorologische toepassingen. De tijdzenders MSF, DCF77, JJY en WWVB zenden ook in dit frequentiegebied uit.

Propagatie[bewerken]

De propagatie van golven in het LF-spectrum geschiedt voornamelijk als grondgolf. Deze golf volgt de kromming van de aarde, zodat die ook achter de horizon nog te ontvangen is. Daarbij treedt weliswaar verzwakking van het signaal op, maar het effect is minder sterk dan bij de MF en HF-frequenties. LF-golven kunnen al snel duizend of meer kilometer afleggen.

Propagatie kan ook plaatsvinden via de ruimtegolf, die verloopt door refractie in de ionosfeer en merkbaar wordt vanaf ongeveer 3 km van de zendantenne. Maar door de lange golflengten worden de golven overdag geabsorbeerd door de D-laag in de ionosfeer zodat propagatie als ruimtegolf dan niet mogelijk is. 's Nachts kunnen de E- en F-lagen de golven wel terugbuigen naar het aardoppervlak. Propagatie als ruimtegolf is echter van minder belang bij LF-golven, omdat de grondgolf een zodanig groot bereik heeft dat de ruimtegolf pas op afstanden van duizend kilometer of meer een belangrijk verschil gaat maken in de signaalsterkte.

Radio-omroep[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lange golf voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Europa en Afrika wordt de lange golf tussen 10 kHz-200 kHz gebruikt voor radio-omroep met amplitudemodulatie.

Radioamateurs[bewerken]

De 100 kHz-band in het Verenigd Koninkrijk is beschikbaar voor operatoren van amateurradio sinds april 1996. Zij moeten een Notice of Variation aanvragen om te mogen gebruikmaken van de band, zonder interferentie, met een maximaal outputvermogen van 1 W ERP (effective radiated power). Een uitzending van 1 watt van een heel trage morsecode tussen G3AQC (in het UK) en W1TAG (in de VS) overspande de Atlantische Oceaan met 5270 km op 21.11.2001-22.11.2001.

Een band rond 10 kHz is beschikbaar voor Franse radioamateurs, met een maximum ERP van 1 W. Deze nieuwe regeling omvat ook Franse territoria zoals Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Saint-Pierre en Miquelon. Canada en het VK maken het ook mogelijk voor radioamateurs met een licentie om deze allocatie met speciale toelatingen te gebruiken.

In de Verenigde Staten wordt het gedeelte tussen 30 kHz-299 kHz gebruikt voor experimentele doeleinden, en wordt er soms de "Lost Band" (verloren band) genoemd. Openbaar gebruik zonder licentie is toegelaten ten zuiden van de 60°NB breedtegraad, uitgezonderd op de plaatsen waar er interferentie zou optreden met 10 stations met licentie met een locatieservice, die zich langs de kusten bevinden. Gebruiksbepalingen vermelden onder andere een vermogensuitvoer van niet meer dan 1 W, een lengte van de antenne/aarddraad van niet meer dan 15 m en een veldsterkte van niet meer dan 5 µV/m. Bovendien moeten uitzendingen buiten de 30 kHz-299 MHz-band afgezwakt worden met minstens 20 dB onder het niveau van de ongemoduleerde draaggolf. De mensen die zich met amateurradio bezighouden, experimenteren in deze band.

Tijdsignalen[bewerken]

In het LF-spectrum bevinden zich ook enkele tijdsignalen ten behoeve van radioklokken. Dit is zo gekozen omdat grondgolf-propagatie zeer voorspelbaar is en daarom de tijdsafwijking eenvoudig te corrigeren is. Bij de ruimtegolf is dit veel moeilijker aangezien een signaal vanaf meerdere paden tegelijk de ontvanger kan bereiken.

Enkele tijdsignalen zijn: