Maagd van Bethlehem of Virgen de Belén (Puerto Rico)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Madonna van Bethlehem)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Virgen de Belén of Madonna van Bethlehem is een Vlaams olieverfschilderij op paneel (houten canvas) dat door experts op het gebied van 15e-eeuwse kunst wordt toegeschreven aan Rogier van der Weyden zelf of aan een onbekende leerling die op de school van deze meester zat.

Deze schilderij bevindt zich in Oud San Juan, de oude koloniale stad, van Puerto Rico, in de San José kerk. Hij heeft voor zich een plaats gevonden tussen 1511 en 1522 in de muren van het eerste klooster van de Paters Dominicanen te San Juan. Het is wellicht de eerste Europese kunst in de nieuwe wereld, en de eerste mariale verbeelding in Puerto Rico.

Deze mysterieuze houtplank van een borstvoedende Maria met Kind inspireerde de paters en andere mensen van de stad. Als gevolg heeft deze tussen 1511 en 1522 eerbied in de stad gevonden. Hij meet 55 x 37 cm. Mensen van toen spraken van wonderen gewijten aan deze miraculeuze verbeelding van Maria. 

Deze Maria, met lange en blonde haar, zwarte jurk en rode mantel, met een stralenkrans, houdt zijn kind in haar armen en kijkt teer hem aan. Haar kind, gekleed in wit, neemt rust in haar armen en kijkt anderzijds aan zijn moeder met tere ogen. In de achtergrond ziet er donkere bossen en bergen. Het is een beeltenis van de vlucht naar Egypte. In Puerto Rico krijgt deze afbeelding twee namen “Virgen de Belén of Virgen de la leche”, Maagd van Bethlehem of Maagd van de melk.

Origineel paneel toegeschreven aan Rogier van der Weyden of een onbekende leerling van zijn school
Kopie van het origineel paneel.

Tijdens de aanval van Engelse zeerover Sir Francis Drake te 1598, en later van Nederlander zeerover Boudewijn Hendriksz te 1625, werd de houtplank verborgen en wonderlijke gevonden, volgens de traditie.

In 1714 had ze een een altaar met voorrecht in de kathedraal van San Juan.

In 1797 de bevrediging van de aanval van Britse zeerover Lord Abercromby werd ze aan haar toegeschreven. Tijdens het beleg, vroeg bisschop Juan Bautista Zengotita een “rogativa” of “smeekgebed” dat elke dag gehouden zou worden in de parochies van de stad. De deelnemers, vooral vrouwen, zongen liederen en litanieën, en droeg kaarsen in handen of fakkels. Het beeld van de Maagd van Bethlehem werd in processie door de stad gelopen om hulp te smeken tegen de aanval.

Als gevolgd van de bevrediging, heeft Puerto Ricaanse schilder José Campeche vele reproducties gemaakt. Enkele hangen in de Nationale Museum te Oud San Juan, en in het museum van de Universiteit van Puerto Rico te Río Piedras. Een votieve aanbieden van de schilder getuigt de overwinning van het beleg aan de voorspraak van de Maagd van Bethlehem. Het lokale bevolking beschouwde haar sinds toen als “de berchermster van de stad”.

Een opgenomen legende door schrijver Cayetano Coll y Toste vertelt hoe de Engelse invaller zich afschrikte toen hij een prachtig uitzicht van mensen met fakkels zag. Abercromby besloot terug te keren en de stad niet aan te vallen. Vandaag is er aan het Caleta de San Juan, naast de oude muur, een imposante sculptuur genaamd “La Rogativa” of “De smeekbede” die deze gedenkwaardige hoofdstuk van de geschiedenis van Puerto Rico bestendigt.

Als gevolg van de vermeende bescherming toegeschreven aan Onze Lieve Vrouw, verspreidde de eerste Puerto Ricaanse bisschop, don Alejo de Arizmendi, de devotie in de rest van de eiland. Hij vroeg een kopie in te wijden in de parochie Santos Ángeles Custodios te Yabucoa, en vroeg aan beeldhouwer De la Espada een houten beeld te maken, dat in het hoofdaltaar in de San Isidro Labrador parochie te Sabana Grande nog te vinden is.

Een eeuw later, in de negentiende eeuw, dienaar Gods Jerónimo Usera y Alarcón in zijn Noveen noemt ze haar “Landgenoot van alle Puerto Ricaanen”.

Het paneel werd gestolen uit de San José kerk in november 1972. Belgische schilder Bob Ghys maakte een reproductie die op 13 december 2011 meegebracht werd naar Puerto Rico. Op 3 januari 2012 werd deze aan de Puerto Ricaanse bewoners aangetoond, en op dezelfde dag werd de oude “Angélica Cofradía” of “Engelachtige Broederschap” hersteld.

Haar liturgisch feest wordt ieder jaar op 3 januari in de Kathedraal feestelijk gevierd.


Referenties

  • Coll y Toste, Cayetano, "La Virgen de Belén" y "Las once mil vírgenes", Leyendas puertorriqueñas.
  • Cuesta Mendoza, Antonio, Biblioteca Histórica, Vol I, 1508-1700, Imprenta “Arte y cine”, República Dominicana 1948, págs. 298-299.
  • Delgado Mercado, Osiris, "Campeche, el primer gran pintor puertorriqueño", en Voces de la cultura. Testimonios sobre personajes, cultura, instituciones y eventos históricos en Puerto Rico y el Caribe, Fundación Voz y Centro, San Juan 2006, págs. 1-12.
  • Delgado Mercado, Osiris, José Campeche. El concepto invención y fuentes formativas de su arte, Ateneo Puertorriqueño, Hato Rey 1990.
  • Friedländer, Max, The Master of Flémalle and Rogier van der Weyden. The Flemish Primitives, Peters, Leuven 1967.
  • Norbert Ubarri, Miguel, "La Virgen de Belén, ¿dónde está?", Claridad (10 al 16 de abril de 2008), págs. 16 y 29.
  • Rodríguez León, Mario, El obispo Juan Alejo de Arizmendi ante el proceso revolucionario y el inicio de la emancipación de América Latina y el Caribe, Editorial Amigo del Hogar, República Dominicana 2003, pág. 133.
  • Rodríguez, Jorge, "Aparecen nuevas obras de Campeche, Oller y Albizu", El Vocero (6 de mayo de 2008)
  • Trens, Manuel, Maria. Iconografía de la Virgen en el arte español, Plus-Ultra, Madrid 1946.
  • "Para tratar sobre la privación de los Altares de N.S. de Belén y Altagracia; y sobre lo acaecido en la Procesión del Viernes Santo", Actas del Cabildo Catedral, fol. 100v-103v
  • Usera y Alarcón, Ven. D. Jerónimo, Novena a la Milagrosa Imagen de Nuestra Señora de Belén", Llamada comúnmente "La Aparecida" de San Juan de Puerto Rico, Martín Printing, San Juan de Puerto Rico, reeditada en 2015.
  • www.virgendebelenpr.org