Maunderminimum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Maunder-minimum)
Naar navigatie springen Jump to search
Maunderminimum

Het Maunderminimum is de naam die aan een periode (1645 tot 1715) wordt gegeven, waarin buitengewoon weinig zonnevlekken te zien waren. De periode is vernoemd naar de astronoom Edward Maunder, die de ontdekking deed toen hij verslagen uit die tijd bestudeerde. In een periode van 30 jaar werden bijvoorbeeld maar 50 zonnevlekken waargenomen, terwijl dat normaal tussen de 40.000 en 50.000 zijn.

Geleerden hebben een sterk vermoeden dat het klimaat op aarde beïnvloed wordt door het aantal zonnevlekken. Het Maunderminimum dat optrad tussen 1645 en 1715 viel op één van de dieptepunten van de zogenaamde "Kleine ijstijd", genoemd omdat in deze perioden zeer veel koude winters gerapporteerd werden. De zonnevlekkencyclus is onder andere terug te zien in de jaartallen dat de Elfstedentocht verreden is. Doordat de afgelopen jaren de zonnevlekken tegen de verwachting in uitbleven of minder talrijk waren, raakte het verschijnsel Maunderminimum opnieuw in de belangstelling.

Begin 2018 kwam opnieuw in het nieuws dat sommige wetenschappers van oordeel zijn dat de Aarde rond 2020-2030 inderdaad een nieuw soort “mini-ijstijd” zou kunnen beleven. De voorspelling steunt vooral op het werk van prof. Valentina Zharkova van de Britse Northumbria Universiteit.[1][2] De voorspelling werd echter reeds in twijfel getrokken.[3]

Zie ook[bewerken]