Nuffic

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdkantoor van Nuffic, Den Haag

Nuffic (voorheen de afkorting van Netherlands Universities Foundation for International Cooperation) was de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Het was een onafhankelijke non-profitorganisatie gevestigd in Den Haag. De Nuffic hielp de internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en trachtte het hoger onderwijs wereldwijd toegankelijker te maken.

De belangrijkste subsidieverstrekkers waren het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Nuffic speelde een belangrijke rol in het bevorderen van internationale samenwerking in het hoger onderwijs tussen Nederland en andere landen.

Geschiedenis[bewerken]

De Nuffic werd op 11 januari 1952 opgericht door de president-curatoren van alle toenmalige Nederlandse universiteiten. Doel was vooral om Engelstalig onderwijs te organiseren voor studenten uit recent onafhankelijk geworden ontwikkelingslanden. Binnen de Nuffic werd daarvoor bijvoorbeeld het Institute of Social Studies (ISS) opgericht, maar dat werd in 1956 onafhankelijk van de Nuffic. De latere rol van de Nuffic in de ontwikkelingssamenwerking – beheer van programma’s voor beursverlening en institutionele samenwerking – vond hier zijn wortels.

Nadat Koningin Wilhelmina naar Paleis Het Loo verhuisde, betrok de Nuffic het Paleis Noordeinde, waar het tot 1977 kantoor hield.

In de loop der jaren kreeg de Nuffic er tal van taken bij. Sinds 1958 hield zij zich bezig met diplomawaardering en onderwijsvergelijking. De bemoeienis met inter-Europese onderwijssamenwerking begon sterk te groeien in de jaren tachtig met stimuleringsprogramma’s van EEG en de Nederlandse overheid.

In 2015 fuseerde Nuffic met het Europees Platform dat een vergelijkbare doelstelling had voor lager en middelbaar onderwijs tot EP-Nuffic.

Activiteiten[bewerken]

De Nuffic richtte zich op de volgende activiteiten:

  • het beheren van programma’s in opdracht van de Nederlandse overheid en de Europese Unie.
  • het geven van betrouwbare voorlichting over het Nederlandse en het buitenlandse hoger onderwijs;
  • het versterken van de positie en bekendheid van het Nederlandse hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • het waarderen van diploma’s en het bevorderen van de transparantie van onderwijssystemen;
  • het bundelen en ter beschikking stellen van kennis en expertise.

Externe link[bewerken]