Overleg:Fluweel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De beschrijving in dit artikel is onvolledig ; er bestaan verschillende soorten fluweel of velours : Er is inslagvelours of ribfluweel, waarbij de pool gevormd wordt door het doorsnijden (na het weven) van de inslagdraden die door het weven met een speciaal bindingspatroon min of meer los aan de oppervlakte liggen. Dit soort velours wordt meestal gebruikt voor kleding. Bij velours of fluweeltype dat meer geschikt is voor het overtrekken van stoelen en zetels, wordt de pool gevormd door toegevoegde kettingdraden. Hier bestaan twee manier van weven ; het weven met poolroeden (zoals in het oorspronkelijke artikel beschreven) of het zogenaamde dubbelstukweven waarbij twee grondweefsels boven elkaar worden geweven en waarbij de pooldraden van boven naar onder de twee grondweefsels met elkaar verbinden. De afstand van de grondweefsels bepaalt de poolhoogte. Na het weven worden de twee weefsellagen van elkaar gescheiden waardoor er twee lagen fluweel ontstaan waarbij de ene laag het spiegelbeeld vormt van de andere. Het onderscheid tussen roedenfluweel en dubbelstukfluweel bestaat erin dat er bij roedenfluweel naast de gesneden pool in het zelfde weefsel ook noppen- of lussenpool kan ingewerkt worden. Bij dubbelstukfluweel kan dit niet.(Alhoewel nieuwe weeftechnieken die gebruik maken van monofilamanet inslagdraden het mogelijk maken om dit effect te benaderen.)

Afwisselend gesneden en lussenpool worden niet gevormd tijdens het uittrekken van de roeden zoals in het artikel beschreven, maar door het inbrengen in het weefsel (tijdens de weefcyclus) van enerzijds roeden die voorzien van een snijkop (snijroeden) en anderzijds roeden zonder snijkop (ronde roeden). UIteraard wordt de pool slechts doorgesneden wanneer de snijroede uit het weefsel wordt getrokken tijdens het weven. Het mechanisme dat de roeden alternerend in het weefsel inbrengt en uittrekt is de 'roedebeweging'. Het is de hoogte van de roede dat die ook de poolhoogte zal bepalen. Door te weven met verschillende diameters van roeden kan een wisselende poolhooge bekomen worden, hetgeen bij dubbelstukfluweel niet mogelijk is.

Voor poolweefsels waarin gesneden- en lussenpool samen voorkomen bestaan twee weeftechnieken. Bij de ene techniek worden de snijroeden en lussenroeden afwisselend in het weefsel ingebracht, waarbij soms een speciefke weefselbinden ervoor zorgt dat de snijroede bovenop de lussenroede wordt ingeweven. De andere techniek bestaat erin de lussenroede en de snijroede boven elkaar in de roedenhouder (tallon) te lassen. Een mechanisme in de jacquardmachine zorgt ervoor dat er een garenlaag tusen de beide roeden komt te liggen. Omdat de snijroede steeds bovenaan bevestigd is zullen zich op één rij zowel noppen al gesneden pool bevinden na het uittrekken van de roedencombinatie. Deze techniek vergt een speciale jacquardmachine en de weefsnelheid wordt iets beperkt. Anderzijds wordt door het gelijktijdig inbrengen van twee weefroeden de productie zowat verdubbeld.