Seelenloch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Seelenloch in de Heidenstein
Een Seelenloch in een Galeriegrab (Galeriegrab Züschen I)

Een seelenloch, trou d'âme, zielengat, opening of patrijspoort wordt in de archeologie gebruikt voor:

  1. een na de verbranding aangebrachte opening in een urn. Seelenlochen komen voor in urnen van de Lausitzcultuur.
  2. doorboringen van portaalstenen van een allée couvertes of Galeriegrab. Een voorbeeld is de Dolmen van Wéris en de Dolmen van Oppagne. Ook bij de dolmencultuur van de Westelijke Kaukasus komen dergelijke gaten veel voor.

Het begrip is gebaseerd op het idee dat het gat in het verleden is gemaakt om de ziel of de geest van de overledene de mogelijkheid te geven naar buiten te laten gaan. Omdat de benaming zielengat niet neutraal wordt bevonden, wordt er over een opening of patrijspoort gesproken.