Sleutelwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een sleutelwoord is in een programmeertaal een woord dat voor de compiler een vaste betekenis heeft.

Enkele sleutelwoorden zijn:

  • IF (ook UNLESS en TEST) voor voorwaardelijke uitvoering, vaak gevolgd door THEN en ELSE
  • SWITCH of CASE voor een voorwaardelijke uitvoering met meerdere mogelijkheden
  • GOTO (ook wel GO TO) voor een sprongopdracht - het gebruik hiervan wordt zeer afgeraden
  • FOR (in oudere talen DO) voor herhaaldelijke uitvoering onder besturing van een indexvariabele, vaak gevolgd door TO en BY of STEP
  • WHILE voor herhaaldelijke uitvoering zolang aan een voorwaarde is voldaan
  • CALL of PERFORM voor het aanroepen van een subroutine
  • RETURN voor het beëindigen van een subroutine
  • INTEGER, REAL, BOOLEAN, VALUE voor een declaratie
  • BEGIN en END (of NEXT) om een blok te maken

In veel talen is het niet geoorloofd sleutelwoorden te gebruiken als identifiers. Men spreekt daarom wel schertsend van "vieze woorden": ("WHILE is een vies woord, je moet een andere identifier kiezen.") COBOL heeft zeer veel sleutelwoorden, waarvan de programmeur de betekenis vaak niet kent, maar waarvan hij wel moet weten dat hij ze als identifier moet vermijden. Andere talen zijn daar echter heel soepel in (zoals PostScript) en laten toe dat sleutelwoorden geherdefinieerd worden voor bepaalde doeleinden. Bij sommige oudere talen (onder andere Fortran) is de syntaxis zo dat er geen misverstand mogelijk is tussen een identifier of sleutelwoord.

Talen verschillen onderling vaak in wat gezien wordt als sleutelwoord en wat een routine is die door een bibliotheek wordt geleverd, sommige talen voorzien bijvoorbeeld sleutelwoorden voor in- en uitvoerbewerkingen, terwijl andere talen daarvoor een bibliotheek aanroepen.

Veel sleutelwoorden staan aan het begin van een statement en geven aan wat voor statement het is. Zo is er een FOR-statement, een IF-statement enz. De assignment is in de meeste talen een uitzondering - deze begint met de identifier waaraan een waarde wordt toegekend. Ook een subroutine wordt vaak aangeroepen zonder sleutelwoord.