Spörer-minimum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Spörer-minimum was een 90 jaar lange periode van lage zonnevlekactiviteit, grofweg van ongeveer 1460 tot 1550, die werd vastgesteld en benoemd door John Allen Eddy. Hij benoemde de periode in een studie uit 1976, gepubliceerd in Science onder de titel Het Maunderminimum.[1] Het trad op voordat zonnevlekken direct konden worden geobserveerd. In de plaats daarvan werd de periode vastgesteld door de analyse van de hoeveelheid van koolstof-14 in groeiringen, die sterk samenhangt met zonnevlekactiviteit. Het minimum is genoemd naar de Duitse astronoom Gustav Spörer.[2]

Zonnevlekactiviteit vastgelegd door koolstof-14-hoeveelheden in groeiringen.
Zonnevlekactiviteit en perioden
Gebeurtenis Start Einde
Oort-minimum [2] 1010 1050
Oort-minimum (zie Middeleeuws klimaatoptimum) 1040 1080
Middeleeuws maximum (zie Middeleeuws klimaatoptimum) 1100 1250
Wolf-minimum 1280 1350
Spörer-minimum 1460 1550
Maunder-minimum 1645 1715
Dalton-minimum 1790 1820
Modern maximum 1950 bezig
Kleine IJstijd [3][4][5][6] 1350 1850

Net zoals het hierop volgende Maunder-minimum viel het Spörer-minimum samen met een tijd waarin het klimaat van de Aarde kouder was dan gemiddeld. Deze correlatie wierp hypotheses op dat een lagere zonnevlekactiviteit lagere temperaturen dan de normale wereldtemperatuur veroorzaakte.[7] Een specifiek mechanisme waarbij zonnevlekactiviteit resulteert in klimaatsverandering is nog niet vastgesteld.[3]