Water injection dredger: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
25 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
Een WID (Water Injection Dredger oftewel water injectie baggerschip) verplaatst bodemmateriaal. Deze doet dit door water onder lage druk in de bodem te spuiten. Onder lage druk omdat men niet wil dat het bodemmateriaal in de omlggende wateren explodeerd. Het water moet rustig in suspensie gebracht worden. Het wordt geinjecteerd met behulp van een lange arm met een balk aan het einde, een T-vormige constructie die aan een schip vastzit aan het uiteinde en die met een kabel die vastzit dicht bij het mondstuk van de constructie naar beneden gehezen kan worden zodat de bovenkant van de T boven de bodem hangt. In dit stuk zitten een aantal gaten. Hierdoor wordt het water de bodem in gespoten. Het bodemateriaal wordt in suspensie gebracht. Vervolgens wordt het verplaatst door de zwaartekracht van een hoger naar een lager gelegen gebied (hier graven ze soms afvoerkanalen voor), wordt het afgevoerd door een natuurlijke stroming of het wordt weggespoten door een tweede waterinjectie maar dan op minder grotere diepte. Bij waterinjectie moet men goed rekening houden met de stromingen (zoals het getij) om te zorgen dat het materiaal niet in een verkeerd gebied terecht komt.
Voorstanders van water injectie zijn van mening dat dit een natuurlijke manier van baggeren is terijl hun tegenstanders het hier niet mee ens zijn. Wel is het zo dat bij baggeren (op welke manier dan ook) veel vissers komen kijken omdat alle vis afkomt op al het loskomende voedsel maar ook dit kan als positief of negatief worden gezien.
 
[[Afbeelding:WIDB.bmp]]
 
Als je kijkt naar water injectie in verband met Hydrografie (het in kaart brengen van de bodem, cruciaal bij het baggeren) dan heeft water injectie zekere eigenschappen waar je als hydrograaf wel rekening mee moet houden. Als al het bodemmateriaal in suspensie gebracht word krijg je last van spikes (foute afwijkingen in je metingen). Meten in de hydrografie werkt door in principe een geluidssignaal (bijvoorbeeld met een singlebeam echolood) naar de bodem te sturen, die weer te ontvangen en vervolgens te kijken hoelang deze er over heeft gedaan. Dit gebeurt een aantal maal per seconde. Als er een laag van deeltjes in suspensie boven de bodem zweeft dan kan dit signaal hierop terugkaatsen waardoor je apparatuur een verkeerde diepte kan opslaan. Door tijdens de metingen een filter te gebruiken kan je dieptes die te klein zijn negeren. Hiermee moet je echter uitkijken want wat een te kleine diepte is stel je zelf in en als je dan een ondieper gedeelte van het meetgebied invaart dan zal deze alle data negeren die te ondiep is dus dit kan ook alles zijn. Verder is het zo dat ondiepere gebieden minder last hebben van de in suspensie gebrachte deeltjes omdat de zwaartekracht deze naar de diepere gedeeltes trekt.
21

bewerkingen

Navigatiemenu