Stromingen (Lijnschooten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Stromingen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Stromingen
Componist Henk van Lijnschooten
Gecomponeerd voor fanfareorkest
Compositiedatum 1977
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Stromingen is een compositie voor fanfareorkest van de Nederlandse componist Henk van Lijnschooten.

Geschiedenis[bewerken]

De opdracht voor dit werk werd verstrekt door de stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst. Aan deze opdracht waren voor de componist twee voorwaarden verbonden:

  • in het werk dienden de huidige ontwikkelingen op het gebied van ritmiek, tonaliteit en notatie te worden verwerkt;
  • het werk moest dienst kunnen doen voor instructieve concerten, zoals die gegeven worden door het Nationaal Jeugdkorps van de Nederlandse Federatie van Christelijke Muziekbonden (NFCM).

In overleg met de dirigent van het Nationaal Jeugdkorps, Piebe Bakker, is een werk tot stand gekomen dat instructief is. Er was het verlangen om in één compositie een aantal compositiestijlen te laten horen, die in de loop der eeuwen in de blaasmuziek werden toegepast. Instructief dus voor zowel blazer als luisteraar.

Muziek[bewerken]

De compositie bestaat uit vijf delen:

Deel 1: Antiphoon[bewerken]

Een dubbelkorig stuk in renaissance-stijl, alternerend voor het zachte en het scherpe koper.

Deel 2: Bereden Koper[bewerken]

Een mars in barok-stijl voor hoorns in het hoge register en pauken met begeleiding van het fanfareorkest.

Deel 3: Ouverturissimo[bewerken]

De aan het einde van de vorige eeuw uitgevonden saxofoons en saxhoorns doen hun intrede in het fanfareorkest. Verbetering van de applicatuur van blaasinstrumenten leidde tot grotere speeltechnische mogelijkheden. De instrumentatie van dit deel is typisch 19e-eeuws, namelijk "interessante" partijen voor enkele instrumenten en "ondergeschikte" partijen voor de rest van het fanfareorkest. Stijlistisch is dit deel een parodie op de 19e-eeuwse, maar ook in deze tijd nog gebruikte componeertrant voor blaasorkest.

Deel 4: Koraal en Cadenza[bewerken]

De instrumentatie uit de vorige eeuw wordt dan verlaten. Alle registers van het orkest worden gelijkwaardig en vooral ook contrasterend behandeld. Het slagwerk wordt aanmerkelijk uitgebreid en treedt in de Cadenza van dit deel op de voorgrond.

Deel 5: Collage[bewerken]

De 20e-eeuwse ontwikkelingen op harmonisch, metrisch en ritmisch gebied doen zich ook gelden in de blaasmuziek. Voorts wordt in deze collage gebruik gemaakt van niet-conventionele speeltechnieken en minder gebonden muzieknotaties. De componist zelf zegt: Op verschillende plaatsen in dit werk heb ik "grote" en "kleine meesters der toonkunst" geciteerd, aan wie ik veel dank verschuldigd ben voor hun ongevraagde medewerking.

Het zal duidelijk zijn, dat Stromingen een bijzonder interessant en door zijn opzet origineel werk is. Het heeft echter begrensde uitvoeringsmogelijkheden. De grootste begrenzing wordt gevormd door het feit, dat het uitsluitend gedacht en geschreven is voor fanfareorkest. Enerzijds een pluspunt (specialisering), anderzijds een minpunt (weinig orkesten kunnen het spelen). Het is een authentiek werk voor dit medium. Een andere begrenzing zit hem in de moeilijkheidsgraad. De delen één, twee en drie zijn voor een gemiddeld fanfareorkest goed speelbaar, maar de delen vier en vijf zijn bijzonder moeilijk en vereisen grote trefzekerheid van de blazers. Bovendien moet men de beschikking hebben over een selecte groep slagwerkers.

De delen vier en vijf behoeven echter geen beletsel te vormen om het werk toch te proberen, want het is best mogelijk om bijvoorbeeld alleen de eerste drie delen uit te voeren, die een chronologische presentatie van blaasmuziek in de renaissance, barok en romantiek geven. Het derde deel kan dan gevoeglijk als afsluitend deel worden gebruikt, want het is bijzonder vrolijk en geestig met gebruikmaking van populaire motiefjes uit de romantische periode. Dit deel kreeg van de componist als ondertitel mee Ouverturissimo en hij plaatst daarbij de kanttekening "elke vergelijking met bestaande ouvertures berust op louter opzet"! De niet-gespeelde delen vier en vijf zijn beslist geen "weggegooid geld", want deze zijn uitstekend te benutten om het fanfareorkest eens aan iets anders te laten ruiken dan de vertrouwde geurtjes. In 1985 maakte de componist van de delen 4 en 5 een bewerking voor harmonieorkest onder de titel Interruptions.

Orkestratie[bewerken]

Fanfareorkest[bewerken]

Houtinstrumenten Koperinstrumenten Slagwerk (Percussie)
sopraansaxofoons I+II flügelhorn solo+I+II+III pauken
altsaxofoons I+II trompetten I+II+III grote trom, kleine trom
tenorsaxofoon hoorns I+II+III+IV crashbekken, hangend bekken
baritonsaxofoon trombones I+II+III verder slagwerk
bariton (vioolsleutel)
eufonium
tuba I in Es
tuba II in Bes
Bronnen, noten en/of referenties
  • Caspar Becx, Loek Paques: Componisten en hun Blaasmuziek, Utrecht: Samo Nederland, ISBN 90-70628-16-3