Trawler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een slipwaytrawler van de achterzijde
Zwevende trawls en bodemtrawls

Een trawler is een vissersschip dat met een trechtervormig net (Engels: trawl) vist. Bij het voortslepen van het trawlnet ondergaan de twee rechtopstaande scheerborden weerstand in het water waardoor zij elk een kant uitgaan en er daardoor een horizontale opening ontstaat. Door gewichten aan de onderzijde en materiaal met drijfvermogen (kunststof of ijzeren ballen, boeien of liggende scheerborden) aan de bovenzijde van het trawlnet te bevestigen, ontstaat een verticale opening.

De moderne trawlvisserij werd aan het eind van de negentiende eeuw geperfectioneerd en liep gelijk op met de introductie van door stoom aangedreven visserijschepen. Aan de Amerikaanse westkust werd op sardines gevist, aan de Amerikaanse en Canadese Atlantische kusten op kabeljauw. Op de Noordzee werd niet alleen op schol, schar, rog, wijting en kabeljauw gevist, maar ook op haring. Rond 1900 werd de trawl op de Noordzee incidenteel ook gebruikt achter zeilschepen zoals de logger, maar een trawl werkt veel beter met motorkracht omdat de scheerborden voor behoorlijk wat weerstand zorgen. De zeilende schepen moesten zich voor wat betreft de diepte bij het vissen met de trawl tot omstreeks 55/75 meter beperken. Tot halverwege jaren zestig waren zijtrawlers nog in zwang. Het trawlnet werd op dergelijke schepen vanaf het voordek over de stuurboordzijde of bakboordzijde geschoten. In de jaren zeventig slonk de vloot zijtrawlers gestaag vanwege de introductie van hektrawlers die de vangst bovendien konden invriezen. Eind jaren zeventig waren alle zijtrawlers van het toneel verdwenen en vervangen door hektrawlers, die het net vanaf het achterdek over de verschansing in zee zetten.

Bij de huidige generatie vriestrawlers draait het nog steeds om hetzelfde principe. Het trawlnet is weliswaar flink groter maar dat komt vooral door de bijzonder grote mazen in het voorste deel van het trawlnet. Mazen van 25 tot 30 meter zijn geen uitzondering en zijn bedoeld om de weerstand en daardoor het brandstofverbruik te verminderen. Omdat de vriestrawlers beschikken over enorme vriesruimen kunnen ze lang op zee blijven. Bijna driekwart van het ontwerp van een moderne vriestrawler wordt in beslag genomen door een verwerkingsdek en opslagruimte. De Nederlandse vloot vriestrawlers (in 2016 nog maar zeven eenheden) vist duurzaam op haring, makreel en horsmakreel. Het bijvangstpercentage van andere vissoorten is marginaal, minder dan vijf procent. Omdat het hier gaat om pelagische vissoorten die zich vooral in de bovenste waterkolommen begeven, komt de trawl niet op de bodem. Daar leent het vistuig zich ook niet voor. Als gevolg van efficiency is in vergelijking met andere eiwitbronnen de CO2 voetafdruk van de Nederlandse vriestrawlers de laagste ter wereld.

Er wordt echter steeds duurzamer gevist door de trawlervloot. Er zijn zogenaamde 'Haaien-vangers' in de trawls aangebracht die de, ongewenste, grotere vissoorten tijdens het vissen uitfilteren. De soort waarop gevist wordt kan door de haaien-vanger heen en komt in het achterste gedeelte van het net, de 'kuil', terecht. De grotere soorten kunnen deze 'haaien-vanger' niet passeren en worden door een opening aan de onderzijde van het net weer naar buiten geleid. Tevens zijn er proeven met camerasystemen op de trawl, waardoor men tijdens het vissen een real-time videofeed krijgt van de vis die de trawl inzwemt. Is dit niet de beoogde soort of is de vis te klein, dan kan de trawl voortijdig binnen gehaald worden.

De afmetingen van de mazen in het net zijn ook aan strenge regels gebonden, waardoor ondermaatse vis het net door deze mazen kan verlaten en dus niet opgevist wordt. Regelmatig worden er door overheidsinstanties aan boord controles uitgevoerd op de mazen van de trawl.

Anders dan soms gedacht wordt, vissen de pelagische trawlers niet op de zeebodem, en laten deze zodoende intact. Pelagische visserij gebeurt in de kolom van het wateroppervlak tot net boven de zeebodem, omdat zich daar de pelagische vissoorten bevinden.

De trawlers van tegenwoordig zijn hypermoderne schepen met de laatste technieken aan boord. De diepvriesinstallaties zijn tegenwoordig veelal 'cascade-systemen' met ammoniak (NH3) en kooldioxide (CO2). Deze (natuurlijke) gassen hebben een lager aardopwarmingsvermogen dan de voorheen veelgebruikte H(C)FC's zoals R22. Als voorbeeld, de GWP van CO2 = 1, die van NH3 = 0 terwijl die van R22 = 1500.

Treiler was onder Nederlandstalige zeevissers een uitdrukking voor het scheepstype trawler. Ook de uitdrukking trolder was, en is, gangbaar.