Wollebrant Geleyns de Jongh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Wollebrand Geleynssen de Jongh voor de retourvloot van 1648.

Wollebrant Geleyns de Jongh, (1594-1674) (ook wel Wollebrant Geleyns de Jonge of Wollebrant Geleynsen de Jonge) was een Nederlands handelaar die in 1640 directeur werd van de handelspost te Gamron van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Hij werd de vierde directeur over deze handelspost, die de eerste was van de VOC in Perzië.

De Jongh vluchtte als zestienjarige uit een Alkmaars weeshuis, en maakte bij de VOC carrière. Hij klom op tot raad van Indië, een van de hoogste bestuursfuncties in Azië.

In 1648 voer hij terug naar het vaderland met Jan van Riebeeck aan boord. Bij Tafelbaai werden 18 dagen halt gehouden en is een deel van de bemanning van het in 1647 gestrande schip Haerlem aan boord genomen.[1]

Portret[bewerken]

Na zijn dood werd een groot portret ten voeten uit van de Jongh gemaakt, in opdracht van de weeshuismeesters. Het portret diende als stichtend voorbeeld voor de andere weeskinderen.

Het porter werd geschilderd te Alkmaar, waarschijnlijk in 1673, in opdracht van Geleyns de Jongh zelf en in 1674 nagelaten aan het Burgerweeshuis te Alkmaar. In 1811 werd het overgebracht naar het Kostershuis van de Grote of Sint-Laurenskerk en in 1859 kwam het terug naar het weeshuis. Van 1875 tot 1883 nam het Stedelijk Museum Alkmaar het in bruikleen. In 1883 werd het door de regenten van het weeshuis aan het museum geschonken. Er gebeurde een restauratie in 22 januari 1883. De restaurateur is onbekend, maar mogelijk werd het gedaan door A. Klässener die het schilderij later kocht.