Acacia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Acacia voor de gelijknamige loge
Acacia
Samengestelde bladeren van de acacia.
Samengestelde bladeren van de acacia.
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
Familie: Leguminosae/Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)
Onderfamilie: Mimosoideae
Geslacht
Acacia
Mill. (1754)
Acacia negev
Acacia negev
Acacia drepanolobium
Acacia drepanolobium
Acacia senegal
Acacia senegal
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Acacia is een geslacht uit de onderfamilie Mimosoideae, een onderfamilie in de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae/Fabaceae). Alle soorten zijn houtig. Op het ogenblik is de omschrijving enigszins onzeker: het geslacht staat op het punt verdeeld te worden. Met 'acacia' als soort wordt meestal Robinia (Robinia pseudoacacia) bedoeld, die tot een ander geslacht behoort.

Algemeen[bewerken]

Acacia-soorten komen voor in Australië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Afrika. Er zijn ongeveer 1300 soorten, waarvan bijna duizend in Australië.

Ze hebben vaak samengestelde bladeren: een blad bestaat uit meerdere deelblaadjes. De acacia heeft veel lange doorns die overal uit de zich wijd uitspreidende takken steken. Gewoonlijk zijn de takken zo ineengestrengeld met die van de ernaast staande acacia's dat ze een ondoordringbaar struweel vormen. De acacia kan zo'n 6–8 m hoog worden, maar komt vaak ook slechts als struik voor. Hij heeft zachte, geveerde blaadjes, gele bloemen en gebogen, spits toelopende peulvruchten.

Onder de ruwe, zwarte schors zit erg hard, fijngenerfd en massief hout dat goed tegen insecten bestand is. Het hout van een Acacia is vaak hard, niet erg buigzaam en moeilijk bewerkbaar. De grotere planten zijn vaak erg gevoelig voor wind. Acacia'-soorten zijn bijzondere planten omdat ze op verscheidene manieren een rol spelen in het dagelijks leven:

  • Acacia-soorten worden in tuinen en plantsoenen aangeplant om de mooie bloemen, bladeren en vorm van de bomen. Oorspronkelijk komen ze uit Noord-Amerika.
  • Ze worden gebruikt als alternatief geneesmiddel en aan de etherische oliën worden bijzondere effecten toegedicht: goed voor de stoffencirculatie, de huid, erotische aantrekkingskracht en zelfs voor de gevolgen van suikerziekte. Bewijzen ontbreken echter.
  • Sommige Acacia-soorten bevatten dimethyltryptamine en aanverwante hallucinogene stoffen die ook in sommige paddenstoelen zitten (paddo's), het extract hiervan wordt wel in smartshops verkocht.

Symbiose[bewerken]

In de tropen van Zuid-Amerika komen soorten voor, zoals de stierenhoorn-acacia (Acacia cornigera), die in symbiose leven met mieren. De planten hebben een aantal vreemde kenmerken:

  • er groeien kleine, witte of gele 'broodjes' aan de uiteinden van alle blaadjes van een blad;
  • er zitten grote, dikke stekels aan de planten;
  • de stengels en stekels zijn hol;
  • een plant heeft maar zelden parasieten, zolang die in de natuurlijke leefomgeving groeit.

Bepaalde hiernaar vernoemde mierensoorten, 'acaciamieren', leven in de holle delen van de plant en nemen de broodjes, vettige, suikerrijke uitscheidingen waar mieren dol op zijn, mee naar het nest. In ruil hiervoor beschermen ze de plant tegen plantenparasieten, maar ook grote planteneters zoals zelfs giraffen. Ze hebben een lange, harde tong die de stekels makkelijk aankan, maar giraffen kijken wel uit om een 'bewoonde' acacia op te eten. De mieren kunnen een vervelende beet toebrengen. De mieren spelen overigens geen rol bij de bestuiving van de plant.

Gebruik[bewerken]

Acacia catechu levert cachou of catechu.

Acacia senegal en Acacia seyal leveren Arabische gom. Arabische gom is een erg gewild ingrediënt met zeer veel toepassingen. Het woord seyal is het Arabische woord voor „stroom” is, want de acacia groeit ook inderdaad in de stroomdalen of wadi’s, waar in de regentijd rijkelijk water doorheen stroomt en die in de overigens droge woestijngebieden rondom de Dode Zee en zuidelijker in de Arabische Woestijn en op het Sinaï-schiereiland worden aangetroffen.

Acaciahout is vanwege de fijne nerf, de warme oranjebruine kleur en zijn duurzaamheid nog steeds zeer in trek voor schrijnwerk. De Egyptenaren uit de oudheid gebruikten het voor de klampen waarmee zij hun mummiekisten dichtmaakten en voor de bouw van hun boten.

Zie ook[bewerken]