Robinia (soort)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robinia
Robinia (Waterloo)
Robinia (Waterloo)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
Familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)
Onderfamilie: Papilionoideae
Geslacht: Robinia (robinia)
Soort
Robinia pseudoacacia
L. (1753)
Schors
Schors
Robinia op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Met de robinia, acacia, witte acacia of valse acacia wordt in Nederland en Vlaanderen meestal Robinia pseudoacacia bedoeld. Deze Noord-Amerikaanse boomsoort is genoemd naar vader en zoon Jean en Vespasien Robin, lijfartsen van koning Hendrik IV van Frankrijk, die in 1601 een robinia plantten in de tuin van het Louvre in Parijs. Dit was echter niet de eerste robinia in Europa; de robinia die nu nog bij het kasteel Doorwerth (Gelderland) te bewonderen is, zou zijn geplant op 23 januari 1579, ter gelegenheid van de totstandkoming van de Unie van Utrecht. Andere bronnen gaan ervan uit dat de boom in Doorwerth bij de Vrede van Nijmegen in 1678 is geplant. Een bordje bij de boom meldt dat de boom in 1601 door de Fransman Pierre Robin uit het oosten van de Verenigde Staten is meegenomen en niet lang erna in Doorwerth is geplant.

Naam[bewerken]

Robinia pseudoacacia verwijst enerzijds naar Jean Robin en anderzijds naar de acacia. Acacia komt van het Griekse akis: doorn. Robinia pseudoacacia behoort niet tot het geslacht Acacia maar lijkt er op in het bezit van scherpe stekels op de takken. Vandaar ook de soortsaanduiding "pseudoacacia". Men spreekt dan ook over Witte acacia of Valse acacia.[1]

Groei en kenmerken[bewerken]

Robinia pseudoacacia behoort tot de Vlinderbloemenfamilie. De standplaats van de robinia mag niet te vochtig zijn. De soort gedijt best op leemhoudende zandgrond, maar doet het ook goed op lichte kleigrond. Daar is de robinia een snelle groeier: jaarlijks tot een meter in de hoogte en een centimeter in de dikte. Uiteindelijk groeit de boom tot 30 m hoog en 50 cm dik. Er is een netto economische opbrengst van zaaghout mogelijk met robinia na minimaal 30 à 35 jaar.[2] Er zijn tussenopbrengsten uit dunningen mogelijk van paalhout. Het paalhout rot niet snel en is duurzamer dan sommige soorten geïmpregneerd hout. De robinia heeft echter een grillige groei en de snoei is daardoor arbeidsintensief vakwerk. Door zijn snelle groei is de robinia niet geschikt voor de kleine tuin. Voor dat doel zijn sommige cultivars ontwikkeld.

Bloeiwijze

De stam van de robinia heeft diepe groeven. De takken zijn kaal en hebben scherpe stekels. De bladeren groeien vrij laat en hebben 7 tot 19 eironde, gaafrandige deelbladeren. De boom bloeit in juni en juli. De bloemen zijn wit en vormen 10 tot 20 cm lange, sterk geurende trossen. De nectar kan 35 tot 59% suiker bevatten waardoor de boom veel bijen lokt.

In het najaar blijven 5 tot 15 cm lange kale peulen met zaden aan de boom hangen.[3] De kleine, harde zaden kunnen tot 30 jaar later nog kiemen.

Meerstammigheid komt vaak voor. Het wortelstelsel is breed en oppervlakkig. De wortels hebben knolletjes met bacteriën waardoor stikstof in de grond wordt gebracht.

De boom kan tot 200 jaar oud worden. Exemplaren ouder dan 250 jaar zijn zeldzaam.[4]

Gebruik[bewerken]

Robinia wordt als parkboom veel in steden aangeplant omdat deze plant niet alleen als een mooie verschijning met mooie bloemen wordt gezien, maar ook goed tegen vervuiling is bestand. Als productieboom levert hij hardhout van duurzaamheidsklasse 1 met een zeer hoge weerstand tegen aantasting door insecten en rot. Het kernhout van de robinia is bruinig tot groenig geel, het spinthout is wit en slechts enkele jaarringen dik.

Reeds vroeg werd het robiniahout vanwege zijn duurzaamheid gewaardeerd als steun voor wijnranken en vanwege zijn hardheid en sterkte (robinia is sterker dan eik) als grondstof voor wielspaken, laddersporten, houten kamwielen, nagels, pinnen en meubels, met name tuinmeubels. Maar zeker sinds het Europees importverbod voor niet duurzaam geteeld tropisch hardhout uit 2000 gaat hij de concurrentie aan met soorten als teak en meranti, met grote robinia-plantages in onder meer Polen, Slowakije en vooral Hongarije.[5] Robinia is het meest duurzame hout dat in ons klimaat kan groeien. Door de grillige groei, waarbij weinig lange rechte stammen ontstaan, en de stam niet zuiver rond wordt, is het lastig in grote maten te krijgen, en het hout vereist een zorgvuldige droging omdat het nogal werkt (kromtrekt, barst).

Door zijn wortelgestel is robinia een goede zandbinder op hellingen. Hierdoor kan erosie voorkomen worden in drogere gebieden.

De bloemen van de robinia leveren honing, die op de markt wordt gebracht als acaciahoning. Met de echte acacia heeft deze honing echter niets te maken. Hoewel alle bestanddelen van de robinia als giftig gelden voor zowel mens als dier, worden de robiniabloesems toch genuttigd, na ze door meel te halen en licht te bakken.
Bij het bewerken van het hout kan stof vrijkomen dat leidt tot misselijkheid, hoofdpijn en braakneigingen. De binnenschors is giftig; hiervan eten kan leiden tot verwijde pupillen, braken en diarree. Voor paarden is het zelfs dodelijk. Het eten van een aantal zaden kan dan weer leiden tot het uitvallen van orgaanfuncties. Daarom wordt de boom best niet geplant in de buurt van speelplaatsen voor kinderen.

De bloemen worden ook gebruikt voor het maken van parfum.[6]

Ecologie[bewerken]

Robinia is een exoot. Doordat hij snel groeit, een enorme kiemkracht heeft en er massaal nieuwe bomen opschieten vanuit de wortels, is hij erg invasief en zorgt hij voor bodemverrijking en verruiging door het afzetten van stikstof in de bodem. Hierdoor komen inheemse planten die leven op armere bodems in het gedrang en vermindert de biodiversiteit.[7] Uit ecologische overwegingen wordt de boom dan ook bestreden.

Galmug

De robiniagalmug (Obolodiplosis robiniae), die het blad van robinia's aantast, is bezig aan een snelle opmars door Europa en Azië. In 2003 werd de soort ontdekt in Italië, sinds 2005 wordt ze gevonden in België en in 2007 werd het insect ook aangetroffen op veel plaatsen in Nederland. Deze parasiet is afkomstig uit Amerika. De bladminerende microvlinder Phyllonorycter robiniella gebruikt robinia ook als waardplant en de microvlinder Epicallima formosella leeft in rottend hout van robinia en voedt zich met zwammen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. L. Vaes: Robinia (Robinia pseudoacacia Linnaeus). Ook de besten kunnen pesten. Karekiet, 2012, 43, 10.
  2. A. Oosterbaan, C.A. van den Berg, J.J. de Jong & A.F.M. Olsthoorn: Mogelijkheden en beperkingen voor de teelt van Robiniahout in Nederland. Wageningen: Alterra rapport 678, 2003, 54 pp.
  3. Gegevens van de boom
  4. H. Van Bogaert: Courante bomen. Tielt: Centrale Raiffeisenkas en Drukkerij-Uitgeverij Lannoo. ISBN 9020910388
  5. Kwaliteiten van het hout
  6. Gebruik van Robinia
  7. Bodemverrijkend en verdringing inheemse planten.