Boom (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Besneeuwde boomtoppen.

Een boom is een overblijvende plant met een verhoute stam en een kroon (kruin). Er is geen eensgezindheid over de omschrijving van een boom. De meeste definities noemen hoogte (minimaal vier meter) en het bezitten van één stam.

Een boom kan afhankelijk van de soort tot meer dan honderd meter hoog worden en groeien op zeer verschillende gronden. De mangrovesoorten groeien zelfs in brak water.

Een boom kan afhankelijk van de soort en de omstandigheden heel oud worden, van vele honderden tot enkele duizenden jaren. Zo kan de Japanse notenboom meer dan 1000 jaar oud worden: in China is de oudste Japanse notenboom ongeveer 3500 jaar. Wilg en populier behoren tot de boomsoorten die meestal niet meer dan honderd jaar oud worden.

Vanwege het formaat spelen bomen vaak een hoofdrol in een hele levensgemeenschap. Vogels bouwen er hun nest, mossen, korstmossen, schimmels en algen leven op de stam, op de takken en soms op de bladeren. Schimmels leven in symbiose met of parasitair op of in de boom. Insecten leven van de bladeren of het hout (onder andere houtworm). Sluipwespen parasiteren weer op deze insecten. Ook is de boom vanwege de vruchten en zaden een belangrijke voedselbron voor onder andere eekhoorns en vogels.

De mens gebruikt de boom naast voedselproductie en sier ook voor de productie van timmer- en brandhout.

Morfologie[bewerken]

Stam[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Stam (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
jaarringen van robinia
Houtboor met uitgeboorde kernen

De stam van de boom (Latijn: 'Lignum') bestaat uit een cilinder van hout. Om deze cilinder van hout bevindt zich een laag van delingsweefsel, het cambium, dat naar binnen toe hout (secundair xyleem) en naar buiten toe bastweefsel (secundair floeem) afzet. Hierdoor groeit de boom in de dikte: de zogenaamde secundaire diktegroei.

Afhankelijk van het klimaat kan een boom, al dan niet, groeiringen vormen. In het geval dat een boom elk jaar één ring vormt zijn dit dan zogenaamde "jaarringen", waaraan dan te schatten is hoe oud de boom is. Het staat echter niet zonder meer vast dat er elk jaar een ring gevormd wordt; ook schijnjaarringen komen voor.

Met behulp van een Presslerboor, een speciale houtboor die net zo werkt als een appelboor, kan van een levende boom tot in het hart van de stam een cilindervormig stukje hout uitgeboord worden. Hieraan kan dan de groeigeschiedenis van de boom afgelezen worden.

In enkele boomsoorten is meer dan één cambium aanwezig.

Reïteratie[bewerken]

Wanneer de hoofdstam van een boom is beschadigd kan een zijtak uitgroeien tot een dominante tak. Er wordt een nieuw begin gemaakt. Dit verschijnsel heet reïteratie (iteratie = "herhaling").

Ook wanneer een boom afgezaagd is, is het vermogen tot herstel zó groot, dat er uit de slapende knoppen (al bestaand) of adventiefknoppen (nieuw gevormd) nieuwe takken groeien. Bij sommige boomsoorten kan apicale dominantie er voor zorgen, dat één van deze takken uitgroeit tot een boom en dat de groei van de overige takken wordt onderdrukt. Het plantenhormoon auxine coördineert dit proces. Vaak treedt er echter een bossige groei op, waarna door snoeien alle takken (op één na) weggehaald moeten worden om weer een boom te krijgen.

Stabiliteit[bewerken]

Matige stabiliteit door oppervlakkige beworteling

Stabiliteit is belangrijk voor bomen. Een stabiele boom is voldoende bestand tegen gebeurtenissen als storm en zware sneeuwval. De stabiliteit van bomen kan worden uitgedrukt aan de hand van de h/d-verhouding. Dit is de verhouding tussen de hoogte in meters en de diameter op borsthoogte (dbh) in cm van de boom. De h/d-verhouding wordt berekend aan de hand van de volgende formule: \frac{h}{d} = \frac{boomhoogte}{dbh}*100

Hoe hoger de h/d-verhouding, hoe lager de stabiliteit van de boom. Vanaf een waarde van 90 wordt gesproken van een instabiele boom. In bossen kan de h/d-verhouding beïnvloed worden door concurrentie tussen bomen. Jonge bomen hebben vaak een hoge h/d-verhouding. Dit komt doordat jonge bomen eerst sterk naar het licht, en dus in de hoogte, groeien. Pas later wordt er geïnvesteerd in diktegroei. Zo ontstaan lange, dunne bomen. Voor deze jonge bomen is dit vaak geen groot probleem, zolang zij omringd worden door andere bomen. Als ze vrijgesteld worden, bijvoorbeeld vlak na een dunning, zijn ze extra gevoelig voor stormschade. De stabiliteit van een bos kan verhoogd worden met behulp van dunning. Door te dunnen krijgen bomen meer ruimte en kunnen ze diktegroei beginnen te ontwikkelen.

Een boom kan eveneens onstabiel worden doordat de stam van binnenuit begint te rotten. Als de stam een te groot aandeel rot hout vertoont, zal hij bij de volgende storm omvallen. Om dit te vermijden kan er een studie uitgevoerd worden via de VTA-techniek (Visual Tree Assessment), eventueel aangevuld met een onderzoek met de tomograaf. Aan de hand van het zo verkregen Tomogram kan de stabiliteit berekend worden.

Tak[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Tak (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
tak van walnoot

Een tak is een onderdeel van een boom of struik. Op de takken staan de blad-, bloem- en eventueel gemengde (bladeren en bloemen in dezelfde knop) knoppen. De knoppen kunnen tegenover elkaar, in kransen of verspreid staan. Aan het eind van de tak staat een eindknop. Officieel is een tak pas een tak als die drie jaar oud is. Daarvoor wordt het een twijg genoemd. Een twijg is dus een 1- of 2-jarige houtige stengel.

Blad[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Blad voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Naalden van fijnspar
Bladeren van de gewone esdoorn
Boomstronken met blootgespoelde wortels

De meeste bomen hebben bladeren. Ze zien er niet altijd uit als bladeren, maar hebben soms een zeer smalle bladschijf, zoals bij naaldbomen.Er zijn bladverliezende en groenblijvende bomen. De loofbomen in de gebieden buiten de tropen en subtropen verliezen hun blad om de koude periode te kunnen overleven. De meeste naaldbomen behouden echter hun naalden.

Loofbomen in de tropen kunnen afhankelijk van de soort hun blad behouden of verliezen. Bladverliezende soorten laten hun blad in de droge tijd vallen en passen daarmee hun waterbehoefte aan.

Wortel[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wortel (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


Uit het zaad wordt een hoofdwortel of penwortel gevormd. Deze wortel kan diep in de grond doordringen en zorgt voor een belangrijk deel voor de verankering van de boom. Door het wegspoelen van grond kunnen de wortels gedeeltelijk bloot komen te liggen. Sommige soorten maken ook luchtwortels.

Vrucht[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vrucht (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij bomen treedt pas bloei en vruchtdracht op nadat ze overgaan zijn van de juveniele naar de volwassen (adulte) fase. Dit kan variëren van enkele tot tientallen jaren. Daarnaast komt bij veel soorten beurtjaren voor. In het jaar met een zware vruchtdracht wordt wel van een mastjaar gesproken. Hierna treedt 1 tot 4 jaar geen vruchtdracht op, omdat de boom over onvoldoende reservestoffen beschikt. In de fruitteelt worden beurtjaren tegengegaan door de aanplant van rassen die weinig beurtjaar gevoelig zijn en door vruchtdunning.

Bloei kan optreden op kortloten, langloten of op beiden. Tussen de boomsoorten zijn hier verschillen in.

Aan bomen komen in het algemeen dezelfde typen vruchten voor als aan kruidachtige planten. Sommige bomen, zoals de cacaoboom, heeft cauliflore vruchten. De bloei en vruchtdracht vinden op de stam plaats. Cauliflorie maakt het mogelijk om zware vruchten te vormen, die door zwakkere takken niet gedragen zouden kunnen worden.

Gebruik[bewerken]

Gebruikstype[bewerken]

Bomen kunnen naar gebruikstype als volgt gerangschikt worden:

Hakhoutstoel[bewerken]

Een versteende boom uit de steenkoolmijn van Houthalen
Hakhoutstoel of stubbel in natuurgebied De Wilde Kamp bij Garderen

Door het winnen van hakhout in vroeger jaren zijn er zogenaamde hakhoutstoelen of strubben ontstaan. Een hakhoutstoel bestaat uit meerdere stammen, die allen tot hetzelfde individu behoren en kunnen wel twintig meter in doorsnee zijn. Op onder meer de Veluwe en in Drenthe komen nog hakhoutstoelen van de eik voor.

Dood hout[bewerken]

Dood hout wordt in het bijzonder in de biotoop- en soortenbescherming gebruikt als verzamelbegrip voor afgestorven bomen of delen daarvan. Grofweg onderscheidt men daarin staand dood hout, oftewel nog niet omgevallen afgestorven bomen of hun delen, en liggend dood hout, dat al op de grond ligt.

Religie[bewerken]

Wereldwijd worden bomen gebruikt als heiligdom en in West-Europa was dit vooral in voorchristelijke tijden het geval. Bij deze bomen voerde men rituelen uit. Een voorbeeld van een nog steeds bestaande boom is de Heilige Eik bij Den Hout (Oosterhout).

Ook in vroeg-christelijke tijden werden bomen gebruikt. Zo bestonden er lapjes- of koortsbomen, waaraan lijfgoed werd gehangen in de veronderstelling dat koorts daardoor verminderde. Anno 2005 zijn er nog steeds lapjes- of koortsbomen te vinden in het Liesbos bij Breda en bij de Sint-Walrickskapel van Overasselt. Vergelijkbaar is de breukenboom in Yde.

Ook de kinderboom, de boom waar de kinderen vandaan komen, is een overblijfsel van oud bijgeloof. Zie ook boomheiligdom.

Uitspraken over bomen[bewerken]

  • Als ik wist dat de wereld morgen vergaat, dan zou ik vandaag een boom planten. Maarten Luther
  • De lier aan de wilgen hangen.
  • De appel valt niet ver van de boom.
  • De kat uit de boom kijken.
  • Hoge bomen vangen veel wind.
  • Boompje groot - plantertje dood.
  • Door de bomen het bos niet meer zien.
  • Een boom valt niet bij de eerste slag.
  • Een boom van een kerel.

Zuurstof en fijnstof[bewerken]

De bladeren van een boom vormen glucose met behulp van (zon)licht en koolzuurgas uit de lucht , terwijl de wortels water, zuurstof en voedingszouten uit de bodem opnemen. Hieruit kan een boom koolhydraten vormen die hij nodig heeft voor de vorming van bladeren, knoppen en ook voor de lengte- en diktegroei. Dit vermogen heeft een boom dankzij de bladgroenkorrels in de bladeren. Deze bladgroenkorrels geven de groene kleur aan het blad en zij zorgen met behulp van (zon)licht voor het proces van de fotosynthese. Bij dit proces ontstaan naast koolhydraten ook zuurstof die noodzakelijk is bij de ademhaling van dieren en mensen. Een honderd jaar oude beuk met een bladoppervlak van 1.500 m² kan in de jaarlijkse zuurstofbehoefte van tien mensen voorzien. Bovendien nemen de bladeren van deze boom in de maanden dat de boom in blad staat nog eens 2,83 m³ fijnstof op en kan deze na elke regenbui weer dezelfde hoeveelheid stof opnemen.

Opmerkelijke bomen in België[bewerken]

De zomereik van Enghien
Dikke zomereik van Verwolde

Markante bomen in Nederland[bewerken]

  • De hoogste boom in Nederland staat op het koninklijke landgoed Het Loo bij Apeldoorn. Het betreft een enorme douglasspar van 49,75 meter hoog die tussen 1860 en 1870 geplant is.
  • De Kroezeboom van Fleringen, nabij Tubbergen. Geschatte leeftijd 400 tot 500 jaar.
  • De Dikke Boom van Verwolde, bij Laren (Gelderland). Geschatte leeftijd 450 jaar.
  • De Wodanseiken van Wolfheze. Geschatte leeftijd 300 tot 450 jaar.
  • De Kroezeboom van Ruurlo. Geschatte leeftijd 350 tot 400 jaar.
  • De Kozakkeneik van Delden. Geschatte leeftijd 350 jaar.
  • Verschillende eiken bij Paleis Het Loo, Apeldoorn. Geschatte leeftijd 310 jaar.
  • De Reuzeneik van Vorden. Geschatte leeftijd 300 jaar.
  • De Zomereik op Landgoed Hilverbeek, 's-Graveland. Geschatte leeftijd 300 jaar.
  • De Julianabeuk in Dwingeloo. Geschatte leeftijd 450-500 jaar oud. In maart 2011 omgezaagd door aantasting van schimmel op de stam.
  • De Linde van Sambeek heeft een stamomtrek van 7,9 meter en is daarmee de dikste linde van Nederland. Ook wordt het de oudste boom van Nederland genoemd. Hoewel de boom door sommigen ouder wordt geschat, ligt de leeftijd waarschijnlijk tussen de 350 en 500 jaar.
  • De Moeierboom (een zomerlinde) te Etten-Leur. Geschatte leeftijd 300-350 jaar.
  • De Plataan in Elden bij het witte kerkje. Geschatte leeftijd 300-325 jaar.
  • Reuzenbeuk, op Landgoed den Bramel bij Vorden. Had een omtrek van 744 cm. In 2009 is de boom gestorven en gekortwiekt. Geschatte leeftijd 300 tot 350 jaar.
  • De dikste boom van Nederland is de Kabouterboom, een tamme kastanje (Castanea sativa) in het nationaal park Berg en Dal bij Beek-Ubbergen, met een stamomtrek van 8,33 m. Geschatte Leeftijd: 350-400 jaar oud.

Zie ook[bewerken]

Indeling van planten
naar levensduur: naar groeivorm:

Externe links[bewerken]

Levensvorm, groeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde · secundaire diktegroei · stele · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel ·
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: anthotaxis · bijkelk · bloeiwijze · bloem · bloembekleedsel · bloembodem · bloemdek · bloemdekblad · bloemgestel · bloemkroon · bloemstengel · bractee · carpel · gametofyt · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmknop · hoogteblad · hypanthium · inflorescentie · integument · kelk · kelkblad · kroonblad · meeldraad · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · perianth · perigoon · petaal · pollenbuis · sepaal · sporangium · spore · sporofyt · stamper · stijl · tepaal · vruchtblad · zaadbeginsel
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · epigeaal · endosperm · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadbeginsel · zaadhuid · zaadknop · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & Anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: Algologie · Bryologie · Fycologie · Lichenologie · Mycologie · Pteridologie
Paleobotanie: Archeobotanie · Dendrochronologie · Fossiele planten · Gyttja · Palynologie · Pollenzone · Varens · Veen
Plantenanatomie & Plantenmorfologie: Beschrijvende plantkunde · Apoplast · Blad · Bladgroenkorrel · Bladstand · Bloeiwijze · Bloem · Bloemkroon · Boomkruin · Celwand · Chloroplast · Collenchym · Cortex · Cuticula · Eicel · Epidermis · Felleem · Fellogeen · Felloderm · Fenologie · Floëem · Fytografie · Gameet · Gametofyt · Groeivorm · Haar · Houtvat · Huidmondje · Hypodermis · Intercellulair · Intercellulaire ruimte · Kelk · Kroonblad · Kurk · Kurkcambium · Kurkschors · Levensduur · Levensvorm · Merg · Meristeem · Middenlamel · Palissadeparenchym · Parenchym · Periderm · Plantaardige cel · Plastide · Schors · Sklereïde · Sklerenchym · Spermatozoïde · Sponsparenchym · Sporofyt · Stam · Steencel · Stengel · Stippel · Symplast · Tak · Thallus · Topmeristeem · Trachee · Tracheïde · Tylose · Vaatbundel · Vacuole · Vrucht · Wortel · Xyleem · Zaad · Zaadcel · Zeefvat · Zygote
Plantenfysiologie: Ademhaling · Bladzuigkracht · Evapotranspiratie · Fotoperiodiciteit · Fotosynthese · Fytochemie · Plantenfysiologie · Plantenhormoon · Rubisco · Transpiratie · Turgordruk · Winterhard
Plantengeografie: Adventief · Areaal · Beschermingsstatus · Bioom · Endemisme · Exoot · Flora · Floradistrict · Floristiek · Invasieve soort · Status · Stinsenplant · Uitsterven · Verspreidingsgebied
Floradistricten: District IJsselmeerpolders (Y) · Drents district (Dr) · Duindistricten (Du) · Estuariën district (E) · Fluviatiel district (F) · Gelders district (G) · Hafdistricten (H) · Kempens district (K) · Laagveendistrict (L) · Maritiem district (M) · Noordelijk kleidistrict (N) · Pleistocene districten (P) · Renodunaal district (R) · Subcentroop district (S) · Urbaan district (Ur) · Vlaams district (V) · Waddendistrict (W) · Zuid-Limburgs district (Z)
Plantensystematiek: APG II-systeem · APG III-systeem · Algen · Botanische naam · Botanische nomenclatuur · Cladistiek · Cormophyta · Cryptogamen · Classificatie · Embryophyta · Endosymbiontentheorie · Endosymbiose · Evolutie · Fanerogamen · Fylogenie · Generatiewisseling · Groenwieren · Hauwmossen · Korstmossen · Kranswieren · Landplanten · Levenscyclus · Levermossen · Mossen · Roodalgen · Taxonomie · Type · Varens · Zaadplanten · Zeewier
Vegetatiekunde & Plantenoecologie: Abundantie · Associatie · Bedekking · Biodiversiteit · Biotoop · Boomlaag · Bos · Braun-Blanquet (methode) · Broekbos · Climaxvegetatie · Clusteranalyse · Concurrentie · Constante soort · Differentiërende soort · Ecologische groep · Ellenberggetal · Gradiënt · Grasland · Heide · Kensoort · Kruidlaag · Kwelder · Minimumareaal · Moeras · Moslaag · Ordinatie · Pioniersoort · Plantengemeenschap · Potentieel natuurlijke vegetatie · Presentie · Regenwoud · Relevé · Ruigte · Savanne · Schor · Steppe · Struiklaag · Struweel · Successie · Syntaxon · Syntaxonomie · Tansley (methode) · Toendra · Tropisch regenwoud · Trouw · Veen · Vegetatie · Vegetatieopname · Vegetatiestructuur · Vegetatietype · Vergrassing · Verlanding
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek