Dendrochronologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jaarringen in omgezaagde plataan.
Houtboor met twee uitgeboorde kernen voor het verrichten van dendrochronologisch onderzoek.

Dendrochronologie of jaarring(en)onderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.

Bomen in een gematigd klimaat groeien maar een deel van het jaar: in de winter vindt geen groei plaats. Onder gunstige omstandigheden groeit de boom snel en zijn de cellen groot en wijd; wordt het weer slechter dan worden ook de cellen kleiner en de laag dichter. Als gevolg hiervan is op de doorsnee van een stam een lijnenpatroon van concentrische ringen zichtbaar (zie ook hout).

Dit maakt het mogelijk de bereikte leeftijd te bepalen van een omgezaagde boom, door het aantal ringen tussen de rand en het centrum te tellen.

Voor het bekijken van de ringen is het overigens niet noodzakelijk dat de boom omgezaagd wordt. Met een speciale houtboor kan een boorkern uit de boom gehaald worden, waaraan de groeiringen te bekijken zijn.

Er is echter méér mogelijk. In droge en natte jaren, of in koude en warme, zullen bomen ringen van een verschillende breedte vormen. Bomen in hetzelfde gebied zijn aan dezelfde klimaatomstandigheden blootgesteld, met als gevolg dat aan bomen in dat gebied de sequenties van dikke en dunne jaarringen van boom tot boom vergelijkbaar zijn. Deze patronen kunnen worden vastgelegd door een doorsnee van het hout onder het microscoop te leggen en de breedte van iedere jaarring nauwkeurig op te meten.

Hierbij is wel de nodige voorzichtigheid gewenst: in bepaalde situaties kan een boom een afwijkend ringpatroon vertonen. Dit kan bijvoorbeeld door de bodemgesteldheid komen.

De dendrochronologie is niet beperkt tot hout van levende bomen. Het is mogelijk een stuk oud hout te vinden dat in de jaarringsequentie deels overeenkomt met die van een oude boom van bekende leeftijd (bijvoorbeeld een boorkernmonster uit een zeer oude, nog levende boom). Daarmee is dan het tijdvak bekend waarin het onbekende stuk hout is gegroeid. Naarmate dat stuk hout daarnaast ook nog jaarringen vertoont die ouder zijn dan het bekende stuk, is de dateringskalender daarmee weer uit te breiden. Als er maar genoeg hout van verschillende leeftijden vergeleken wordt (een dankbare bron van zulk oud hout is bijvoorbeeld een in een veenmoeras opgegraven stam) kan zo een complete kalender geconstrueerd worden. Voor Nederland zijn op deze wijze sequenties geconstrueerd die dateringen mogelijk maken bijna tot aan de vorige ijstijd (circa tienduizend jaar geleden).

Deze techniek heeft vele toepassingen; bijvoorbeeld kon van een aantal toeschrijvingen van schilderijen aan oude meesters worden aangetoond dat ze onjuist waren, omdat de boom, waaruit het paneel gezaagd was waar het schilderij op was gemaakt, pas na het overlijden van de schilder bleek te zijn geveld. Ook bij muziekinstrumenten uit de violen-familie wordt deze techniek toegepast. Niet alleen de zogenaamde terminus post quem, de vroegst mogelijke bouwdatum van het instrument, kan worden bepaald, maar ook kan men inzicht in de houthandel en het gebruik van hout in verschillende werkplaatsen krijgen. Een interessant voorbeeld is de ontdekking, dat de beroemde Messias Stradivarius uit dezelfde stam gemaakt is als een viool van Pietro Giacomo Rogeri.

Bij archeologische opgravingen worden vaak stukken hout aangetroffen. Indien deze stukken hout voldoende ringen (meer dan 60) hebben kunnen deze met behulp van dendrochronologie gedateerd worden. Hierdoor is het mogelijk om de kap van bomen voor de bouw van bijvoorbeeld een beschoeiing, waterput of gebouw tot op het jaar (seizoen) nauwkeurig te dateren.

Ook zijn dendrochronologische vondsten gebruikt om ijkpunten voor de datering met koolstof 14 te verkrijgen.

Een bekende en ook veelzijdige Nederlandse dendrochronologe is Esther Jansma, sinds 2007 hoogleraar in het vak aan de Universiteit van Utrecht. Een interview met haar verscheen in september 2008 in het weekblad Elsevier [1].

Zie ook[bewerken]

  • Dateringsmethoden.
  • Sclerochronologie bestudeert op vergelijkbare wijze als de dendrochronologie periodieke patronen (jaarbandering, jaarringen) in skeletten en andere harde weefsels van dieren.

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Liesbeth Wytzes (2008) Esther Jansma, dichter en wetenschapper: "Ik weet alleen iets van de laatste 10.000 jaar", Elsevier, 20 september 2008 (jrg. 64, nr. 38), pp. 34-36.
Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: Algologie · Bryologie · Fycologie · Lichenologie · Mycologie · Pteridologie
Paleobotanie: Archeobotanie · Dendrochronologie · Fossiele planten · Gyttja · Palynologie · Pollenzone · Varens · Veen
Plantenanatomie & Plantenmorfologie: Beschrijvende plantkunde · Apoplast · Blad · Bladgroenkorrel · Bladstand · Bloeiwijze · Bloem · Bloemkroon · Boomkruin · Celwand · Chloroplast · Collenchym · Cortex · Cuticula · Eicel · Epidermis · Felleem · Fellogeen · Felloderm · Fenologie · Floëem · Fytografie · Gameet · Gametofyt · Groeivorm · Haar · Houtvat · Huidmondje · Hypodermis · Intercellulair · Intercellulaire ruimte · Kelk · Kroonblad · Kurk · Kurkcambium · Kurkschors · Levensduur · Levensvorm · Merg · Meristeem · Middenlamel · Palissadeparenchym · Parenchym · Periderm · Plantaardige cel · Plastide · Schors · Sklereïde · Sklerenchym · Spermatozoïde · Sponsparenchym · Sporofyt · Stam · Steencel · Stengel · Stippel · Symplast · Tak · Thallus · Topmeristeem · Trachee · Tracheïde · Tylose · Vaatbundel · Vacuole · Vrucht · Wortel · Xyleem · Zaad · Zaadcel · Zeefvat · Zygote
Plantenfysiologie: Ademhaling · Bladzuigkracht · Evapotranspiratie · Fotoperiodiciteit · Fotosynthese · Fytochemie · Plantenfysiologie · Plantenhormoon · Rubisco · Transpiratie · Turgordruk · Winterhard
Plantengeografie: Adventief · Areaal · Beschermingsstatus · Bioom · Endemisme · Exoot · Flora · Floradistrict · Floristiek · Invasieve soort · Status · Stinsenplant · Uitsterven · Verspreidingsgebied
Floradistricten: District IJsselmeerpolders (Y) · Drents district (Dr) · Duindistricten (Du) · Estuariën district (E) · Fluviatiel district (F) · Gelders district (G) · Hafdistricten (H) · Kempens district (K) · Laagveendistrict (L) · Maritiem district (M) · Noordelijk kleidistrict (N) · Pleistocene districten (P) · Renodunaal district (R) · Subcentroop district (S) · Urbaan district (Ur) · Vlaams district (V) · Waddendistrict (W) · Zuid-Limburgs district (Z)
Plantensystematiek: APG II-systeem · APG III-systeem · Algen · Botanische naam · Botanische nomenclatuur · Cladistiek · Cormophyta · Cryptogamen · Classificatie · Embryophyta · Endosymbiontentheorie · Endosymbiose · Evolutie · Fanerogamen · Fylogenie · Generatiewisseling · Groenwieren · Hauwmossen · Korstmossen · Kranswieren · Landplanten · Levenscyclus · Levermossen · Mossen · Roodalgen · Taxonomie · Type · Varens · Zaadplanten · Zeewier
Vegetatiekunde & Plantenoecologie: Abundantie · Associatie · Bedekking · Biodiversiteit · Biotoop · Boomlaag · Bos · Braun-Blanquet (methode) · Broekbos · Climaxvegetatie · Clusteranalyse · Concurrentie · Constante soort · Differentiërende soort · Ecologische groep · Ellenberggetal · Gradiënt · Grasland · Heide · Kensoort · Kruidlaag · Kwelder · Minimumareaal · Moeras · Moslaag · Ordinatie · Pioniersoort · Plantengemeenschap · Potentieel natuurlijke vegetatie · Presentie · Regenwoud · Relevé · Ruigte · Savanne · Schor · Steppe · Struiklaag · Struweel · Successie · Syntaxon · Syntaxonomie · Tansley (methode) · Toendra · Tropisch regenwoud · Trouw · Veen · Vegetatie · Vegetatieopname · Vegetatiestructuur · Vegetatietype · Vergrassing · Verlanding