Abundantie (ecologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip abundantie is in de vegetatiekunde een maat voor de talrijkheid van voorkomen van een plantensoort op een bepaalde oppervlakte.

De oppervlakte vegetatie die daarbij moet geïnventariseerd worden, is afhankelijk van het soort vegetatie.

Als richtlijn wordt dikwijls genomen:

Om de abundantie te meten, kan gebruik worden gemaakt van de vegetatieschaal van Tansley[1] uit 1946, die werkt met lettercodes. In België en Nederland wordt vaak een eenvoudige vorm ervan toegepast met de volgende indeling:

  • D(ominant): soort overheerst op alle andere soorten
  • A(bundant): soort is talrijk voorkomend
  • F(requent): soort komt regelmatig voor
  • O(ccasioneel): soort komt af en toe voor
  • Z(eldzaam): soort komt slechts sporadisch voor met één enkele plant

Vaak wordt de abundantie en de bedekking gecombineerd geschat, zoals in de schaal van Braun-Blanquet

[bewerken] Referenties

  1. Tansley, A.G. (1946) Introduction to plant ecology. Allen&Unwin, Londen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen