Veen (grondsoort)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afgestoken veenlaag
Hoge Venen, België
Veenvormend moerasbos in Polen
Veenlens in de Grote Geule, België
Turfwinning in Drents hoogveengebied in 1942

Veen is een natte zuurstofarme en sponsachtige grondsoort, die is opgebouwd uit gehumificeerd plantaardig materiaal. Het ontstaat in moerassen. Gedroogd is het brandbaar en staat het bekend als turf. In Noord- en West-Nederland worden uitgestrekte veengebieden al honderden jaren vooral als weidegebied voor koeien gebruikt. Drassige gronden en veengebieden of veenmoerassen waar turf werd of wordt gestoken, werden vroeger ook wel moer genoemd. Wanneer veen aan toenemende druk en temperatuur wordt blootgesteld vormt zich bruinkool.

Veengrond[bewerken]

Veengronden bestaan voor het grootste deel uit organisch sediment. Veen komt in Nederland ook op grotere diepten voor, als zand-op-veen en klei-op-veen, bijvoorbeeld in Groningen en Drenthe. Het is een bijzondere bodemafzetting doordat het biogeen sediment is. Omdat het ter plaatse is gevormd, wordt het sedentaat genoemd.

Veenvorming[bewerken]

Normaal gesproken wordt dood plantenmateriaal snel afgebroken door de aanwezigheid van zuurstof en de werking van bacteriën. Vooral bij hoge temperaturen en droge omstandigheden gaat de afbraak snel. Bij aerobe afbraak ontstaan dan water en koolstofdioxide. Bij de afwezigheid van zuurstof treedt echter anaerobe afbraak op, waarbij methaan ontstaat. In natte en vochtige omstandigheden gaat de afbraak langzamer dan de ophoping, waardoor veenvorming optreedt. Veen komt vooral voor in gematigde vochtige streken. In Nederland en België is het meeste veen gevormd in het Atlanticum, waarschijnlijk door het vochtoverschot dat optrad door de overgang van naaldbos naar loofbos in die periode en de stijging van de grondwaterspiegel onder invloed van de zeespiegelstijging.

Indeling[bewerken]

Veensoorten verschillen sterk, afhankelijk van de ligging ten opzichte van het grondwater en van de voedselrijkdom.

Ligging ten opzichte van het grondwater[bewerken]

Gebaseerd op de ligging ten opzichte van het grondwater tijdens de veenvorming is de volgende indeling te maken:

Laagveen[bewerken]

Laagveen heeft als belangrijkste kenmerk dat het veen onder invloed van het grondwater ontstaan is. De aard van het laagveen hangt enigszins af van de grondwaterkwaliteit die zelf weer afhangt van de bodem. Die is zelden zeer voedselarm. Zodoende raken grondwaterafhankelijke plassen altijd begroeid met steeds meer planten.

Limnisch veen wordt onder de waterspiegel gevormd, telmatisch veen in de zone rond de waterspiegel. Juist daarboven wordt terrestrisch veen gevormd, dat over het algemeen echter snel oxideert tijdens het uitdrogen, behalve als hoogveenvorming optreedt.

Op den duur beginnen afgestorven plantenresten de begroeiing te isoleren van het grondwater zodat de voedingsstoffen opraken en verzuring optreedt. Bovenop het laagveen kan zodoende een veenheide of zelfs hoogveen ontstaan. Bijvoorbeeld in de Nieuwkoopse plassen is op veel plaatsen fraai te zien hoe bovenop een typisch voedselrijke (grondwaterafhankelijke) begroeiing zoals een (drijvend!) rietveld met lisdodden, het riet 'hol gaat staan' wanneer de zode te dik wordt en zich soorten van een extreem zuur (regenwater-)milieu gaan vestigen zoals veenmos, zonnedauw, heidekartelblad en veenpluis.

Hoogveen[bewerken]

Hoogveenlandschap met zeer zure veengrond, de zgn. Moors, in het Peak District in Noord-Engeland

Hoogveen heeft als belangrijkste kenmerk dat het ontstaan is onder invloed van regenwater, zogenaamd ombrogeen veen. Het is altijd oligotroof. Het belangrijkste bestanddeel is veenmos (Sphagnum) dat grote hoeveelheden water in zich kan opnemen en in opgezwollen toestand voor meer dan 90 procent uit water kan bestaan. Bovendien kan het goed in zure omstandigheden groeien die ontstaan doordat regenwater uit zichzelf al lichtelijk zuur en niet gebufferd is. Het milieu is extreem voedselarm en ontstaat als er de dode plantenresten op een ondoorlatende humusrijke ondergrond liggen, zodat er geen voedselrijk water meer kan binnendringen. Veen dat voornamelijk door veenmos gevormd is wordt ook veenmosveen genoemd.

Het komt in onontgonnen vorm in Nederland nog op slechts enkele plaatsen voor, zoals het Bargerveen bij Schoonebeek in Drenthe, het Aamsveen bij Enschede, en in de Groote Peel in Noord-Brabant, omdat een zeer groot deel in de 19e eeuw is afgegraven voor brandstofvoorziening. In België bevindt zich op de Hoge Venen (Hohes Venn of Hautes Fagnes) nog een grote hoeveelheid hoogveen.

De bovenste laag (40-50 cm) wordt bonkaarde genoemd en is niet geschikt om er turf van te maken. Deze bonkaarde werd in de Groningse, Drentse en Friese veenderijen vermengd met de zandgrond die na het afgraven van het veen tevoorschijn kwam en vormde zo de dalgrond, die met goede bemesting en ontwatering een redelijke landbouwgrond vormt. In de Peel gebeurde dit niet, daar werd de vale turf, zoals men het daar noemde, verwerkt tot turfmolm.

De onderste laag (30-40 cm) wordt dargveen genoemd. Deze is sterk samengeperst en bevat vaak 'kienhout'. Dit zijn wortels en delen van stammen van bomen die in het veen nog als eventueel platgedrukte, maar wel herkenbare, resten aanwezig zijn.

Verdronken hoogveen[bewerken]

Nog steeds wordt wel de indeling van veen naar de huidige ligging ten opzichte van het grondwaterniveau aangehouden. Men meende aanvankelijk dat het laaggelegen veen in West- en Noord-Nederland ook rond de waterspiegel, dus als laagveen, was ontstaan. Rond 1930 bleek echter dat veel van dit veen bestaat uit sphagnumveen dat door de latere stijging van het grondwaterniveau is verdronken. Het onderscheid dat natte vervening de vervening van laagveen, en droge vervening de vervening van hoogveen was bleek dus niet juist te zijn.

Nog steeds valt waar te nemen, hoe gemakkelijk veenmosveen zich bovenop laagveen kan vormen. Als een rietkragge almaar dikker wordt, kan het doorgaans voedselrijke water de bovenkant van de kragge niet meer bereiken en treedt verzuring op. De rietkragge gaat 'hol staan' en maakt geleidelijk plaats voor veenmos, veenpluis en uiteindelijk heide-achtige begroeiingen met bijvoorbeeld zonnedauw en kartelblad.

Voedselrijkdom[bewerken]

Gebaseerd op de voedselrijkdom is de volgende indeling te maken:

  • Eutroof veen, dit is voedselrijk veen, ontstaan door slibhoudend water. Eutroof veen is als gevolg van de grondwaterkwaliteit zoet of brak. De vegetatie van zoet eutroof veen is broek- en ooibos (els, wilg, populier) en riet. De vegetatie van het brakke veen is riet.
  • Mesotroof veen, dit is matig voedselrijk veen, ontstaan door kwelwater. De dominante begroeiing is zegge.
  • Oligotroof veen, dit is voedselarm veen, dat wordt gevoed door regenwater. Op dit type veen bestaat de begroeiing vooral uit veenmossen.

Dominante begroeiing waaruit het veen is ontstaan[bewerken]

Veen wordt ook ingedeeld naar de soorten die dominant waren in de begroeiing van waaruit het veen ontstaan is. In dit geval worden onderscheiden:

  • Rietveen: Veen bestaande uit de resten van waterplanten zoals riet.
  • Zeggeveen: veen bestaande uit de resten van een vegetatie gedomineerd door zeggen. Ook mossen zijn in deze vegetatie vertegenwoordigd.
  • Bosveen: veen bestaande uit de resten van bossen.
  • Veenmosveen Veen bestaande uit de resten van veenmos. Veenmos heeft zoals boven vermeld de eigenschap water op te zuigen daardoor kan het boven de grondwaterspiegel blijven groeien. Het staat voornamelijk onder invloed van regenwater is daardoor voedselarm.

Klei-op-veen[bewerken]

In grote delen van Holland en andere gebieden in Nederland is er in het Holoceen, tijdens de vorming van de Westlandformatie, een dunne laag (minder dan een meter) jonge klei op hoofdzakelijk laagveen afgezet.

Veenverzakkingen[bewerken]

Veenverzakking of veenoxidatie vindt zijn oorzaak in de aard van het bodemmateriaal. Veen bestaat grotendeels uit plantaardig materiaal. Zoals elk organisch materiaal verteert ook veen. Als het onder water staat, gaat dat verteren heel langzaam. Als de bodem geschikt moet worden gemaakt voor agrarisch gebruik of voor woningbouw, moet meestal het grondwaterpeil worden verlaagd. Dit heeft tot gevolg dat het plantaardig materiaal in contact komt met zuurstof uit de lucht en daardoor oxideert met als gevolg volumeafname; er treedt bodemdaling op. Deze oxidatie van de veenbodem is onomkeerbaar. De vele honderden kilometers veenkade die Nederland kent zijn ontstaan door dit natuurlijke proces. Het veen van het achterland klonk in na oxidatie door ontwatering, maar de oevers langs de waterlopen bleven door water verzadigd op de oude hoogte. Als nu de waterstand tijdelijk daalt en de kade de kans krijgt te verdrogen is het optreden van verzakkingen en doorbraak niet denkbeeldig. Dat dit inderdaad plaats kan vinden blijkt uit de kadebreuk van Wilnis in 2003.

Ook voor de aanleg van wegen en spoorlijnen wordt de waterstand soms verlaagd, waardoor uiteindelijk verzakkingen kunnen optreden. Een goed voorbeeld hiervan is Gouda waar door veenverzakkingen de gemeente zo erg op kosten wordt gejaagd dat ze bijna 40 jaar lang een artikel 12-status heeft gehad.

Lijst van hoogveennatuurgebieden[bewerken]

Nederland[bewerken]


België[bewerken]

Andere landen[bewerken]

Lijst van laagveennatuurgebieden[bewerken]

Nederland[bewerken]


Frankrijk[bewerken]

Plaatsnamen met 'veen' in de naam[bewerken]

Zutphen heeft geen 'veen' meer in de naam, maar is afgeleid van zuid-veen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: Algologie · Bryologie · Fycologie · Lichenologie · Mycologie · Pteridologie
Paleobotanie: Archeobotanie · Dendrochronologie · Fossiele planten · Gyttja · Palynologie · Pollenzone · Varens · Veen
Plantenanatomie & Plantenmorfologie: Beschrijvende plantkunde · Apoplast · Blad · Bladgroenkorrel · Bladstand · Bloeiwijze · Bloem · Bloemkroon · Boomkruin · Celwand · Chloroplast · Collenchym · Cortex · Cuticula · Eicel · Epidermis · Felleem · Fellogeen · Felloderm · Fenologie · Floëem · Fytografie · Gameet · Gametofyt · Groeivorm · Haar · Houtvat · Huidmondje · Hypodermis · Intercellulair · Intercellulaire ruimte · Kelk · Kroonblad · Kurk · Kurkcambium · Kurkschors · Levensduur · Levensvorm · Merg · Meristeem · Middenlamel · Palissadeparenchym · Parenchym · Periderm · Plantaardige cel · Plastide · Schors · Sklereïde · Sklerenchym · Spermatozoïde · Sponsparenchym · Sporofyt · Stam · Steencel · Stengel · Stippel · Symplast · Tak · Thallus · Topmeristeem · Trachee · Tracheïde · Tylose · Vaatbundel · Vacuole · Vrucht · Wortel · Xyleem · Zaad · Zaadcel · Zeefvat · Zygote
Plantenfysiologie: Ademhaling · Bladzuigkracht · Evapotranspiratie · Fotoperiodiciteit · Fotosynthese · Fototropie · Fytochemie · Gaswisseling · Geotropie · Heliotropisme · Nastie · Plantenfysiologie · Plantenhormoon · Rubisco · Stikstoffixatie · Stratificatie · Transpiratie · Turgordruk · Winterhard · Vernalisatie · Worteldruk
Plantengeografie: Adventief · Areaal · Beschermingsstatus · Bioom · Endemisme · Exoot · Flora · Floradistrict · Floristiek · Invasieve soort · Status · Stinsenplant · Uitsterven · Verspreidingsgebied
Floradistricten: District IJsselmeerpolders (Y) · Drents district (Dr) · Duindistricten (Du) · Estuariën district (E) · Fluviatiel district (F) · Gelders district (G) · Hafdistricten (H) · Kempens district (K) · Laagveendistrict (L) · Maritiem district (M) · Noordelijk kleidistrict (N) · Pleistocene districten (P) · Renodunaal district (R) · Subcentroop district (S) · Urbaan district (Ur) · Vlaams district (V) · Waddendistrict (W) · Zuid-Limburgs district (Z)
Plantensystematiek: APG II-systeem · APG III-systeem · Algen · Botanische naam · Botanische nomenclatuur · Cladistiek · Cormophyta · Cryptogamen · Classificatie · Embryophyta · Endosymbiontentheorie · Endosymbiose · Evolutie · Fanerogamen · Fylogenie · Generatiewisseling · Groenwieren · Hauwmossen · Korstmossen · Kranswieren · Landplanten · Levenscyclus · Levermossen · Mossen · Roodalgen · Taxonomie · Type · Varens · Zaadplanten · Zeewier
Vegetatiekunde & Plantenoecologie: Abundantie · Associatie · Bedekking · Biodiversiteit · Biotoop · Boomlaag · Bos · Braun-Blanquet (methode) · Broekbos · Climaxvegetatie · Clusteranalyse · Concurrentie · Constante soort · Differentiërende soort · Ecologische groep · Ellenberggetal · Gradiënt · Grasland · Heide · Kensoort · Kruidlaag · Kwelder · Minimumareaal · Moeras · Moslaag · Ordinatie · Pioniersoort · Plantengemeenschap · Potentieel natuurlijke vegetatie · Presentie · Regenwoud · Relevé · Ruigte · Savanne · Schor · Steppe · Struiklaag · Struweel · Successie · Syntaxon · Syntaxonomie · Tansley (methode) · Toendra · Tropisch regenwoud · Trouw · Veen · Vegetatie · Vegetatieopname · Vegetatiestructuur · Vegetatietype · Vergrassing · Verlanding
Icoontje WikiWoordenboek Zoek veen op in het WikiWoordenboek.