Waterland (regio)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geringe hoogteverschillen tussen land en water in Waterland
Kleine Meer en Groote Meer nabij Zuiderwoude
De situatie in Waterland in 1288: de Waterlandse Zeedijk omringt het Waterland, maar de binnenmeren ten noorden staan nog in open verbinding met de Zuiderzee.

Waterland is een streek in de Nederlandse provincie Noord-Holland. Het is een laaggelegen veenweidegebied doorsneden door vele sloten en vaarten. De ondergrond bestond oorspronkelijk uit veen bovenop door de zee gedeponeerde afzettingen. Door overstromingen vanuit de Zuiderzee kwam daar later weer een laagje klei overheen.

De huidige streek Waterland omvat het gebied van de huidige gemeenten Landsmeer, Purmerend (behalve de Purmer) en Waterland. Tot de opkomst van grootstedelijke bebouwing behoorde ook het gebied van het stadsdeel Amsterdam-Noord tot Waterland, maar nu wordt alleen Landelijk Noord nog als deel van Waterland beschouwd. De grootste woonkernen zijn Edam-Volendam, Monnickendam en Purmerend.

De regio Waterland is ook een overlegplatform van de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland en Zeevang.

In Waterland wordt vanouds het Waterlands dialect gesproken. Tegenwoordig wordt het dialect steeds meer verdrongen door het AN en het Amsterdams. Toch worden het Markens en vooral het Volendams, die beide als vormen van het Waterlands dialect worden beschouwd, tot op de dag van vandaag gesproken.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Rond het jaar 1000 was er al enige bewoning in Waterland. Het omvatte toen tevens de huidige Zaanstreek, en gedeeltes van de huidige Beemster en de Schermer.

Het dorp Zuiderwoude had in de elfde eeuw al een eigen kapel. In de twaalfde eeuw was het veengebied grotendeels ontgonnen. Veldnamen met 'laan' en 'werf' wijzen op plaatsen waar in de middeleeuwen boerderijen stonden. Het veen lag destijds een paar meter hoger dan de zeespiegel, maar was erg drassig. Om water af te voeren werden dwars op de veenstromen sloten gegraven. Het veen werd daardoor droger, waardoor akkerbouw mogelijk werd, onder andere van rogge. Na verloop van tijd klonk het veen in. Daardoor, en door de stijgende zeespiegel, dreigde het land onder te lopen. Om dat te verhinderen werden dijken aangelegd en werden de veenstromen afgedamd.

Grote overstromingen in de twaalfde en dertiende eeuw, waarbij onder meer de Zuiderzee en de Beemster ontstonden, noopten de Waterlanders tot de aanleg van een zeedijk (de Waterlandse Zeedijk) rond hun gebied, waartoe indertijd ook de huidige Zaanstreek behoorde. Dat gebied was een min of meer zelfstandige heerlijkheid, bestuurd door het geslacht Persijn. Jan van Persijn verkocht Waterland, Zeevang en zijn munitiones - huizen en versterkingen - in Amsterdam in 1281 of 1283 aan graaf Floris V, waarmee Waterland definitief aan Holland kwam. Het bleef gedurende de Middeleeuwen en de Republiek een baljuwschap.

Tussen 1826 en 1828 is er gewerkt aan het Goudriaankanaal dat Amsterdam met de Zuiderzee moest gaan verbinden. Het kanaal is nooit afgemaakt, maar het tracé is nog steeds duidelijk zichtbaar in het landschap.

Waterlandse Zeedijk[bewerken]

Na de ontginningsperiode vanaf de 10e eeuw klonk het oorspronkelijk boven het zeeniveau gelegen veenland steeds verder in, waardoor bescherming tegen het opdringende water van de Zuiderzee noodzakelijk werd. Vanaf de 12e eeuw begon men met het opwerpen van lage kades die langzamerhand werden uitgebreid en opgehoogd. Bij (dreigend) landverlies moesten ook vaak inlaagdijken gemaakt worden.

Nadat het gebied in 1288 definitief onder het gezag van de Graaf van Holland was gebracht werd het dijkonderhoud meer centraal georganiseerd en inmiddels was er ook sprake van een gesloten dijkring rond Waterland. Het aan de Zuiderzee en de inmiddels tot zeearm uitgegroeide IJ grenzende dijk werd de Waterlandse Zeedijk genoemd.[2]

Vele malen zou deze nog doorbreken, waarna het achterliggende land overstroomde, totdat de voltooiing van de Afsluitdijk deze dijk in 1932 tot een secundaire dijk maakte. Maar sindsdien heeft deze dijk nog steeds de taak om het water van het niet meer rechtstreeks met de Noordzee in verbinding staande IJsselmeer te weren. Ook in recente jaren werden nog werkzaamheden ter versterking van deze dijk In opdracht van het Hoogheemraadschap uitgevoerd.

Ondanks de omdijking bleef Waterland een nat en drassig gebied waar akkerbouw niet meer mogelijk was, zodat de boeren zich toelegden op veeteelt. Door de dagelijkse productie van zuivelproducten en het ontbreken van een eigen voorraad graanproducten zoals meel ontstond een levendige handel die bijdroeg aan de ontwikkeling van de markten in plaatsen als Edam, Monnickendam en Purmerend. Deze kregen stadsrechten in respectievelijk 1357, 1356 en 1410.

Verbeterde bemalingstechnieken maakten in de zeventiende eeuw het droogmaken mogelijk van het Buikslotermeer, Broekermeer en Belmermeer (1627).

Dijkdoorbraken leidden herhaaldelijk tot grote overstromingen. Bekend zijn de Sint-Elisabethsvloed (1421), Allerheiligenvloed (1570), en de watersnoden in 1825 en in 1916. Bij de doorbraak van 1825 ontstond het Kinselmeer. Ook in 1625 en 1687 waren er dijkdoorbraken. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 is Waterland niet meer ondergelopen.

Literatuur[bewerken]

  • José Lutgert (samensteller) De Waterlandse Zeedijk, de geschiedenis van een oude zeedijk in Amsterdam-Noord, Stichting Historisch Centrum Amsterdam-Noord, 1994, ISBN 9080118028
  • José Lutgert en Dick Reedijk (samenstellers) Als Amsterdam zich over ons ontfermt, de geschiedenis van de inlijving bij Amsterdam van de gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp in 1921, Stichting Historisch Centrum Amsterdam-Noord, 1996, ISBN 9080118036
  • Gerrit van Zeggelaar et al Terugblikken op Waterland. Hoofdstukken uit de geschiedenis van Amsterdam-Noord, Stichting Historisch Centrum Amsterdam-Noord, 2000. ISBN 9080118044
  • Bos, J. M.Waterland, een middeleeuws cultuurlandschap. R.O.B. Amersfoort (1988).

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties