Kennemerland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kennemerland was als Kinhem in de vroege Middeleeuwen een gouw in Frisia ten westen van het Vlie (onder de Frankische gezagsperiode) en vanaf ongeveer 1254 een baljuwschap. Het baljuwschap Kennemerland werd ingesteld door Floris V als onderdeel van het graafschap Holland en omvatte zelf circa 20 heerlijkheden.[1] Tegenwoordig zijn het twee samenwerkingsregio's (van 18 gemeenten) in de provincie Noord-Holland, namelijk Noord-Kennemerland en Zuid-Kennemerland. In Kennemerland (Stadsregio Haarlem) wonen ruim 600.000 inwoners.

Naam en begrenzing[bewerken]

Duinen in het Zuid-Kennemerland

De naam Kennemerland komt van Kennehim of Kinnin, moderner "Kinheim". Over de oorsprong van de naam zijn de meningen verdeeld. Wel is bekend dat Kennemerland in oorsprong meer in het zuiden lag dan nu. De precieze grens in het noorden is een beetje verloren gegaan door de "oorlog" tussen West-Friesland en Holland in de Middeleeuwen. Sommigen leggen de grens bij de voormalige IJ-monding tussen Heemskerk en Castricum, anderen plaatsen de grens meer naar het noorden, met name het gebied rond Hargen en Schoorl. Vóór het gewest en graafschap was het gebied een onderdeel van het rijk van de Friezen. Voor en tijdens de Romeinse tijd werd het zuiden bewoond door Kananefaten, waar de naam ook mogelijk vandaan komt.
Vanaf de 8ste eeuw viel het bewind onder de gouwgraaf die de Frankische koning vertegenwoordigde en verantwoordelijk was voor de rechtspraak, het innen van gelden, het handhaven van de orde en het oproepen en aanvoeren van dienstplichtigen.
In de 13de eeuw wilden de Kennemers meer zelfstandigheid. Dit leidde in 1272 tot de Kennemer Opstand. Graaf Floris V(1254 - 1296), sinds 1266 graaf van Holland en Zeeland, sloeg de opstand neer, maar moest hen wel meer rechten geven. Ook in 1492 was er een opstand in Kennemerland: de Opstand van het Kaas- en Broodvolk.

Van 1573 tot 1795 (Franse inval) vormde het gebied ten noorden van het IJ (inclusief Velsen) een zelfstandige bestuurseenheid onder de naam 'West-Friesland en het Noorderkwartier', die alleen nog formeel (in naam) deel uitmaakten van het gewest Holland. Dit op persoonlijk verzoek van Willem van Oranje, die de vorming van nog een extra gewest/provincie in Nederland bezwaarlijk achtte. De hoofdstad van dit gebied was Hoorn. Hier vergaderden de gecommitteerde raden (van de 5 belangrijkste steden), was de admiraliteit gevestigd en (afwisselend met Enkhuizen en aanvankelijk ook Medemblik) de Westfriese Munt. In deze tijd werd in de praktijk het gehele gebied met West-Friesland aangeduid, en werd de term Kennemerland vooral gebruikt voor Haarlem en omgeving en voor de duinrand. In de Franse tijd werd het gebied eerst omgevormd tot het 'Departement van Texel' (hoofdstad Alkmaar). Al na enkele jaren werd dit aangepast, waardoor er een provincie ontstond die sterk op het huidige Noord-Holland leek. Na het einde van de Franse tijd (1810) werd er één grote provincie Holland opgericht, die in 1839 vervolgens wegens onbestuurbaarheid in tweeën gedeeld werd. Na een bestuurlijke strijd werd besloten dat de Kennemer hoofdstad Haarlem en niet Amsterdam de hoofdstad van de nieuwe provincie zou worden.

Gemeenten van de huidige samenwerkingsregio[bewerken]

Bestuurlijke samenwerkingsregio's in Noord-Holland, de drie Kennemerland-regio's en IJmond in groen.
Zuid-Kennemerland

Noord-Kennemerland:

Midden-Kennemerland:

Zuid-Kennemerland:

De gemeenten Alkmaar, Graft-De Rijp, Langedijk, Heerhugowaard, Schermer en Uitgeest behoren enkel tot de samenwerkingsregio maar niet tot het oorspronkelijke gebied van Kennemerland en het graafschap. De oorspronkelijk bedoeling was dat deze gemeenten een eigen samenwerkingsverband en streekplangebied zouden gaan vormen onder de naam West-Friesland-West. Later is door de provincie Noord-Holland besloten deze gemeenten samen te nemen met de kustgemeenten, en is de gehele regio Noord-Kennemerland genoemd. Historisch gezien een dwaling, die sterk overeenkomst met de foutieve benaming Kop van Noord-Holland voor Schagen, Niedorp en Warmenhuizen.

De gemeenten Bergen, Castricum en Heiloo zijn twijfelgevallen. Ze behoorden wel tot het graafschap dat door Holland werd hersticht na verovering van het gebied, zij het dat het gebied van de huidige gemeente Heiloo er slechts gedeeltelijk toe behoorde. Tegenwoordig wordt echter vaak het Noordhollandsch Kanaal en de Westfriese Omringdijk als grens gehanteerd. Een groot gedeelte van de Zaanstreek heeft ook een periode tot het graafschap Kennemerland behoord. AL heeft het grotendeels bij Holland gehoord. Alsmede het door Holland is gesticht. Tezamen met een mengeling van Westfriese boeren. Dorpen zoals Oostzaan, Wormer, Jisp en Neck zijn te allen tijde onderdeel geweest van het graafschap Holland. Ook de stad Zaandam die toen nog Oost-Zaandam en West-Zaandam heette.

De gemeenten van Midden-Kennemerland vormden samen met de gemeenten Castricum en Velsen ook een eigen samenwerkingsregio met de naam IJmond. Door de gemeentelijke herindeling waarbij Castricum met Akersloot en Limmen samengevoegd werd, is besloten dat Castricum definitief deel werd van het samenwerkingsverband Noord-Kennemerland (SNK) en het streekplangebied Noord-Holland-Noord, waarbinnen samengewerkt wordt in het kader van Noordwest 8.

De overige gemeenten uit de IJmond, namelijk Velsen (dat ook al deel uitmaakte van Zuid-Kennemerland), Beverwijk, Heemskerk en Uitgeest zijn samen met de gemeenten uit Zuid-Kennemerland tegenwoordig onderdeel van de bestuurlijke eenheid van West-Kennemerland.

Natuur[bewerken]

In Kennemerland bevindt zich het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Dit park staat bekend om zijn prachtige duinlandschappen met een aantal gegraven duinmeertjes. Vooral de diversiteit aan flora en fauna is een lust voor de natuurliefhebber.

Scholen[bewerken]

In de regio bevindt zich een aantal scholen, zoals:

Bron
  1. M.-C. le Bailly, Recht voor de Raad: rechtspraak voor het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland in het midden van de vijftiende eeuw, Uitgeverij Verloren, 2001 ISBN 9789070403508, p. 37