Romeinen in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn - Bibliografie



Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Portal.svg Portaal Romeinse Rijk
Romeins castellum bij Ockenburgh, Den Haag (reconstructie)

Gedurende ongeveer vier eeuwen was een groot deel van West-Europa bezet door de Romeinen. Al die tijd beïnvloedde de Romeinse overheid het leven en de cultuur van de toenmalige bewoners en (indirect) dat van de volgende generaties.

Geschiedenis[bewerken]

Het eerste contact tussen de Romeinen en toenmalige bevolking van West-Europa vond plaats rond 58 v.Chr. toen Julius Caesar stadhouder werd van de Romeinse provincie Gallia (zoals een groot deel van West-Europa toen werd genoemd) en hij van de Romeinse senaat de opdracht kreeg dit hele gebied te onderwerpen. Dit contact leidde tot vele oorlogen, waardoor er allerlei verschuivingen plaatsvonden in de lokale machtsverhoudingen. In deze periode trokken ook nieuwkomers als de Bataven en de Cananefaten langs de grote rivieren Nederland binnen. Caesar probeerde 'vredesverdragen' af te sluiten met de inheemse stammen, maar met name de Eburonen, woonachtig in de huidige Kempen, Nederlands-Limburg en Belgisch-Limburg en langs de Roer tot aan de Rijn, verzetten zich hiertegen. Ze wisten de Romeinen een paar gevoelige nederlagen toe te brengen. Als vergelding liet Caesar hen grotendeels uitroeien en nodigde Germanen uit de omgeving van de Rijn uit om hun woongebieden opnieuw te bevolken. Maar in 44 v.Chr. werd Caesar vermoord en er brak een burgeroorlog uit tussen de opvolgers in Rome die de volgende 30 jaar de aandacht voor de verre noordgrenzen verminderde. Lange tijd werden de Nederlandse streken door de Romeinen weer aan hun lot over gelaten.

Arminius[bewerken]

In 12 v.Chr. keerden de Romeinen terug toen Caesars uiteindelijke opvolger Gaius Octavianus (beter bekend als Keizer Augustus) zijn macht in Rome voldoende had geconsolideerd. Heel het gebied van het huidige Nederland, België en Frankrijk werd ingelijfd en ingericht als uitvalsbasis voor grootscheepse campagnes in het noorden van het huidige Duitsland, dat tot aan de Elbe werd veroverd. Hiervoor werden onder meer grote legioenskampen gebouwd (o.a. de grote castra op de Hunerberg in 15 v.Chr.) en havenwerken aangelegd. Deze politiek kwam aan het wankelen nadat in het jaar 9 de Germaanse aanvoerder Arminius 3 Romeinse legioenen onder leiding van Varus had verslagen.
In het jaar 17 werden Nederland ten zuiden van de Rijn, het oosten van België en een deel van Duitsland ten westen van de Rijn een Romeinse bestuurlijke eenheid: Germania Inferior.

De opstand van de Frisii[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Slag van Baduhenna voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Replica van een Romeinse wachttoren bij Fort Vechten

In 28 n.Chr. komen de Frisii in opstand. Aangezien het westelijke gedeelte van de limes (aan de monding van Rijn) in die tijd nog maar een paar forten kende (Velsen, Meinerswijk en Nijmegen), in vergelijking met de 9 in Duitsland, kan men ervan uitgaan dat het westelijk gedeelte als grotendeels gepacificeerd werd beschouwd. Dit blijkt ook uit de hulptroepen die in allerijl uit Germania Superior moesten worden gehaald. De paniek die deze opstand teweegbracht, wordt treffend geïllustreerd door een muntschat in Nijmegen die in deze periode is begraven.

In 47 n.Chr. komt het nogmaals tot een conflict, ditmaal omdat de Frisii met boten naar het zuiden trekken en weidegrond bezetten die gereserveerd is voor gebruik door de legioenen. Ze worden door Corbulo teruggedreven, die ze wetten, een senaat en magistraten oplegt. Corbulo staat op het punt een grootscheepse aanval op de Chauken te beginnen, maar Claudius verbiedt hem kort en goed alle verdere acties aan de overkant van de Rijn. Het resultaat was dat de Romeinen zich definitief terugtrokken achter de toenmalige loop van de Rijn, met als gevolg dat de zwaar versterkte grenslinie dwars door Nederland kwam te lopen. Corbulo laat achter de linies een binnenlandse verbinding graven tussen de Maasmond en de Rijnmond: het Kanaal van Corbulo. Noord-Nederland is bevrijd van de Romeinse bezetting, maar de Romeinse invloed zal zich nog lang doen gelden.

Tot voor kort werd de inrichting van de limes met onder meer de forten in huidig Nederland geplaatst rond het jaar 47 n.Chr. en gezien als een statische grens. Naar aanleiding van recente onderzoeken door archeologen vermoedt men dat de inrichting mogelijk enkele jaren eerder plaats heeft gevonden in verband met plannen voor een Romeinse invasie van Britannia in 43 n.Chr. en de limes meer gezien daarin dient te worden als een goed bewaakte militaire transportroute.

Opstand van de Bataven[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bataafse Opstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vlak na het Vierkeizerjaar komen de Bataven, Frisii en Cananefaten onder Julius Civilis in opstand. Vitellius had de troepen aan de limes meegenomen naar Rome en de entourage van Vitellius, die in een magistratenrol was achtergelaten, misdroeg zich ten opzichte van de Bataven. De Bataafse Cohorten, die op weg waren naar Rome, werden teruggeroepen, de forten van de Limes werden vernietigd en de bezetting werd vermoord, Ulpia Noviomagus Batavorum en Atuatuca Tungrorum werden in de as gelegd. Vespasianus die inmiddels princeps is, drukt met een overmacht van zes legioenen de opstand de kop in en vestigt Legio X Gemina, dat in Spanje gelegerd was op de Hunnerberg.

Grensgebied van het Romeinse Rijk[bewerken]

Moderne grenspaal (1997) op de vroegere grens van het Romeinse Rijk

Na de Bataafse Opstand was het 200 jaar rustig in Nederland. Ten zuiden van de limes werden de goede landbouwgronden opgedeeld in grote percelen waarop soms een imposante villa verrees. De eigenaren waren meestal rijke inwoners van de nieuwe plaatsen die de Romeinen stichtten zoals Maastricht en Nijmegen. De inheemse bevolking werkte op deze landerijen, beoefende ambachten of diende in het Romeinse leger. Naast de genoemde centra ontstonden er ook talrijke kleinere dorpjes en gehuchten (vicus) die veelal de kernen zijn van vele huidige plaatsen. De economie was hoofdzakelijk op de behoeftes van de grote garnizoensplaatsen langs de Rijn gericht.

Een schatting van het inwoneraantal van huidig Nederland in de Romeinse tijd bedraagt 150.000 tot 200.000 mensen. Circa 100.000 inheemse mensen woonden daarvan in de limes-zone, waarbij de circa 20 Romeinse forten bemand werden door rond de 10.000 militairen.[1]

Verval van de Romeinse macht[bewerken]

Tijdens de crisis van de derde eeuw werd het Rijk verscheurd door de interne oorlogen tussen de soldatenkeizers die elkaar de opperste macht betwistten. Hierdoor verzwakte de grensverdediging waarvan de 'barbaren' over de grens dankbaar gebruik maakten. Vanaf ongeveer 250 begonnen er zodoende steeds meer overvallen van op buit belustte Germaanse stammen van over de Rijn.

Tegen het eind van de derde eeuw keerde de rust onder Diocletianus enigszins terug. Maar in de voorgaande eeuwen hadden de barbaren een militaire inhaalslag behaald ten opzichte van de Romeinse legioenen. Veel Germaanse krijgers dienden in de Romeinse strijdkrachten en van lieverlede namen ze veel militaire kunsten en verworvenheden over van hun Romeinse leermeesters. Technisch en strategisch waren de krachtverhoudingen nagenoeg gelijk geworden. Dat bleek ook doordat de Rijksgrens steeds moeilijker te handhaven was tegen 'barbaarse' agressors waarvan velen veteranen uit het Romeinse leger waren. Regelmatig wisten rovende bendes binnen te dringen, terwijl anderen vanuit het Noord-Duitse kustgebied hem letterlijk omzeilden. Als remedie hiertegen werd een systeem van 'diepteverdediging' ingesteld, met forten langs de kust en in het achterland. Van daar uit moesten eenheden van snelle ruiterij eventuele invallers opvangen. Door deze strategie werd het hele Nederlandse grondgebied dat binnen het Rijk lag een gemilitariseerde zone waarin invallers steeds vaker vrij spel hadden.

De Romeinen trekken weg[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Volksverhuizing in de Lage Landen (Frankische Tijd) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de vierde eeuw werd daarna nog een poging gedaan de grens opnieuw te versterken met een reeks nieuw gebouwde forten, maar deze hielden niet lang stand en uiteindelijk lieten de Romeinen deze noordwestelijke gebieden aan hun lot over. De Franken maakten daar dankbaar gebruik van. Ze slaagden erin de grensgebieden in huidig Brabant en Limburg te bezetten. Ze installeerden zich als de nieuwe heerserselite over de Romeinen en geromaniseerde autochtonen die nog niet gevlucht waren. Geleidelijk aan breidden de Franken hun invloed uit naar het nog betrekkelijk welvarende Gallië en over de rivieren. Ondertussen had het Rijk volop interne problemen die alle aandacht en militaire slagkracht opeisten zodat de Franken en andere stammen vrij spel hadden.

Invloeden op de sociale infrastructuur[bewerken]

Constantius Gallus, Caesar. 351-354 n.Chr.

Uit het voorafgaande blijkt dat de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen steeds een sterk militair karakter heeft gedragen dat een stempel drukte op de sociale infrastructuur. Zeker aan de verre buitengrenzen van het Rijk was het Romeinse leger een maatschappij op zichzelf. De diensttijd duurde vijfentwintig jaar en dat was voor de meesten letterlijk een baan voor het leven. Daar kwam bij dat het leger vrijwel volledig zelfvoorzienend was. In dat opzicht was het Romeinse leger in Nederland ook de eerste grote projectontwikkelaar die zorgde voor een uitgebreide infrastructuur, grote bouwprojecten en werken van waterstaatkundige aard. Verder kwam waarschijnlijk een groot deel van de inheemse productie in dienst te staan van de markteconomie die rond het leger functioneerde.

Rekrutering van huurlingen[bewerken]

Al die tijd werd er onder de lokale bevolking zwaar gerekruteerd. Ook dat moet van invloed zijn geweest op de samenleving. Zo verdween een aantal generaties achter elkaar een groot aantal inheemse jongemannen uit het productieproces. Dit lijkt zich te weerspiegelen in de accentverschuiving van akkerbouw en gemengd bedrijf naar veeteelt, een bedrijfstak die minder arbeidsintensief is en waarvoor ons natte land zich goed leende. En wie als veteraan na zijn lange diensttijd naar huis terugkeerde was sterk geromaniseerd en drukte daarmee een stempel op zijn directe omgeving.

Gaius Plinius Secundus maior[bewerken]

Gaius Plinius Secundus maior was een Romeinse schrijver die tussen 23 en 79 n.Chr. leefde. In zijn Historia Naturalis - een encyclopedisch werk - schreef hij onder andere over de Germaanse gebieden en geeft hierbij de typische kijk van Romeinen op Germania Inferior:

De oceaan stort zich tweemaal per etmaal met gigantische golven uit over het land, zodat men zich bij deze eeuwige strijd van de natuur afvraagt of dit stuk grond tot het land of tot de zee behoort. Op de heuvels of beter gezegd, op met handen opgehoogde woonplaatsen (de terpen) leeft daar een ongelukkig volk. Bij vloed zijn het net schepelingen, bij eb eerder schipbreukelingen. En wanneer zij door het Romeinse volk zijn overwonnen, noemen zij dat nog slavernij!

Plinus was echter nooit zelf in Germania Inferior geweest en haalde dus al zijn informatie bij Romeinen die naar deze streken geweest waren. Plinus zou omkomen op het Italiaanse strand (!) bij de uitbarsting van de Vesuvius in 79. Volgens het Romeins recht mochten legionairs in het Romeinse leger niet trouwen, maar archeologisch onderzoek wijst uit dat zij in hun castra (kampen) wel samenleefden met vrouwen en kinderen. Vooral de maten van het teruggevonden schoeisel laten dit duidelijk zien. Dit gegeven en het feit dat veel inheemse mannen ver weg in Schotland of aan de Donau waren gelegerd, leidt al snel tot de conclusie dat deze soldatenliefjes inheemse vrouwen waren.

Overzichtskaarten Romeins Nederland[bewerken]

Romeinen kaart.png

De exacte loop van de kustlijn is onbekend.

Forten in Nederland (de vierkantjes op de kaart)[bewerken]

  1. Flevum (Velsen) Hier is ook een haven gevonden
  2. Lugdunum Batavorum (Brittenburg)
  3. Praetorium Agrippinae (Valkenburg)
  4. Matilo (Leiden-Roomburg)
  5. Albaniana (Alphen aan den Rijn)
  6. ? (Bodegraven)
  7. Laurium (Woerden)
  8. Misschien Fletio (Vleuten)
  9. Traiectum (Utrecht)
  10. Fectio (Vechten)
  11. Levefanum (Wijk bij Duurstede)
  12. Carvo (Kesteren)
  13. ? (Meinerswijk)
  14. Noviomagus (Nijmegen)

Steden in Nederland (de driehoekjes op de kaart)[bewerken]

A) Forum Hadriani/Aellium Cananefatum (Voorburg)
B) Colonia Ulpia Noviomagus (Nijmegen)
C) Batavorum (Nijmegen)
D) Colonia Ulpia Trajana (Xanten, Duitsland)
E) Coriovallum (Heerlen)

Nederzetting (de rondjes op de kaart)[bewerken]

F) Nigrum Pullum (Zwammerdam)
G) ? (Leidsche Rijn)
H) Haltna (Houten)
I) Marskamp nabij Ermelo
J) ? (Tiel)
K) Romeinse tempels (Elst)
L) Gevonden tempel, vermoedelijk gewijd aan Hercules Magusannus (Kessel)
M) ? (De lithse Ham)
N) Ceuclum (Cuijk)
O) ? (Esch)
P) Maastricht

Niet op de kaart: Venlo (mogelijk met fort)

Ook niet op de kaart: Colijnsplaat en Domburg, tempels gewijd aan Nehalennia

Verder nog: Aardenburg, diverse gebouwen, zeer waarschijnlijk met een militaire functie

50nc ex leg copy.jpg
Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van Romeinse bouwwerken in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bodemgesteldheid in Nederland rond 50 n.Chr.[bewerken]

██ Strandwallen en duinen

██ Getijdengebied (zandwadden, slikken en kwelders)

██ Veenmoerassen en komgronden grote rivieren (inclusief verlande stroomgordels/crevassen)

██ Dal van de grote rivieren (niet overveend)

██ Rivierduinen (donken)

██ Open water (Zee, lagunes, rivieren)

██ Pleistoceen landschap (> -6 m t.o.v. NAP)

██ Pleistoceen landschap ( -6 m - 0 m)

██ Pleistoceen landschap ( 0 m - 10 m)

██ Pleistoceen landschap ( 10 m - 20 m)

██ Pleistoceen landschap ( 20 m - 50 m)

██ Pleistoceen landschap ( 50 m - 100 m)

██ Pleistoceen landschap ( 100 m - 200 m)

Zie ook[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Bernard Colebrander, MUST (redactie), Limes Atlas, (Uitgeverij 010, 2005 Rotterdam)

Noten[bewerken]

  1. J. Bazelmans, in: Limes Atlas, blz. 39