Bataven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Bataafse Eed van Rembrandt van Rijn

De Bataven (ook wel Batavi of Batavieren) waren een vermoedelijk West-Germaanse stam die zich afgesplitst had van de Chatten. De hoofdgod was Hercules Magusanus, waarvan het tweede lid een Germaanse afleiding heeft.

Inhoud

[bewerken] Bronnen

Grafsteen van Indus, één van de Bataafse lijfwachten van Nero

Zowel Gaius Julius Caesar als Tacitus en Gaius Suetonius Tranquillus maken melding van deze stam, die geleefd heeft in de Rijndelta in het huidige Nederland. Caesar noemde de Bataven terloops in zijn Commentarii de bello Gallico [1]: zij zouden op een eiland (insula Batavorum) wonen daar waar de Maas en de Waal bij elkaar kwamen, 80 Romeinse mijlen van de monding van de rivier. Tacitus beschrijft de Bataven als de moedigste van de stammen in het gebied.

Behalve uit historische bronnen, zijn de Bataven ook in de epigrafie geen onbekenden. Zo zijn in Rome grafstenen teruggevonden van mensen die het vak corporis custos (lijfwacht) beoefenden, waarvan velen Bataven. Ze dienden Nero en Tiberius.

Behalve de lijfwachten van de keizers leverden de Bataven ook ruiter-regimenten, alae of (alae) miliaria, die in grafschriften en getuigenissen van honesta missio terug te vinden zijn op de Balkan, in Zuid-Duitsland (Raetia), Hongarije, Oostenrijk en Frankrijk. De alae miliaria is een dubbele alae.

Bekend zijn onder andere:

[bewerken] Ruiterij

  • ala I Batavorum
  • I Batavorum miliaria. Aan alae miliaria is een dubbele alae. Wordt ook met de eretitel pia fidelis vermeld.
  • VIIII Batav(orum) miliaria, ruiterij. Komt ook onder de titel turma voor, maar of het hier dezelfde eenheid betreft, is onzeker.

[bewerken] Infanterie

  • cohors I Batavorum
  • cohors II Batavorum
  • cohors III Batavorum peditata
  • cohors IX Batavorum

[bewerken] Geschiedenis

Kunstlijn 150 na Chr.

De Bataven zouden oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de Chatten, maar een groep splitste zich na een conflict daarvan af.[2] Vervolgens vestigden zij zich in de Rijndelta, oostelijk van de Cananefaten. Rond 12 v.Chr. werden zij door de Romeinen onder Drusus onderworpen en werden daarna bondgenoten van het Romeinse Rijk waarbij zij vrijgesteld waren van belastingen.

Het Romeinse leger heette in de provincia Exercitus Germaniae Inferioris ("strijdkrachten van Neder-Germanië") op inscripties afgekort als EXGERINF. Het bestond uit meerdere (tot vier) legioenen en Auxilia of hulptroepen. Van de Bataven en de Cananefaten samen waren constant 5000 tot 6500 mannen in dienst. Daarvoor leverden de Cananefaten 24 nieuwe recruten, de Bataven 260 tot 280 jaarlijks.[3]

De Bataven golden in vroeg-Romeinse tijd als elitetroepen. Als enigen waren ze in staat bewapend te paard zwemmend de Rijn over te steken. Ze waren onder andere betrokken bij de veldtochten van Germanicus tegen de Marsen en Cherusken[4], het neerslaan van de opstand van Boudicca[5] en die van Gaius Iulius Vindex.[6] Ook in de troebelen van het Vierkeizerjaar speelden ze een belangrijke rol.[7]

Ook is het bekend dat Bataven dienden als keizerlijke lijfwachten te Rome. Dit wordt niet alleen door Suetonius gemeld[8], maar ook door grafstenen bevestigd. Bekend is (o.a.) het graf van Indus, corpor custos (lijfwacht) van Nero in Rome.

Een nederzetting te Nijmegen met de naam Oppidum Batavorum werd in deze tijd gebouwd. Het betreft hier echter geen inheemse nederzetting maar een Romeins economisch en bestuurlijk centrum, zoals uit vondsten is gebleken. Ten noorden van de Waal, bij Lent, Elst en Oosterhout zijn echter uitgebreide sporen van bewoning te vinden die beginnen in de 3e eeuw v.Chr. en doorlopen tot in de Romeinse tijd. Deze bewoning kan met een grote mate van zekerheid aan de Bataven worden toegeschreven. Sporen van bewoning in deze tijd, vindt men in de gehele Betuwe. Ook dient gewezen te worden op de Tempel van Empel.

Kunstwerk van een veldslag waarin de Bataven de Romeinen verslaan van Otto van Veen

[bewerken] Bataafse Opstand

1rightarrow.png Zie Bataafse opstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 69 n. Chr. leidde Julius Civilis de opstand van de Bataven tegen de Romeinen. Met behulp van de Friezen en de Cananefaten behaalden ze veel overwinningen. Een hele reeks Romeinse forten aan de limes langs de Rijn werd in korte tijd verwoest. In die tijd werd Oppidum Batavorum, een van de voorlopers van het huidige Nijmegen, door de opstandelingen platgebrand.[9] Het jaar daarop waren de kansen gekeerd. De opstand eindigde in 70 n. Chr. met de nederlaag van de Bataven.

[bewerken] Einde

In het begin van de 5e eeuw n.Chr. worden de legereenheden van de Bataven nog genoemd in de Notitia Dignitatum. De Bataven als volk worden echter voor het laatst vermeld in de 3e eeuw n. Chr.. Vermoedelijk zijn zij tijdens de Grote Volksverhuizing opgegaan in stammen als de Franken en de Friezen, hoewel ook wel geloofd wordt dat zij met de Romeinen naar het zuiden zijn getrokken. Hun gebied kwam in handen van de Salische Franken.

[bewerken] Vernoeming

Opstand 
Tijdens en na de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersing beschouwden de Nederlanders zich als de 'nakomelingen van de Bataven', die immers ook tegen hun 'onderdrukkers', de Romeinen, in opstand waren gekomen.[10]
Bataafse Republiek 
De burgers van de Bataafse Republiek (1795 - 1801) werden toentertijd Bataven genoemd.
Batavia 
De hoofdstad van Nederlands-Indië werd genoemd naar de Bataven (Batavia, het huidige Jakarta)
Betuwe 
De vraag of een verband bestaat tussen de naam Betuwe en Bataven, wordt verdeeld beantwoord.
Passau 
Door de Romeinen Batavis genoemd vanwege de Bataafse huursoldaten die daar waren gelegerd. De moderne vorm van de naam is te wijten aan de Hoogduitse klankverschuiving (b > p, t > ss).

[bewerken] Afstamming

Tegenwoordig wordt er door de meeste historici van uitgegaan dat de Nederlanders hoofdzakelijk afstammen van de Franken, Friezen en Saksen met kleinere bijdragen van vele andere volkeren uit Europa met eventueel ook nog een kleine Bataafse inbreng.

[bewerken] Noten

  1. Julius Caesar, Commentarii Rerum in Gallia Gestarum, IV, 10.
  2. Tacitus, De origine et situ germanorum, 29.
  3. Carol van Driel-Murray, Those who wait at home in Ulrich Brandl, Frauen und Romisches Militar - Ten papers from a round-table session presented at a conference in Xante, Duitsland 2005, ISBN 978-1407301983 p.83
  4. Tacitus, Annales, II, 11.
  5. Idem
  6. Tacitus, Agricola, 36.
  7. Tacitus, Historiae, I, 51.
  8. Seutonius, De vita caesarum, Caligula, 43
  9. Tacitus, Historiae.
  10. Schama, S. (1987) 'Overvloed en onbehagen' Amsterdam, Uitgeverij Contact'


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen