Cohort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Romeinse leger

Rmn-military-header.png

..Wapens

Een cohors (mv.: cohortes, vandaar het Nederlandse cohort(e)) was een indeling in het Antieke Romeinse leger. Een legioen (divisie van de landmacht) bestond uit 10 cohortes plus stafdiensten. Een cohors omvatte drie manipels, elk van twee centuries, theoretisch ongeveer 480 manschappen plus centuriones en optiones. Het eerste cohort had dubbele sterkte (12 centuriae), waarschijnlijk omdat aan dit cohors de fabri (technische werklieden, zoals (wapen)smeden) en de administratieve staf (officiales) waren toegevoegd.

Cohors (legioen)[bewerken]

De ruggengraat van het Romeinse leger waren de legioenen, die onder het bevel van een legatus stonden. Omdat zo'n legioen te groot was om te worden bestuurd door één man (in theorie zaten er 6000 soldaten in een legioen, maar in praktijk vaak maar een 5000 of minder legionairs), werd een Romeins legioen ingedeeld in 10 verschillende cohorten, gecommandeerd door tribunen. Omdat ook de cohortes te groot waren, werden die verder ingedeeld in manipels (een louter tactisch niveau) en centuriae, de basiseenheid waarin zich het soldatenleven hoofdzakelijk situeerde.

Een cohors was eigenlijk maar een tussenmaat in het Romeinse legioen: het had vaak geen aparte commandant. Waarschijnlijk werd het enkel gebruikt door de legatus bij het opstellen van de troepen.

De 10 cohortes werden genummerd van 1 tot 10 en deze nummering had meer betekenis: de dapperste veteranen, die zich op het slagveld hadden onderscheiden, zaten in het cohors I; de zwaksten in cohors IX (d.i. niet helemaal op de rechterflank). In veldslagen werd het 1ste cohors altijd ingezet op de meest cruciale plaats van het slagveld, en bij delicate operaties werd er altijd eerst op hen beroep gedaan.

Cohors (auxilia)[bewerken]

Naast de legioenen, konden de Romeinen ook nog een beroep doen op vaste hulptroepen(dus geen occasionele huurlingen), de Auxilia, meestal gerekruteerd uit plaatselijke bevolking. Hier lag de theoretische indeling anders: men had een cohort van 500 man (de cohors quingenaria) of één van 1000 man (de cohors miliaria). Deze (hulp)cohorten werden meestal met hun bevolkingsgroep waar ze uit gerekruteerd waren benoemd: zo had men de Scythische boogschutters te paard, maar cohorten konden ook uit verscheidende volkeren bestaan en ingedeeld worden volgens wapens (zoals bv. de cavalerie-eenheden (cohors equitata)). Andere auxilia-eenheden werden Numeri genoemd of (vooral cavalerie) Alae.

Gardecohorten[bewerken]

In de hoofdstad waren legioenen niet toegestaan, vooral om militaire staatsgrepen te bemoeilijken. Toch waren er in de keizertijd soldaten van drie elite-korpsen, die elk een commandant met de titel Praefectus (prefect) kregen, maar geen legioenen werden genoemd (ze zouden dan uniek zijn geweest, i.t.t. de genummerde geregelde 'divisies') en uit 'aparte', genummerde cohorten bestonden.

De bekendste en belangrijkste zijn de pretorianen, de keizerlijke lijfwacht, die veel staatsgrepen verhinderde of juist deed slagen. Daarnaast waren er twee oudere, 'paramilitaire' korpsen in Rome: de cohortes urbanae, de hoofdstedelijke politie, en de vigiliae, een vooral met de brandweer belast veiligheidskorps.

Overdrachtelijk gebruik[bewerken]

Naast bovengenoemde (para)militaire betekenissen kan de term cohort(e) ook een vrij grote groep personen beduiden in een andere context.

  • In het Antieke Rome sprak men, informeel, van de cohors amicorum van een zeer belangrijk man, een divers gevolg van raadslieden en vertrouwelingen allerhande, die amici ('vrienden') of cohortales (cohors-leden) werden genoemd.
  • Ook in de biologie wordt cohorte gehanteerd voor een zoölogische samenlevingsvorm.
  • Een geboortecohort is de groep mensen geboren in een bepaald tijdsinterval. Deze bestaat dus steeds uit dezelfde mensen (of als men overledenen niet meerekent: er gaan alleen door overlijden mensen af). Zie bijvoorbeeld Generatie (genealogie) en AOW-leeftijd.
  • Een leeftijdscohort is de groep mensen in een bepaald leeftijdsinterval, bijvoorbeeld twintigers, zesjarigen, 25- tot 40-jarigen ... Met het verloop van de tijd komen hier steeds mensen bij en gaan er mensen af. Soms wordt de term echter historisch gebruikt in de betekenis geboortecohort, maar dan uitgedrukt in een leeftijdsinterval (waaronder een leeftijd in hele jaren) op een bepaald moment, bijvoorbeeld tieners in een bepaald jaar.

Zie ook[bewerken]