Classis (vlooteenheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Romeinse leger

Rmn-military-header.png

..Wapens

De voornaamste taak van de Classis, een onderdeel van de vloot, was het bewaken van Romeins watergebied, waaronder de Middellandse Zee, Noordzee en de rivieren binnen het Romeinse Rijk. Ook voerden zij onderhoudswerkzaamheden aan kanalen en andere waterwerken uit.

Daarnaast hielden de mariniers zich voornamelijk bezig met het transport van of het begeleiden van transporten van bouwmateriaal, voedsel en manschappen, van en naar steden en grensforten langs de Rijngrens.

In Nederland bevond zich de Classis Germanica, die voornamelijk werk deed op de Noordzee en op de rivieren van Nederland (toen Germania Inferior genoemd).

Kleding [bewerken]

Over de kleding van het marinepersoneel is niet veel bekend. Op basis van grafsteles kan gesteld worden dat de milites classicenses een tunica, korte broek en mantel droegen. De mantel werd vastgezet met een sierspeld. Om het middel werd een riem gedragen. Ook zijn op grafsteles stoffen riemen bekend, maar deze lijken meer te zijn gedragen buiten de actieve dienst. Aan de voeten werden caligae of dicht schoeisel gedragen.

Van legionairs is bekend dat voornamelijk rood en witte tunicae werden gedragen. Bij de vloot kennen we rood en blauw als kleur. De laatste kleur wordt door Vegetius voorgeschreven voor vlootpersoneel. Hij verwijst hierbij direct naar de tunica, het schild en de paardenharen helmkam (Vegetius citaat).

Het marinepersoneel droeg vrijwel dezelfde uitrusting als de soldaten van de Romeinse legioenen of hulptroepen, dat wil zeggen een maliënkolder of platenpantser (Lorica Segmentata), een helm, zwaard, dolk, lans en schild. Het schild had een ovale of ronde vorm en was plat.

Er zijn diverse aanwijzing dan het zwaard dat de mariniers droegen kleiner was dan de gladii van de legionairs of hulptroepers. Een dergelijk kleiner zwaard dat bij Pompeii is gevonden en zit qua maat tussen de gladius en de dolk (pugio)in.

Een zwaard als deze is zeer geschikt voor gevechten aan boord van schepen vanwege de beperkt bewegingsruimte. In een papyrus geschreven door vlootsoldaat Claudius Tiberianus noemt hij een "gladius pugnatorius" (een vechterszwaard). Mogelijk betreft het een dergelijk kleiner model zwaard.

Daarnaast heeft er een "hasta navalis" bestaan. Dit zou de lans zijn geweest met een driehoekige/hartvormig bladvorm. Dergelijke lansen zijn ook te zien op grafsteles van vlootsoldaten.

De schepen van de Classis Germanica [bewerken]

De liburnae die ook de Rijn voeren konden tot 5 ton aan vracht vervoeren, hetgeen voedsel kan betekenen voor 1400 man per dag.

Uit epigrafische bronnen blijkt dat de Praefectus van de Classis (de opperbevelhebber) tot de Centenarii kon behoren en aldus een jaarsalaris had van 100.000 sestertiën. Elk schip had diverse soorten officieren aan boord, zoals de scheepsofficieren die het schip onderhielden bedienden en navigeerde tot gevechtsofficieren. De scheepsofficieren waren de Trierarchus (scheepskapitein) en de Gubernator (navigator). De gevechtsofficieren stonden bekend als de Centurio (de vlootcommandant) en zijn Optio. Ander personeel droeg namen als remiges (roeiers), velarii (verantwoordelijk voor de lijnen en zeilen), milites (mariniers), medici (artsen) and haruspices (priesters/augurs/waarzeggers). Hoewel er geen bewijzen zijn dat de diverse taken uitwisselbaar waren, lijkt het onwaarschijnlijk dat dit niet het geval was, daar alle nautae (zeilers) ook milites (vlootsoldaten) waren.

Externe link [bewerken]