Cimbren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De tochten van de Cimbren en Teutonen

De Cimbren (ook: Kimbren) waren een Germaanse stam uit Jutland (Denemarken). Ergens in de tweede helft van de tweede eeuw voor Christus trok een groot aantal Cimbren vanuit hun thuisland naar het zuiden, op zoek naar een nieuwe woonplaats. Volgens Romeinse historici was de reden hiervoor een grote overstroming. Moderne historici houden het op overbevolking, ontstaan door een stijging van de zeespiegel.

In 113 v.Chr. horen de Romeinen voor het eerst van de Cimbren. Ze hadden Noricum bereikt, een Romeinse vazalstaat. De Romeinen meldden dat in Italië geen plaats was voor de Cimbren, en boden gidsen aan die ze naar Zuid-Duitsland moesten begeleiden. Dit was echter een valstrik. De Romeinen vielen de Cimbren aan, en dit leidde tot de Slag bij Noreia. De Romeinse opzet mislukte echter: de Cimbren wonnen de slag, en het Romeinse leger zou volledig vernietigd zijn, als niet een ontzagwekkend onweer opgekomen was. De Cimbren beëindigden de strijd nu Donar zelf zich ermee ging bemoeien.

Ook twee andere stammen, de Teutonen en de Ambronen, vermoedelijk afkomstig uit het Waddengebied, reisden met de Cimbren mee. Ze bereikten Gallië, en in 105 v.Chr. stonden ze opnieuw tegenover de Romeinse legers. In de Slag bij Arausio (Orange) leden de Romeinen wellicht hun grootste nederlaag in de geschiedenis. Van een leger van 80.000 legionnairs en 40.000 man hulptroepen overleefden er naar beweerd werd slechts 10.

Na deze overwinning lag het Romeinse Rijk volledig ontredderd, maar de Cimbren en Teutonen trokken Italië niet binnen. In plaats daarvan trokken ze naar Spanje, maar toen ze ook daar werden tegengehouden, keerden ze terug naar Gallië en uiteindelijk Italië. De Cimbren en Teutonen trokken apart op, en het waren de Teutonen en Ambronen die voor het eerst weer de Romeinen tegenkwamen, in de Slag bij Aquae Sextiae (Aix-en-Provence, 102 v.Chr.). Daar hadden intussen de legerhervormingen van Gaius Marius plaatsgehad, en de Romeinen versloegen eerst de Ambronen, en wisten daarna de Teutonen uit te dagen tot een zinloze bestorming van de op een superieure positie opgestelde Romeinse troepen. Uiteindelijk was het de hete middagzon die de Teutonen fataal werd, en ze werden door de Romeinen afgeslacht.

De Cimbren trokken over de Alpen Italië binnen, doch ook zij werden door de Romeinse troepen afgeslacht, in de Slag bij Vercellae (101 v.Chr.) De overgebleven Teutonen en Cimbren werden gevangengenomen en overspoelden later de Romeinse slavenmarkten.

Aan de exodus van Cimbren en Teutonen door Europa is daarmee een einde gekomen. De in Jutland achtergebleven Cimbren worden later door Tiberius aangetroffen, en overgehaald een gezantschap naar keizer Augustus in Rome te zenden.

Bron

  • Ernst F. Jung (1993) De Germanen (Tirion, Baarn)(vert. van Sie bezwangen Rom). ISBN 90-5121-440-5