Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reino de España
Flag of Spain.svg Escudo de España (mazonado).svg
(Details) (Details)
Spanje
Basisgegevens
Officiële landstaal Spaans[1]
Hoofdstad Madrid
Regeringsvorm Constitutionele monarchie
Staatshoofd Koning Juan Carlos I
Regeringsleider Premier Mariano Rajoy
Religie Rooms-katholiek 70,5% (2010)
Oppervlakte 505.992 km² [2] (1,04% water)
Inwoners 46.815.916 (2011)[3]
47.370.542 (2013)[4] (93,6/km² (2013))
Overige
Motto Plus ultra (Steeds verder)
Volkslied Marcha Real
Munteenheid Euro (EUR)
UTC +1 (zomer +2)
Nationale feestdag 12 oktober
Web | Code | Tel. .es | ESP | 34
Voorgaande staten
Spaanse Staat Spaanse Staat 1978 (val Francoregime)
Topografie
Spanje
Portaal  Portaalicoon   Spanje
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Spanje, officieel het Koninkrijk Spanje (Spaans: Reino de España), is een land op het Iberisch Schiereiland in het zuidwesten van Europa met 47.370.542 (2013) inwoners en een oppervlakte van 505.992 km². Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch Schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land.

In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal, in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar en via de exclaves Melilla en Ceuta aan Marokko. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land.

Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, van de toeristische kusten aan de Middellandse Zee tot het flamencodansen van Andalusië en van het stierenvechten in vele delen van het land tot het moderne Barcelona in Catalonië.

Net als Nederland en België is Spanje een constitutionele parlementaire monarchie. Spanje werd lid van de NAVO in 1982 en is lid van de Europese Unie sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 2002 en verving daarmee de peseta.

Naast Spaans (Castiliaans) zijn Catalaans, Baskisch en Galicisch zogenaamde 'co-officiële' talen van het land.

Etymologie[bewerken]

De naam Spanje (Spaans: España) is afgeleid van de Latijnse naam Hispania, die werd gebruikt voor het hele Iberisch Schiereiland. Taalkundig gezien stamt deze naam echter niet af van het Latijn, en ook met andere Indo-Europese talen is geen duidelijk verband aan te wijzen. Er bestaan dan ook verschillende theorieën over de herkomst van het woord Hispania. Een van die theorieën is dat de naam uit het Grieks komt. De Grieken zouden de naam Hesperia aan het huidige Italië en Spanje hebben gegeven, omdat beide landen zich ten westen van een bepaalde ster (genaamd esperos) bevonden. Het woord Hesperia zou later zijn kunnen verbasterd tot Hispania. Volgens de meest geaccepteerde theorie stamt de naam echter af van de Feniciërs, een volk dat ooit het huidige Spanje bewoonde. Volgens deze theorie is dit te wijten aan het grote aantal konijnen dat zij op het Iberisch Schiereiland aantroffen. De Fenicische taal was nauw verwant aan het Hebreeuws, en in die taal sprak men over Spanje als I-sphanim, dat letterlijk 'klipdassen' betekent. De klipdas was een veelvoorkomend dier in Libanon, het land van herkomst der Feniciërs, maar toen zij in Spanje het konijn ontdekten, een voor hen onbekend dier, gaven ze het dezelfde naam. Daarom verwezen zij later naar Spanje als I-sphanim, waarvan het Latijnse Hispania zou zijn afgeleid.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Al sinds het vroege Paleolithicum is Spanje bewoond zoals vondsten van restanten van neanderthalers bewijzen. De eerste beschaving waarvan gegevens bekend zijn is de in het huidige Andalusië gelegen legendarische stadstaat Tartessos, die in de Bijbel bekend is onder de naam Tarsis. De Feniciërs uit Libanon stichten onder andere de stadstaat Gades (nu Cádiz) en worden later vervangen door de Carthagers. Vervolgens nemen de Romeinen Spanje in en blijven bijna 600 jaar.

Spanje in de Romeinse tijd

Vooraleer de Moren het Iberisch Schiereiland bezetten in het begin van de achtste eeuw, was Spanje in handen van de Visigoten die Spanje bezet hadden tijdens de Grote Volksverhuizing die het West-Romeinse Rijk fataal werd. De bezetting van de Moren duurde bijna 7 eeuwen. Zij voerden de islam in en er ontwikkelde zich een Moors-Spaanse cultuur van hoog niveau. De herovering (Spaans: Reconquista) door de christenen was een langdurig proces dat eindigde met de val van Granada in 1492. Deze datum wordt beschouwd als de eigenlijke vereniging van Spanje.

Spanje werd vanaf dan een wereldmacht onder de Habsburgers (1504-1700) en de Bourbons (1700-1868). Het Spaanse Rijk strekte zich over de hele wereld uit. Van 1701 tot 1714 woedde de Spaanse Successieoorlog. Deze resulteerde in een gecentraliseerde staat met aan het hoofd het huis van Bourbon.

Tijdens de Napoleontische oorlogen, rond 1800, werd ook Spanje door Napoleon bezet. Tijdens deze periode kwamen de Spaanse koloniën in Amerika in opstand en verklaarden zich onafhankelijk van het moederland en de Spaanse kroon. Daarmee verloor Spanje in één klap het verreweg grootste deel van zijn koloniale rijk. In de tweede helft van de 19e eeuw leidde de Spaans-Amerikaanse Oorlog tot het verlies (in 1898) van het laatste restant van de Spaanse koloniën: op het westelijk halfrond Cuba en Puerto Rico en in Azië de Filipijnen.

In 1931 werd Spanje een republiek (Spaanse Republiek), nadat koning Alfons XIII gedwongen werd af te treden. Voortdurende politieke instabiliteit leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Die begon als een nationalistische opstand tegen de wettige republikeinse regering, maar was, met alle buitenlandse bemoeienissen, feitelijk een conflict tussen de democratie en het fascisme. Generaal Franco, leider van de nationalisten, kreeg steun van Duitsland en Italië, terwijl de regering werd geholpen door de toenmalige Sovjet-Unie. De nationalisten overwonnen, en generaal Franco bleef als dictator aan de macht tot zijn dood in 1975.

Na de dood van Franco werd de monarchie hersteld. Juan Carlos, de kleinzoon van Alfons XIII, werd de nieuwe koning. In 1978 kwam een democratische grondwet tot stand die de sterk gecentraliseerde staatsvorm onder Franco wijzigde in een gedecentraliseerde structuur met autonome regio's.

Geografie[bewerken]

Pyreneeën in Aragón
Las Médulas in León
El Teide op Tenerife

Landschapskenmerken[bewerken]

Het landschap van Spanje bestaat voornamelijk uit plateaus, zoals de Spaanse Hoogvlakte, en bergketens zoals de Pyreneeën en de Sierra Nevada. De belangrijkste rivieren van het land zijn de Taag, de Ebro, de Duero, de Guadiana en de Guadalquivir. Spanje grenst in het oosten en zuiden aan de Middellandse Zee, in het noorden aan de Cantabrische Zee (het zuidelijk deel van de Golf van Biskaje) en in het westen aan de Atlantische Oceaan.

De zes grote bergketens van Spanje zijn de Pyreneeën, de Betische cordillera en Sierra Nevada, het Castiliaans Scheidingsgebergte, de Cantabrisch Gebergte en het Iberisch Randgebergte. De Pyreneeën, die in het westen uitlopen tot in Galicië, zijn ontstaan als gevolg van het botsen van het Iberische subcontinent tegen het Europese continent.

De hoogste bergtoppen zijn de 3404 meter hoge Pico de Aneto in centraal Spanje, en de 2648 meter hoge Picos de Europa in het westen. In de Sierra Nevada bevindt zich de Mulhacén, die met 3482 meter de hoogste berg van het Spaanse vasteland is. De hoogste berg van heel Spanje is echter de Pico del Teide op het Canarische eiland Tenerife. Andere bergen in Spanje zijn: Bola del Mundo, Circo de la Safor, El Yelmo, Monte Hacho, Montserrat, Monte Perdido, Pica d'Estats, Pozo de las Nieves, Turbón en de Zuilen van Hercules.

Klimaat[bewerken]

De geografische ligging van Spanje zorgt ervoor dat alleen het noordwesten (Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland) onder invloed ligt van de zogenaamde straalstromen, en de rest van het land niet. Buiten dat heeft Spanje een zeer onregelmatig landschap, en is een van de meest bergachtige landen van het Europese continent. Dit alles maakt dat men zeer verschillende klimaten (en microklimaten) kan onderscheiden. Grofweg kan het land worden verdeeld in de volgende klimaatzones:

  • Noordoostkust van de Middellandse Zee (Catalaanse kust, Balearen, en de noordelijke helft van het Valenciaanse land): Mediterraan klimaat: Warme en soms hete zomers en milde winters, ongeveer 600 millimeter neerslag per jaar in een zeer klein aantal geconcentreerde dagen, zogenaamde Mediterrane buien.
  • Zuidoostkust van de Middellandse Zee (Alicante, Murcia en Almería): Mediterraan klimaat: Hete zomers en milde winters. Erg droog, en bijna woestijnachtig, op sommige plekken slechts 150 millimeter neerslag per jaar, oftewel de droogste plek van Europa.
  • Zuidkust van de Middellandse Zee (Málaga en de kusten van Granada): Subtropisch klimaat Warme en soms hete zomers, extreem zachte en milde winters. Een gemiddelde jaartemperatuur van bijna 20 graden Celsius, ongekend hoog voor Europese begrippen.
  • Vallei van Guadalquivir (Sevilla en Córdoba): Lange zomers met extreme hitte en droogte, zachte winters, vrijwel zonder neerslag. Bijna een woestijnklimaat.
  • Zuidwest Atlantische kust (Cádiz en Huelva): Warme, maar niet extreem hete zomers, zeer milde winters, relatief (voor dit deel van Europa) veel neerslag.
  • Spaanse Hoogvlakte (Madrid, Castilië-La Mancha en Castilië en León): Mediterraan klimaat met sterke invloeden van een extremer landklimaat. Lange en zeer hete zomers en koude winters, weinig neerslag.
  • Vallei van de Ebro (Zaragoza en het binnenland van Catalonië): Zeer hete zomers, koude winters, weinig neerslag. Bijna een landklimaat
  • Noordatlantische kust (Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland): Zeeklimaat met milde zomers en milde winters, erg veel neerslag (1000-1200 millimeter per jaar)
  • Pyreneeën: Frisse zomers en koude winters, gematigd nat klimaat, in sommige gebieden een zogenaamd Hooggebergteklimaat.
  • Canarische Eilanden: Subtropisch klimaat met weinig seizoensveranderingen. Het gehele jaar door dezelfde zomerse temperaturen, woestijnachtig op de oostelijke eilanden, iets vochtiger op de westelijker gelegen eilanden. Volgens de universiteit van Syracuse heeft de stad Las Palmas op Gran Canaria het beste klimaat ter wereld.

Nationale Parken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Lijst van nationale parken in Spanje

Demografie[bewerken]

Bevolkingssamenstelling[bewerken]

Bevolkingsdichtheid per provincie (2005).

Aan het begin van de 20e eeuw telde Spanje ongeveer 20 miljoen inwoners; dat aantal heeft zich inmiddels ruim verdubbeld tot 47.370.542 (2013). Het land is naar West-Europese maatstaven nog altijd dunbevolkt (bevolkingsdichtheid: 85,8/km²), en de bevolking is zeer ongelijkmatig verdeeld. De dichtstbevolkte gebieden vindt men aan de verschillende kusten en in de regio van Madrid terwijl het verdere binnenland slechts dunbevolkt is; veel binnenlandse dorpen zijn zelfs vrijwel onbevolkt (vaak alleen nog door oude mensen) doordat veel jongeren naar de kuststeden en Madrid trekken omdat daar meer en beter werk te vinden is. De Instituto Nacional de Estadística (INE) is belast met de samenstelling van het bevolkingsregister (censo).

Spanje ontvangt momenteel het grootste aantal immigranten van Europa. Maar liefst 38,6% van de totale immigratie richting de Europese Unie in 2005 vestigde zich in Spanje. Het merendeel van de immigranten is afkomstig uit Zuid-Amerika, Afrika, Oost-Europa en ook uit andere West-Europese landen. Met sommige van deze nieuwe bevolkingsgroepen zijn problemen ontstaan wat betreft integratie, maar desondanks heeft het hoge aantal immigranten wel gezorgd voor een belangrijk deel van de economische groei van het land.

Steden en agglomeraties[bewerken]

Agglomeraties van Spanje

De volgende lijst bevat de inwonertallen van de grootste steden en agglomeraties in Spanje, gemeten op 1 januari 2008. Voorsteden van Barcelona of Madrid, zoals Terrassa, Móstoles, Alcalá de Henares etc. zijn niét in deze lijst opgenomen. Voor de complete lijst, zie lijst van grote Spaanse steden.

Rang Naam Inwoners 2008 Agglomeratie 2005 Autonome regio
1 Madrid 3.213.271 6.095.439 Madrid
2 Barcelona 1.615.908 5.239.927 Catalonië
3 Valencia 807.200 1.832.274 Valencia
4 Sevilla 699.759 1.317.098 Andalusië
5 Zaragoza 666.129 683.783 Aragón
6 Málaga 566.447 1.074.057 Andalusië
7 Murcia 430.571 563.272 Murcia
8 Palma de Mallorca 396.570 474.035 Balearen
9 Las Palmas 381.123 616.903 Canarische Eilanden
10 Bilbao 353.340 947.581 Baskenland
11 Alicante 331.750 710.448 (met Elche) Valencia
12 Córdoba 325.453 351.584 Andalusië
13 Valladolid 318.461 513.894 Castilië en León
14 Vigo 295.703 423.821 Galicië
15 Gijón 275.699 855.159 (met Oviedo) Asturië

Talen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Talen in Spanje

Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: español (Spaans) of castellano (Castiliaans, uit Castilië). Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral español, in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 luidt als volgt:

Castiliaans (Spaans) is de officiële taal van de Spaanse Staat. (...) De andere Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome Gemeenschappen...[5]
Talen in Spanje:

██ Castiliaans (Spaans)

██ Catalaans

██ Baskisch

██ Asturisch

██ Extremeens

██ Galicisch

██ Aragonees

██ Aranees (dialect van het Occitaans)

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (Spaans: Catalán, Catalaans: Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans dat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans (Spaans: Valenciano Catalaans: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
  • Baskisch (Spaans: Vasco, Baskisch: Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (Spaans: Gallego, Galicisch: Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees (Spaans: Aranés): wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Val d'Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Occitaans, dat voor het overige vooral in Frankrijk wordt gesproken.

Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en stammen af van het Latijn, binnen elk van deze talen bestaan echter ook verschillende dialecten. De twee niet-officiële regionale talen zijn:

  • Asturisch (Spaans: Asturiano, Asturisch: Asturianu) wordt gesproken door ongeveer 100.000 mensen en wordt in Asturië wettelijk beschermd. Het is geen dialect van het Spaans, maar een aparte taal, en wordt in verschillende gebieden gesproken: Asturië, León, Zamora, Salamanca (daar heet de taal “llionés), Extremadura (daar heet de taal “extremeñu”) en Cantabrië (daar heet de taal “montañés”).
  • Aragonees (Spaans: Aragonés, Aragonees: Aragonés): wordt gesproken door slechts 10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón. Ongeveer 40.000 mensen kennen de taal of hebben het geleerd (neo-fabláns), meestal in Zaragoza en Huesca. In de rest van Aragón, zuiden van Navarra en sommige gebieden in Valencia en Castilië-La Mancha, wordt het vaak met het Spaans vermengd. Het Aragonees stamt af van het Latijn.

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking een van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries, door 400.000 inwoners oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde Andaluz (Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan. Het Valenciaans, een variant van het Catalaans gesproken in de gelijknamige regio, wordt door veel Valencianen zelf zelfs als een aparte taal beschouwd.

Religie[bewerken]

Christendom[bewerken]

De kathedraal van Segovia

De dominante religie in Spanje is het katholicisme en het is een traditioneel katholiek land. Volgens een volkstelling van 2010 beschouwt 70,5% van de bevolking zich als katholiek. 0,2% is protestant, 2,3% is islamitisch, 0,4% heeft een andere religie en 26,6% is areligieus.[bron?]

De Katholieke Kerk in Spanje heeft zich in de Burgeroorlog principieel achter de door Franco geleide opstandelingen gesteld en verkreeg na het eind daarvan een officiële status in het landsbestuur. Deze geprivilegieerde status werd vastgelegd in het Concordaat dat in 1953 tussen de Spaanse regering en het Vaticaan werd gesloten. Ten gevolge van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd in de Spaanse Kerk het bewustzijn levend dat het samengaan met de staatsmacht afbreuk doet aan de evangelische verkondiging. De resoluties van het concilie hadden tot gevolg dat godsdienstvrijheid door de regering werd aanvaard en wettelijk werd erkend in de ‘Ley de libertad religiosa’ (28 juni 1967). Volgens art. 16 van de grondwet van 1978 heeft geen enkele godsdienst het karakter van een staatsgodsdienst. In januari 1979 werd het Concordaat opgeheven; er werden vier akkoorden door Spanje en het Vaticaan ondertekend waarin de positie van de Katholieke Kerk in Spanje op vier terreinen (juridisch, cultureel, economisch en militair) is geregeld.

De territoriale indeling van de Katholieke Kerk omvat in totaal 63 aartsbisdommen en bisdommen die tezamen elf kerkprovincies vormen. De aartsbisdommen Madrid-Alcalá en Barcelona hebben geen suffragaanbisdommen en vallen rechtstreeks onder de H. Stoel. Primaat van Spanje is de aartsbisschop van Toledo.

In de laatste decennia is het aantal praktiserend gelovigen gedaald. Volgens een onderzoek van The New York Times in 2005[bron?] gaat 18% van de bevolking regelmatig naar een kerkdienst. Binnen het deel van de bevolking dat wel religieus actief is zijn, net als in de meeste Europese landen, verschillende maten en niveaus van daadwerkelijke betrokkenheid te onderscheiden.

De heiligen Jakobus de Meerdere, Johannes van Ávila en Theresia van Ávila zijn de beschermheiligen van Spanje.

Protestanten, moslims en joden vormen kleine minderheden. Er bestaan een aantal protestantse bevolkingsgroepen, waarvan geen enkele uit meer dan 50.000 personen bestaat. Ook zijn er ongeveer 20.000 mormonen.

Niet-christelijke religies[bewerken]

Tot aan het begin van de 16de eeuw was de bevolking van het huidige Spanje religieus divers. Zo woonden er naast christenen relatief grote groepen moslims en joden.

Islam[bewerken]
De Mezquita in Córdoba, nu in gebruik als kathedraal, maar oorspronkelijk een moskee

De islam was de religie van de Moren die in het begin van de 8ste eeuw vanuit Noord-Afrika het huidige Spanje binnengevallen waren en grote delen van het Iberisch Schiereiland onder hun invloed brachten. Het rijk dat zij daar stichtten werd Al-Andalus genoemd. Hun heerschappij in het huidige Spanje duurde tot 1492 toen het laatste Moorse bolwerk Granada als deel van de Reconquista door de katholieke koningen veroverd werd. Hiermee eindigde nog niet meteen de aanwezigheid van moslims in het huidige Spanje, hoewel wel wordt aangenomen dat de meeste moslims het Iberisch Schiereiland als gevolg van de Reconquista verlieten. Pas enige jaren na 1492 werden de overgebleven moslims gedwongen zich alsnog tot het christendom te bekeren, dan wel het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of moriscos genoemd. Zij die het land alsnog verlieten, vertrokken vooral naar Noord-Afrika. Heden ten dage neemt het aantal moslims in Spanje als gevolg van immigratie toe.

Jodendom[bewerken]
De voormalige synagoge van Córdoba

De aanwezigheid van joden in het huidige Spanje gaat terug tot het begin van onze jaartelling. Men vermoedt dat het aantal joden met name in de tijd dat het huidige Spanje deel uitmaakte van het Romeinse Rijk aanzienlijk is toegenomen. Zij vormden een aanzienlijke minderheid van de totale bevolking van Spanje. De aanwezigheid van de Sefardim, zoals deze Iberische joden genoemd worden, in het huidige Spanje eindigde in het jaar 1492 toen de katholieke koningen het zogenoemde Verdrijvingsedict uitvaardigden. Als gevolg van dit edict werden alle Sefardim gedwongen zich tot het christendom te bekeren of het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of denigrerend maranen (of zwijnen) genoemd. Zij en hun nakomelingen waren nadien veelvuldig het slachtoffer van de Spaanse Inquisitie. Zij die het land verlieten, vertrokken vooral naar Portugal (waar zij een aantal jaren nadien voor dezelfde keuze gesteld werden), het Ottomaanse Rijk en Noord-Afrika, en in kleinere aantallen uiteindelijk ook naar België en Nederland.

Politiek[bewerken]

De Koning van Spanje is ook de Chef van Defensie

Politieke structuur[bewerken]

Spanje is een constitutionele monarchie, met een koning als staatshoofd, Koning Juan Carlos I.

De uitvoerende macht bestaat uit de regering met verschillende ministers onder leiding van de premier of president van de regering (Presidente del Gobierno). Sinds 19 december 2011 is de conservatieve Mariano Rajoy Brey van de Partido Popular premier van Spanje, nadat zijn partij de verkiezingen van 2011 gewonnen had. De staatsraad adviseert de regering gevraagd of ongevraagd.

De wetgevende macht bestaat uit twee kamers, de zogenaamde Cortes Generales. Het hogerhuis (de Senado) bestaat op het moment uit 259 zetels en in het lagerhuis (Congreso de los Diputados) zetelen 350 vertegenwoordigers. De laatste verkiezingen waren in maart 2008.

De rechterlijke macht bestaat uit de verschillende rechtbanken en tribunalen, met verschillende rechters die de autoriteit hebben om in naam van de Koning de justitie in het land te handhaven.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bestuurlijke indeling van Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De autonome regio's en steden van Spanje

Spanje is bestuurlijk gezien een bondsstaat waarin de macht zeer gedecentraliseerd wordt uitgevoerd, het is het meest gedecentraliseerde land van de Europese Unie. Het land bestaat uit twee autonome steden (Spaans: Ciudades Autónomas), Ceuta en Melilla, en 17 autonome regio's (Comunidades Autónomas):

De mate van autonomie verschilt per regio. Bijna alle regio's zijn weer onderverdeeld in provincies. De provincies van Spanje zijn onderverdeeld in comarca's, die op hun beurt in gemeenten zijn opgedeeld.

De verschillende mate van autonomie is te verklaren uit de grote behoefte aan autonomie in de regio's Catalonië, Baskenland en Galicië, omdat deze drie elk een sterke eigen identiteit en taal hebben. Zij kregen hierdoor in een eerder stadium meer eigen rechten toegewezen dan de overige regio's. Deze drie regio's vallen dus onder het zogenaamde "speciale regime", waarbij de lokale taal een officiële status heeft. De verhoudingen van de regionale regeringen van het Baskenland en Catalonië (de Generalitat de Catalunya) met de centrale regering in Madrid zijn vaak gespannen en soms zelfs problematisch. De autonomie van deze regio's kan onder meer van toepassing zijn op het lokale zorgstelsel, belastingstelsel, onderwijs en veiligheid. Catalonië en Baskenland hebben bijvoorbeeld elk een eigen politieorgaan (Mossos d'Esquadra resp. Ertzaintza).

Politieke partijen[bewerken]

Landelijke partijen[bewerken]

Een aantal partijen is landelijk actief, al dan niet door middel van allianties met regionale partijen.

Regionale partijen[bewerken]

Door de gedecentraliseerde staatsinrichting hebben regionale partijen vaak op nationaal niveau ook nog een bepaalde mate van invloed. Zo heeft een aantal van hen ook zitting in het nationale congres en in de senaat, beide in Madrid.

Aragon
Partido Aragonés
Chunta Aragonesista
Asturië
Foro Asturias
Baskenland
Batasuna (verboden)
Eusko Alderdi Jeltzalea (PNV in het Castiliaans)
Canarische eilanden
Canarische Coalitie (CC)
Catalonië
Candidatura d'Unitat Popular (CUP)
Ciutadans - Partit de la Ciutadania (C's)
Convergència i Unió (CiU)
Esquerra Republicana de Catalunya (ERC)
Iniciativa per Catalunya Verds (ICV)
Partit dels Socialistes de Catalunya (PSC, vaak in een adem genoemd met de nationale arbeiderspartij: PSC-PSOE)
Plataforma per Catalunya (PxC)
Solidaritat Catalana per la Independència (SI)
Galicië
Bloque Nacionalista Galego (BNG)
Navarra
Nafarroa Bai (NaBai)

Historische partijen[bewerken]

Vakbonden[bewerken]

Hoewel het aantal leden van vakbonden tegenwoordig relatief laag ligt, hebben vakbonden in het verleden een grote rol gespeeld in Spanje. Met name in de aanloop tot en tijdens de burgeroorlog, en in een latere fase van het regime van Francisco Franco zijn ze zeer invloedrijk geweest. Enkele belangrijke koepelorganisaties van vakbonden vandaag de dag zijn:

Tijdens het regime van Franco was de enige toegestane vakbond de OSE (in de volksmond sindicato vertical genoemd).

Economie[bewerken]

Wolkenkrabbers in Madrid

Spanje staat bekend als vakantiebestemming (sinds de jaren zestig). Tijdens het politiek geïsoleerde regime van Francisco Franco, dat in 1939 begon en met zijn dood in 1975 eindigde, vond wel enige modernisering plaats in een sterk gereguleerde economie, maar lang niet genoeg om eeuwen van relatieve achteruitgang goed te maken. Het land kon pas in de jaren 80 beginnen aan een inhaalslag en is tegenwoordig een van de belangrijkste economieën van Europa. In 2005 had het een bbp van € 836.672 miljoen en een gemiddeld inkomen van $ 27.542 per inwoner. Volgens de Wereldbank was Spanje in 2004 de achtste economie van de wereld. De levensverwachting van de Spaanse bevolking is een van de drie hoogste ter wereld. De levenskwaliteit is ook uitstekend en overtreft volgens het Britse weekblad The Economist die van landen als Canada, Frankrijk en de Verenigde Staten. Opmerkelijk is dat steeds meer Spaanse bedrijven meedraaien in de wereldtop op het gebied van geavanceerde technologieën zoals vliegtuigbouw, informatica, biotechnologie, zonne-energie en infrastructuurtechniek.[6]

Spanje is een van de belangrijkste landbouwproducenten van Europa. Een aantal van de belangrijkste producten in deze sector zijn citroenen, sinaasappels, olijven en olijfolie, noten, druiven en wijn.

Spanje is hard door de economische crisis getroffen, en de werkloosheid is de hoogste van de EU. Dit is voornamelijk te wijten aan de instorting van de Spaanse huizenmarkt. Naar verwachting zal Spanje nog jaren nodig hebben om uit de economische crisis te komen, hetgeen veel later is dan de meeste andere lidstaten van de Europese Unie. Ter beperking van de schade aan de economie heeft de regering van Zapatero in januari 2009 het 'Plan E' afgekondigd, dat in maart 2011 is opgevolgd door wetgeving die het economisch herstel een duurzame vorm moet geven. In het najaar van 2011 raakte Spanje in acute problemen als gevolg van sterk toenemende risicopremies in de rentes op Spaanse staatsschulden. De ECB moest er toe overgaan om op de secundaire markt omvangrijke aankopen van Spaanse staatsobligaties te doen. De Spaanse overheid werd gedwongen een zwaar bezuinigingsprogramma aan te nemen.

Toerisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van badplaatsen in Spanje.
Benidorm is een van de vele Spaanse badplaatsen
De Oso y Madroño op Puerta del Sol. Op de achtergrond de klok van het Casa de Correos

Ook al is het grootste deel van de toeristen in Spanje zelf Spaans, het is ook het land met het op één na grootste aantal buitenlandse toeristen per jaar, na buurland Frankrijk, en neemt maar liefst 7% van het wereldwijde internationale toerisme voor zijn rekening. Dat is meer dan Italië of de Verenigde Staten. Het toerisme kwam al op in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw. Het aantal buitenlandse toeristen steeg van minder dan 700.000 in 1951 naar 4 miljoen in 1959, 34 miljoen in 1973 en 40 miljoen begin jaren 80.[7] In 2005 werd Spanje volgens het ministerie van Industrie, Handel en Toerisme bezocht door maar liefst 52,4 miljoen buitenlanders.

Catalonië (Barcelona, Costa Brava, Costa Dorada, Pyreneeën) is veruit het meest toeristische deel van het land: meer dan 25% van de buitenlandse toeristen in Spanje bezocht deze regio in 2005, gevolgd door de Balearen (9,4 miljoen buitenlandse toeristen), en de Canarische Eilanden (8,6 miljoen buitenlandse toeristen). Ongeveer twee derde van de buitenlandse toeristen komt uit slechts drie landen; 29% uit het Verenigd Koninkrijk, 18% uit Duitsland en 16% uit Frankrijk (vooral naar Catalonië). Nederlandse en Belgische toeristen maken respectievelijk slechts 4% en 3% van het totaal uit.

Binnenlandse, oftewel Spaanse, toeristen gingen in 2005 vooral naar Madrid (20,7 miljoen toeristen of 18,5% van het totaal), gevolgd door Catalonië met 17,7 miljoen mensen (15,8%) en Andalusië met 16,7 miljoen mensen. (15,0%).[8]

Volgens de Wereldtoerismeorganisatie zal het aantal toeristen dat Spanje bezoekt met ongeveer 5% per jaar stijgen in de komende 20 jaar. In 2020 zal het land dan ongeveer 75 miljoen buitenlandse toeristen ontvangen.

Vervoer[bewerken]

Een AVE-hogesnelheidstrein op het traject Madrid-Barcelona

Spanje heeft 105 vliegvelden voor burgerluchtvaart, waarvan slechts 33 ook internationale vluchten ontvangen. De belangrijkste zijn de luchthaven Barajas in Madrid en luchthaven El Prat van Barcelona. Luchthaven Barajas is in 2005 enorm uitgebreid, en heeft nu de grootste luchthaventerminal ter wereld. De bedoeling is dat het een van de belangrijkste luchthavens van Europa wordt, momenteel verwerkt het ongeveer 50 miljoen passagiers per jaar.

Het treinverkeer van Spanje is in handen van het staatsbedrijf RENFE. Er bestaan verbindingen tussen vrijwel alle steden van het land. Omdat de spoorwijdte in Spanje (Iberisch breedspoor) anders is die in de rest van West-Europa, zijn er vooralsnog geen directe aansluitingen mogelijk op het Franse spoorwegnet. Dit maakt dat er bij de enige twee internationale aansluitingen langs de Pyreneeën, bij de grens van trein gewisseld moet worden.

Onder de naam AVE exploiteert RENFE vijf hogesnelheidslijnen met treinen die gemiddeld 200 km per uur rijden. Het netwerk heeft een totale lengte van meer dan 1200 km en verbindt steden als Madrid, Barcelona, Málaga, Sevilla en Valladolid. Momenteel vindt er grootschalige uitbreiding plaats van het aantal hogesnelheidslijnen, zodat alle grote steden van het land op dit netwerk zullen zijn aangesloten, en ook wordt er gewerkt aan een internationale aansluiting waardoor er hogesnelheidstreinen kunnen gaan rijden van Madrid naar Parijs.

In totaal beschikken zes Spaanse steden over een metro. De grootste zijn de metro van Barcelona en die van Madrid, maar ook Valencia, Palma de Mallorca, Bilbao en, sinds april 2009, Sevilla hebben hun eigen metronetwerk.

Het autosnelwegnetwerk had per 31 december 2007 een totale lengte van 14.689 km.

De belangrijkste zeehaven van Spanje is de haven van Algeciras aan de Straat van Gibraltar. Andere belangrijke havens zijn die van Valencia, Barcelona en Bilbao.

Cultuur[bewerken]

Siësta[bewerken]

In Spanje wordt 's middags siësta gehouden, vooral in de zomer. De siësta duurt doorgaans van 14.00 tot 17.00 uur, maar kan plaatselijk verschillen, en vervangt de lunchpauze zoals die in de rest van Europa gebruikelijk is. Tijdens de siësta zijn veel winkels gesloten, het is het moment van de dag om te eten en uit te rusten of te slapen. De normale werktijden/schooltijden zijn anders dan in Noord-Europese landen en verschillen sterk per regio. Afhankelijk van de regio werkt men van 09.00 tot 14.00 uur en van 15.00 à 17.00 uur tot 18.00 à 21.00 uur. In de centra van grote steden zijn de meeste winkels zes dagen per week open van 10.00 tot 21.00 uur. Eind 2005 werd het voorstel gedaan om de siësta af te schaffen, maar voorlopig zijn daar geen concrete plannen voor.

Gastronomie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Spaanse keuken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Catalaanse fideuada, een soort paella met pasta in plaats van rijst

De Spaanse keuken is net zo divers als de Spaanse culturen en klimaten. Typische Spaanse producten zijn de vele wijnen en cava’s, talloze worsten waaronder chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (Iberische ham), talloze kazen, peulvruchten, rijst, mediterraanse groenten en veel verschillende zoetigheden. De meest bekende gerechten zijn de Spaanse tortilla, churros, paella, gazpacho, stoofpotten (cocidos) en calamares a la romana (gefrituurde inktvis). Bekend zijn ook de tapas, die zowel ’s middags als ’s avonds kunnen worden gegeten, en in sommige delen van het land gratis zijn. Het eten van tapas is ook in het buitenland (Noord-Europa, Noord-Amerika) zeer populair. Er zijn honderden, zo niet duizenden soorten tapas die erg verschillen per regio. Snacks verwant met de tapas, maar apart besteld en gegeten, zijn de pinchos, waarvoor vooral het Baskenland bekendstaat, alwaar deze hapjes pintxos worden genoemd. Spanjaarden waarderen vooral de simpelheid, versheid en kwaliteit van het eten, en niet altijd de presentatie of het gebruik van zo veel mogelijk ingrediënten en kruiden in één gerecht.

Spaanse wijn en Baskische pintxos

Typisch Spaanse drankjes, die met name in de zomer worden gedronken, zijn sangria, horchata en clara (bier gemengd met licht zoete frisdrank). De naam sherry is afkomstig van de Andalusische stad Jerez de la Frontera. Spanje is een van de belangrijkste wijnproducenten ter wereld.

Er zijn regionaal erg veel verschillen te onderscheiden in de gastronomie: de Galicische keuken lijkt bijvoorbeeld totaal niet op de Catalaanse of Andalusische keuken. Er zijn echter toch een aantal typische kenmerken van de Spaanse eetcultuur:

  • Twee keer warm eten per dag (rond 15.00 uur en rond 22.00 uur), meestal een voorgerecht én een hoofdgerecht
  • Het drinken van wijn bij de maaltijd (ook ’s middags)
  • Erg vaak buiten de deur eten (gemiddeld 4 keer per week)
  • Het koken met verse producten en weinig consumptie van diepvriesproducten, voorbereide kruidenmixen of kant-en-klaarmaaltijden
  • Scheutig gebruik van olijfolie voor zowel koude als warme gerechten
  • Grote consumptie van vis, schelp- en schaaldieren t.o.v. andere landen. Na Japanners zijn Spanjaarden de grootste visconsumenten ter wereld.
  • Het eten van zoetigheden als ontbijt (vrijwel nooit brood)

Stierenvechten[bewerken]

Het (vooral buiten Spanje) omstreden stierenvechten maakt deel uit van de Spaanse cultuur. Een stierengevecht wordt door vele Spanjaarden niet gezien als een sport, maar heeft voor hen het karakter van een artistieke uitvoering waarbij de menselijke (vooral mannelijke) superioriteit over het dier en de dood wordt getoond. Daarbij schijnt het voor sommige vrouwen als afrodisiacum te werken, hoewel dat voor anderen moeilijk voorstelbaar is. Stierenvechten zoals dat tegenwoordig wordt beoefend is al eeuwenoud en werd oorspronkelijk op dorpspleinen uitgevoerd. De eerste arena's waren van hout, maar begin 18e eeuw - in 1711 - werd voor het eerst een arena uit steen gebouwd, in Béjar, een dorp in de provincie Salamanca. Vijf jaar later volgde Campo Frio, in de provincie Huelva. De arena van Ronda, naar men zegt gebouwd op de funderingen van een Romeins theater, werd in 1804 in gebruik genomen.

Ondanks het grote aantal stierengevechten in Spanje, waar behalve Spanjaarden ook veel buitenlandse toeristen naar gaan kijken, zijn er in het land zelf ook tegenstanders te vinden.
Op 6 april 2004 verbood de gemeenteraad van Barcelona als eerste stad het stierenvechten, overigens zonder dat dit gevolgen had: tot in 2011 zijn in de arena van Barcelona stierengevechten gehouden. In 2009 verbood Catalonië (waar Barcelona de hoofdstad van is), als eerste autonome regio op het vasteland, het stierenvechten. Dit verbod is ingegaan op 1 januari 2012 waardoor de corridas van 2011 de laatste waren.

Feesten[bewerken]

Stierenvechter in Sevilla

Spanje heeft een relatief groot aantal feestdagen waarvan sommige uitbundig worden gevierd - vooral de vele regionale feestdagen. De nationale feestdagen zijn niet meer dan vrije dagen. Dit geldt niet voor de Semana Santa, de heilige week rondom Pasen. De Spanjaarden zelf hebben hun feesten geklasseerd naar regionaal, nationaal of internationaal belang. Zo is de Semana Santa van Sevilla, net als die van 16 andere steden, geklasseerd als feest van internationaal belang. Sommige feesten en tradities zijn opgenomen in de Unesco werelderfgoedlijst, en trekken jaarlijks duizenden toeristen en pelgrims. Ook de traditie van de bedevaart naar Santiago de Compostella is internationaal vermaard.

De bekendste en grootst gevierde regionale feesten zijn:

Media[bewerken]

De meeste landelijke dagbladen worden uitgegeven in Madrid of Barcelona. De krant El País is met een oplage van ongeveer 494.697 exemplaren het grootste dagblad. El País wordt uitgegeven in Madrid, evenals El Mundo (390.831), ABC (331.810) en La Razón (166.006). Uitgevers uit Barcelona brengen de landelijke kranten La Vanguardia (231.287) en El Periódico (174.960) uit.[9] Naast de reguliere kranten zijn ook de landelijke sportkranten El Mundo Deportivo, Sport (beide uitgegeven in Barcelona), Marca en Diario AS (uitgegeven in Madrid) van belang.

De publieke radio- en televisieomroep is in handen van Radiotelevisión Española (RTVE). Verder zijn er verschillende commerciële zenders.

Sport[bewerken]

Camp Nou is de thuisbasis van FC Barcelona en het grootste stadion van Europa

In 1992 organiseerde Barcelona de Olympische Zomerspelen, de eerste en tot nu toe enige keer dat dit evenement in Spanje werd gehouden.

Voetbal is de populairste sport in Spanje. Bekende voetbalclubs zijn onder andere Real Madrid, FC Barcelona, Valencia CF, Sevilla FC, Villarreal CF en Atlético Madrid. Grote clubs als Real Madrid en Barcelona spelen op hoog niveau in Europa. Ook het nationale voetbalelftal is van hoog niveau. In 1964 werd Spanje op eigen bodem Europees kampioen door een 2-1-overwinning op de Sovjet-Unie, en van 2008 tot 2012 won het drie kampioenschappen op rij: het EK in 2008 na een 1-0-overwinning op Duitsland, het WK in 2010 door na een verlenging Nederland met 1-0 te verslaan, en het EK in 2012 na een 4-0-overwinning op Italië. Deze laatste is de grootste overwinning ooit in de finale van een EK of WK.

Op de tweede plaats komt basketbal. Ook basketbal wordt in Spanje op hoog niveau gespeeld. In 2006 werd het Spaanse nationale basketbalteam zelfs wereldkampioen door Griekenland in de finale te verslaan. Bekende namen in het basketbal zijn onder meer Pau Gasol, Sergio Rodríguez, Jorge Garbajosa, Rudy Fernández, Ricky Rubio en José Manuel Calderón.

Ook in het wielrennen op de weg draait Spanje goed mee. Met renners als Alberto Contador, Óscar Freire, Alejandro Valverde en Carlos Sastre in hun rangen strijden de Spanjaarden regelmatig mee voor de podiumplaatsen.
Sneller nog dan de wielrenners is de Spaanse autocoureur Fernando Alonso, die in de Formule 1 zijn successen behaalt.

Op tennisgebied heeft Spanje met Rafael Nadal en David Ferrer spelers van wereldformaat.

In het handbal werd de nationale mannenploeg in 2013 wereldkampioen in eigen land. De twee grootste clubs uit Spanje zijn ook twee van de grootste clubs in Europa: BM Ciudad Real en FC Barcelona.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Er staan 38 Spaanse bezienswaardigheden op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De bekendste hiervan zijn:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Catalaans, Baskisch en Galicisch hebben ook een officiële status in hun respectieve autonome regio's, en in Catalonië daarnaast ook nog Aranees
  2. (en) Verenigde Naties 2011
  3. (en) Laatste census 1 november 2011 (via V.N.)
  4. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  5. El castellano es la lengua española oficial del Estado. (...) Las demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas Comunidades Autónomas...
  6. Technology Review: New Technologies in Spain
  7. Barke, M., Towner, J., Newton, M.T. (editors) (1996), Tourism in Spain: Critical issues, Oxon: CAB International, Hoofdstuk Tourism in Catalonia, p. 237 (Pi-Sunyer, O.)
  8. Instituto de estudios turisticos Assessment of Tourism in Spain in 2005 (PDF) p. 1-4
  9. Oplagen in de periode juli 2009 - juni 2010 volgens het Oficina de la Justificación de la Difusión