Antoni Gaudí

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Antoni Gaudí
Antoni gaudi.jpg
Portretfoto uit 1878.
Achtergrondinformatie
Volledige naam Antoni Plàcid Guillem Gaudí i Cornet
Geboren 25 juni 1852
Overleden 10 juni 1926
Geboorteland Spanje
Beroep(en) architect
Stijl(en) Organisch,
Jugendstil,
Catalaans modernisme
Stijl(en) Organisch,
Jugendstil,
Catalaans modernisme
Signature Antoni Gaudí.svg
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Antoni Gaudí i Cornet (Reus of Riudoms, 25 juni 1852Barcelona, 10 juni 1926), was een Spaans architect. Hij ontwierp rond 1900 een aantal markante gebouwen en andere objecten in Barcelona en daarbuiten, waarvan de Sagrada Família de bekendste is.

Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de organische architectuur. Zijn werk valt onder de Art Nouveau/Jugendstil. In Catalonië wordt deze stijl het Modernisme catalá genoemd.

Inhoud

[bewerken] Jeugd en studie

Gaudí werd in 1852 vermoedelijk in de Catalaanse stad Reus geboren, in een huis aan de Carrer de Sant Joan 4. Anderen beweren dat hij in het nabijgelegen Riudoms werd geboren. Zijn vader, Francesc Gaudí i Serra, was een, niet bepaald rijke, kopersmid. Al vanaf zijn kindertijd leed Gaudí aan reuma.

Op zijn zeventiende vertrok hij naar Barcelona om er architectuur te studeren aan de Escola Superior d´Arquitectura. Om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij bijbaantjes bij verschillende architecten in de stad. Gaudí was geen bijzonder goede student, maar viel wel op door zijn eigenzinnigheid. Zo tekende hij bij zijn afstudeerproject "voor de sfeer" een volstrekt irrelevante lijkwagen op een bouwtekening van een poortgebouw van een begraafplaats.

Tussen zijn twintigste en dertigste levensjaar was Gaudí een tijdlang lid van de vrijmetselarij, maar na herontdekking van zijn katholieke geloof, distantieerde hij zich formeel van dit lidmaatschap, vanwege zowel het kerkelijk verbod op vrijmetselaarslidmaatschap alsook vanwege het sterk "anti-christelijke karakter" van de Spaanse irreguliere tak van de vrijmetselarij. De internationale vrijmetselarij gebruikt Gaudí thans in haar schaarse public relations echter veelal onterecht als illustratie van én katholiek én maçonniek zijn.

Toch rondde hij zijn studie af. Bij zijn diploma-uitreiking in 1878 zei de directeur Elie Rogent: "He aprobado a un loco o a un genio", Ik heb een halve gare of een genie laten slagen.[1] Opvallend is dat Gaudí, die zich later altijd tamelijk sjofel kleedde, in deze tijd een dandy was, dat wil zeggen buitengewoon veel aandacht aan zijn uiterlijk besteedde. Niettemin leefde hij eigenlijk alleen voor zijn werk. Hij is nooit getrouwd, hoewel het gerucht gaat dat hij rond 1884 een keer verloofd was.

[bewerken] Vroege werk

Werken van Gaudi
Werelderfgoed cultuur
Casa Mila, schoorstenen.JPG
Land Vlag van Spanje Spanje
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, ii, iv
Inschrijvingshistorie
UNESCO-volgnr. 320
Inschrijving 1984 (8e sessie)
Uitbreiding 2005
UNESCO-werelderfgoedlijst

In de tijd dat Gaudí afstudeerde, was er in de Europese architectuur sprake van een grote openheid. Het strakke en sobere Neoclassicisme van bijvoorbeeld de Parijse Arc de Triomphe had plaats gemaakt voor de Romantiek, waarin meer plaats was voor gevoel en waarin er waardering was voor alle bouwstijlen uit het verleden, niet alleen de Romeinse en Griekse. Spanje was enigszins geïsoleerd van de rest van Europa, maar ook hier werd het werk van John Ruskin gelezen, die in 1853 schreef: "Het ornament is de oorsprong van de architectuur". Het werk van Gaudí is uitzonderlijk rijk geornamenteerd.

In Gaudí's jonge jaren ging het de stad Barcelona zeer voor de wind. De rijke burgers omringden zich graag met kunstenaars en Gaudí begaf zich ook in deze intellectuele kringen. Hij ontwikkelde een anti-kerkelijke houding en was ook begaan met de arbeiders.

Een van de bouwstijlen die weer in de belangstelling stonden, was de gotiek. Gaudí bezocht bijvoorbeeld het door Eugène Viollet-le-Duc herschapen Carcassonne en de kathedraal in Tarragona. De interesse voor de gotiek had echter ook een politieke achtergrond. Catalonië bloeide economisch, maar werd politiek overheerst door Castilië (Madrid). Onderwijs in het Catalaans was bijvoorbeeld verboden. Gaudí, die fervent Catalaans was, was lid van de Centre Excursionista, een groep jongeren die plaatsen uit het verleden van Catalonië bezocht. Gaudí sprak zo veel mogelijk Catalaans, ook als dat dan voor anderstalige bouwvakkers eerst vertaald moest worden.

Net als Viollet-le-Duc was Gaudí er niet voor om de architectuur uit het verleden klakkeloos over te nemen; zij diende vooral als inspiratie. Het gevolg was wel dat Gaudí in zijn leven slechts één keer een prijs kreeg, voor het relatief conventionele Casa Calvet. Hij schijnt onder deze miskenning geleden te hebben.

Vreemd genoeg kreeg Gaudí al voordat hij naam had gemaakt een grote opdracht. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona een stuk grond, waarop zij een kerk en bijbehorend complex wilde laten bouwen ter ere van de Sagrada Família (de Heilige Familie: Jozef, Maria en hun kind Jezus). De opdracht ging eerst naar Francisco de Paula del Villar, voor wie Gaudí in zijn studententijd had gewerkt. Deze trok zich echter al snel na het begin van de werkzaamheden terug. Joan Martorell, ook een bekende van Gaudí en qua Neogotiek de belangrijkste Catalaanse architect, zou de leiding overnemen, maar weigerde. Waarom de onbekende Gaudí in 1883 de opdracht kreeg, is niet geheel duidelijk.

Het gebruik van scherven in een van de torens van de Sagrada Família

In datzelfde jaar begon de bouw van Casa Vicens. Het is een combinatie van baksteen en natuursteen, maar opvallend zijn vooral de tegels die de buitenkant van het huis grotendeels bedekken. De geometrische patronen die ze vormen, doen denken aan Arabische bouwwerken en Gaudí heeft zich hiervoor dan ook laten inspireren door de Moorse architectuur in Spanje. Het huis, waarvan hij ook het interieur ontwierp, is echter een combinatie van vele stijlen. Zo zitten er op het balkon van een hoektoren Rafaël-achtige engeltjes en is de eetkamer een voorbeeld van Jugendstil.

[bewerken] Latere werk

Zoals vermeld kon de overheid Gaudí's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien.

Voor Güell realiseerde Gaudí diverse objecten, waaronder het Palau Güell. Ook dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudí gebruikte hier voor het eerst, onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en kettinglijn als vorm, iets wat in zijn latere werk steeds terugkomt. Ook de bizarre torentjes op het dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers.

Aan het begin van de 20e eeuw creëerde Gaudí het Park Güell. Behalve de gebouwen ontwierp hij veel van de mozaïeken. Hiermee toonde hij zich aanhanger van de stelling van Ruskin dat een architect ook de schilderkunst en de beeldhouwkunst moest beheersen. Het park was oorspronkelijk overigens bedoeld als woonwijk, maar van die sociale bedoeling kwam weinig terecht.

Gaudí's belangrijkste werk is de Sagrada Família, een kathedraal gebouwd in opdracht van conservatieve katholieken. In 1914 besloot Gaudí, die op latere leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was -integendeel, alleen nog maar aan de Sagrada Familia te werken. Soms ging hij zelf langs de deuren om geld op te halen voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd.

[bewerken] Overlijden

Op 7 juni 1926 wandelde Gaudi over de Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona. Hij stak de Carrer de Bailén over, dicht bij de Plaça de Tetuan. Het was een route die hij vaak volgde om van de kerk aan de Plaça Sant Philip Neri naar de Sagrada Familia te wandelen waar hij toen werkte. Een tram reed hem aan maar stopte niet en Gaudi bleef bewusteloos achter.

Het was duidelijk dat hij zwaar gewond was en men bracht hem naar een eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere. Taxichauffeurs weigerden Gaudi naar een kliniek te brengen omwille van zijn sjofel voorkomen. Uiteindelijk belandde hij in het Hospital de Sant Pau, toen het armenhospitaal.

Omdat hij niet opdaagde op zijn werkplaats begonnen zijn medewerkers aan een zoektocht. Monseigneur Gil Parés en de architect Domènec Sugrañes i Gras vonden hem in het hospitaal. Hij weigerde zijn overbrenging naar een kliniek met de woorden: "Mijn plaats is hier, tussen de armen". Hij stierf in het hospitaal op 10 juni, om vijf uur in de namiddag.

Op zijn grafsteen staat volgende inscriptie: Antonius Gaudí Cornet. Reusensis. Annos natus LXXIV, vitae exemplaris vir, eximiusque artifex, mirabilis operis hujus, templi auctor, pie obiit Barcinone dit X Junii MCMXXVI, hinc cineres tanti hominis, resurrectionem mortuorum expectant. R.I.P.

Zijn begrafenis op de 12e was een belangrijke gebeurtenis: de rouwstoet was wel een kilometer lang. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Familia.

Een commissie binnen de Spaanse Rooms-katholieke Kerk onderzoekt, met behulp van Opus Dei, de mogelijkheid om Gaudí zalig te laten verklaren, mede omdat hij zijn architectenwerk ter meerdere eer en glorie van God gebruikte en zo in zijn dagelijks leven de heiligheid van de leek uitgedragen zou hebben.

[bewerken] Materialen, constructie en werkwijze

Detail gewelf en zuilen van de Sagrada Família

Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een constructie te testen. Zo kon hij daarmee onder meer de spatkrachten en kettinglijnen van het bouwwerk bepalen en zodoende de vorm en stand van bouwonderdelen zoals voor de zuilen en het gewelf van de Sagrada Família. Zijn bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact. Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd.

Het was ook niet makkelijk om Gaudi's werk voort te zetten. Naar de (huidige) normen, werkte Gaudi met een erg kleine veiligheidsmarge, te klein zelfs. Hedendaagse architecten kunnen zijn indrukwekkende werk dan ook maar moeilijk navolgen.

Gaudí's gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in keramiek.

[bewerken] Overzicht van ontwerpen

Bisschoppelijk paleis van Astorga, hoofdingang

Hieronder volgt een lijst van een aantal van Gaudí's ontwerpen. Tussen haakjes staat de bouwperiode vermeld.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe link

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Molema, Jan (2005), Gaudí: constructie van verleiding, Rotterdam: Episode Publishers. ISBN 90-5973-021-6
  • Zerbst, R. (2002), Antoni Gaudí, Keulen: Taschen. ISBN 3-8228-2186-1.
  • Hensbergen, G. van (2002) Gaudí; de biografie, Leiden: Menken Kasander & Wigman. ISBN 90-74622-40-2
  1. Rvweb.fr: Antoni Gaudí: Su vida (es)

Persoonlijke instellingen