Bisschop
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Patriarch Joachim, 17e-eeuwse Russisch-orthodoxe metropoliet van Moskou en heel Rusland
|
Een bisschop (Grieks: επισκοπος epi-skopos, letterlijk "op-zichter") is een geestelijke in de hiërarchie van de Katholieke Kerk, de Orthodoxe Kerk, de Anglicaanse Kerk, de oudkatholieke Kerk, Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen of de Lutherse Kerk die veelal aan het hoofd staat van een bisdom. Een aantal bisdommen vormt samen een kerkprovincie, waarbij een metropoliet aan het hoofd staat.
Het episcopaat kan vier betekenissen hebben: de bisschoppelijke waardigheid, een groep van bisschoppen (van een bepaald land of van de gehele wereld), het bisdom zelf of de ambtsperiode van een titulaire bisschop. Volgens het Groene Boekje wordt dit woord afgebroken als epis-co-paat, wat in strijd is met de etymologie (epi-sko-pos).
[bewerken] Katholieke Kerk
In het Kerkelijk Wetboek van 1983 hebben de artikelen 375 tot en met 430 betrekking op bisschoppen.
In de Katholieke Kerk wordt de wijding tot bisschop gezien als de derde trap van het priesterschap, na de wijding tot diaken en priester. Om een keuze te maken voor een nieuwe bisschop wordt een zogenaamde relatieve lijst opgesteld van drie kandidaten. De taak van de pauselijke nuntius is hierbij van belang. De hoofdregel is dat de paus een bisschop vrij benoemt. Dit wil zeggen dat hij niet verplicht is om een kandidaat van de relatieve lijst te benoemen.
De wijding gebeurt door drie bisschoppen (een hoofdconsecrator en twee mede-consecratoren). De consacrerende bisschoppen worden aangewezen bij pauselijk mandaat en het is bisschoppen niet toegestaan om zonder pauselijk mandaat iemand tot bisschop te wijden. De wijding moet ook in een publieke viering plaatsvinden.
Naar de katholieke opvatting zetten de bisschoppen de leer- en herdersfuncties van de door Christus uitgekozen twaalf apostelen voort, de apostolische successie. In een ononderbroken keten van handopleggingen gaat het ambt van bisschop terug op deze apostelen. Als eerste onder de bisschoppen wordt de paus beschouwd, in navolging van dat Petrus de eerste onder de apostelen was.
Er worden de volgende soorten bisschoppen onderscheiden:
- residerende bisschop of Ordinaris (staat aan het hoofd van een bisdom)
- bisschop-coadjutor (een hulpbisschop met recht van opvolging)
- hulpbisschop (assisteert een residerende bisschop en is altijd ook titulair bisschop)
- wijbisschop
- titulair bisschop (veelal in dienst van de Romeinse Curie of een hulpbisschop, die hier zijn bisschopstitel aan ontleent)
- aartsbisschop (hoofd van een aartsbisdom, het belangrijkste bisdom van een aantal bisdommen dat bij elkaar hoort)
- metropoliet, hoofd van een kerkprovincie
- elect-bisschop, een priester die al benoemd is, maar nog niet gewijd
- suffragane bisschop
De bisschoppen leggen elke vijf jaar een ad limina-bezoek bezoek af aan de paus. Bij het dagelijkse bestuur van zijn bisdom wordt de bisschop bijgestaan door vicarissen en een bisschopsraad, adviserend bestaat er ook een priesterraad.
Paus Johannes Paulus II heeft een postsynodale apostolische exhortatie Pastores Gregis - De herder van de schapen (16 oktober 2003) geschreven over het bisschopsambt.
[bewerken] Zie ook
- de mijter, hoofddeksel van de bisschop;
- andere pontificalia;
- faldistorium, een vouwstoel voor een bisschop
- het pallium, indien de bisschop een metropoliet is.
- coadjutor
[bewerken] Externe links
- De bisschop (Katholieke Kerk)
- Pastores gregis - Apostolische exhortatie van Paus Johannes Paulus II (2003)
| Christendom (portaal) | |
|---|---|
|
Drie-eenheid: Vader ∙ Zoon ∙ Heilige Geest |