Kardinaal (geestelijke)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Superplie van een kardinaal

Beluister

(info)

Een kardinaal (afkomstig van het Latijnse cardo = spil, "waaromheen iets draait") is een "rang" (eigenlijk meer: een waardigheid) in de hiërarchie van de Rooms-katholieke en Anglicaanse Kerk. Het is na de paus de hoogste rang. Het Vaticaan spreekt van het creëren van kardinalen. Dat gebeurt door de paus tijdens zogenaamde consistories. De paus heeft het alleenrecht op de creatie van kardinalen. Hij beslist geheel naar eigen inzicht aan wie hij de waardigheid toekent. Los van allerlei andere voorrechten, beschikken kardinalen (althans zij die jonger zijn dan tachtig jaar), over het recht om in een conclaaf een nieuwe paus te kiezen. De kardinalen zijn verenigd in het College van Kardinalen.

Inleiding[bewerken]

Aanvankelijk droeg iedere geestelijke die vast aan een hoofdkerk (cardo genoemd) in of buiten Rome was aangesteld, de naam incardinatus of cardinalis. Later bleef deze laatste naam gereserveerd voor de voornaamste priesters van de 28 hoofdkerken in de stad Rome. Deze priesters assisteerden bij de pauselijke liturgische plechtigheden en waren behulpzaam bij het bestuur van de kerken. Ook werden de diakens die aan het hoofd stonden van de armenzorg in de zeven districten waarin Rome verdeeld was, al spoedig betrokken in het bestuur van de Kerk, evenals de bisschoppen van de zeven naburige (suburbicaire) bisdommen. Uit deze drie groepen heeft zich het college van kardinalen (= Romeinse Curie) ontwikkeld. Uit deze drie groepen is ook de huidige driedeling ontstaan in kardinaal-bisschoppen, kardinaal-priesters en kardinaal-diakens. In 1059 kreeg de kardinaalsfunctie een belangrijk bijkomend aspect toen Paus Nicolaas II aan de kardinalen, met uitsluiting van alle anderen, het recht van de pauskeuze verleende.

Tegenwoordig hebben kardinalen de volgende rol:

  • Het kiescollege van kardinalen is nodig om de continuïteit van het ambt van paus te waarborgen.
  • Een kardinaal kan gevraagd worden de paus advies te geven.
  • Het college van kardinalen regeert de Katholieke Kerk vanaf de sedisvacatie van de Heilige Stoel, meestal door het overlijden van de oude paus, tot het ogenblik waarop een nieuwe paus is verkozen.
  • Aan het hoofd van alle verschillende onderafdelingen van de Romeinse Curie staan kardinalen. Zij worden - wanneer het een congregatie betreft, prefect genoemd. Pauselijke Commissies en Raden hebben een president, of voorzitter, die in de regel ook kardinaal is. Is een prefect van een congregatie (nog) geen kardinaal, dan wordt hij - tot zijn creatie - pro-prefect genoemd. Hetzelfde geldt voor de presidenten van de sommige raden en commissies: voorzitters hiervan, die nog geen kardinaal gecreëerd zijn, worden aangeduid als pro-president

Kerkrechtelijke aanduiding[bewerken]

Paus Calixtus III creëert een kardinaal

In het Kerkelijk Wetboek van 1983 wordt in de artikelen 349 tot en met 359 gesproken over de betekenis van kardinalen. Kardinalen worden gecreëerd door de paus om een college te vormen dat als belangrijkste taak heeft een nieuwe paus te kiezen, wanneer de zetel van de bisschop van Rome vacant is geworden. Daartoe komen dan de kardinalen in 'conclaaf' bij elkaar. Kardinalen kunnen van overal uit de wereld afkomstig zijn. Vaak betreft het bisschoppen van een belangrijke kerkprovincie of oude bisschopszetel. Daarnaast zijn vaak de hoofden van de Romeinse Curie-afdelingen kardinaal.

Kardinalen worden ook altijd opgenomen in de clerus van het bisdom Rome en krijgen daar een parochiekerk aangewezen; de zogenaamde 'titelkerk': zo heeft bijvoorbeeld kardinaal Simonis de San Clemente als titelkerk. Kardinalen worden dan ook geacht regelmatig in Rome aanwezig te zijn. Een uitzondering op deze regel vormen tot kardinaal benoemde patriarchen van Oosters-katholieke Kerken. Zij worden benoemd tot kardinaal-patriarch.

Het kerkelijk Wetboek zegt in artikel 351 [1] dat kardinalen "uitzonderlijk zijn in de kerkelijke leer, waardigheid, geloof en prudent in praktische zaken".

Het kardinalaat is in het verleden ook aan clerici toegekend die wel de eerste tonsuur hadden ontvangen maar nog niet de hogere wijdingen (sub-diaken, diaken en priesterwijding). Zij werden "leken-kardinalen" genoemd. Deze benaming is ietwat misleidend aangezien ze meestal geen leek meer waren op het ogenblik dat ze benoemd werden tot kardinaal. De laatste onder hen was Teodolfo Mertel, een advocaat en leek die in 1858 door Paus Pius IX kardinaal werd gecreëerd. Twee maanden na zijn benoeming werd hij al diaken gewijd. Toen hij stierf in 1899 was hij de laatste kardinaal die geen priester was[2]. Sindsdien zijn het in overgrote meerderheid bisschoppen die tot kardinaal worden benoemd. De laatste decennia benoemt de paus bij een consistorie vaak een of twee priesters (van 80+, geen recht om een paus te kiezen) met een voortreffelijke staat van dienst tot kardinaal. De bisschopswijding blijft dan doorgaans achterwege. De laatste kardinaal die priester was maar nog geen bisschop toen de medekardinalen hem tot paus kozen was Mauro Cappellari, Gregorius XVI, in 1831.

Joseph Ratzinger was, voor zijn verkiezing tot paus, als kardinaal deken van het Heilig College van Kardinalen

De paus roept een vergadering van het college van kardinalen bijeen, het zogenaamde consistorie. Meestal worden in dergelijke bijeenkomsten nieuwe kardinalen gecreëerd.

In het conclaaf waarin een nieuwe paus gekozen wordt zijn die kardinalen stemgerechtigd die op de dag voorafgaand aan het begin van een conclaaf nog geen 80 jaar oud zijn. Kardinalen ouder dan 80 jaar mogen wel deelnemen aan een conclaaf, maar mogen daarin niet stemmen. Paus Johannes Paulus II heeft vastgesteld dat in het conclaaf maximaal 120 kardinalen mogen stemmen.

De nieuwe kardinalen leggen bij hun creatie de volgende eed af: "Ik [naam], kardinaal van de Heilige Kerk van Rome, beloof en zweer van nu af tot mijn dood altijd trouw te zijn aan Christus en zijn Evangelie en voortdurend gehoorzaam te zijn aan de Heilige Roomse Apostolische Kerk en aan de Heilige Petrus in de persoon van de Opperpriester Benedictus XVI (de naam van de paus ten tijde van het afleggen van de eed) en zijn wettig gekozen opvolgers; en ik beloof en zweer altijd de gemeenschap met de Katholieke Kerk te bewaren, in woord en gedachte; geen geheimen die aan mij werden toevertrouwd te onthullen, noch zaken die de Heilige Kerk kunnen beschadigen of onteren; met grote ijver en trouw de taken uit te voeren waartoe ik bij mijn dienst aan de Kerk geroepen ben in overeenstemming met de wet. Zo helpe mij God Almachtig."

Enkele dagen na de benoeming (creatie) zet de paus de nieuw benoemde kardinalen de rode kardinaalsbonnet op, steekt een saffieren ring aan hun vinger en verleent hun een bepaalde titelkerk. Verdere onderscheidingstekenen voor de kardinalen zijn de rode toog en de zogenaamde kardinaalshoed of galero, een ronde rode hoed met brede rand. De kardinaalshoed is een teken van waardigheid. De galero werd sinds 1967 niet meer door Paus Paulus VI aan nieuwbenoemde kardinalen uitgereikt . In 1969 schafte hij het dragen van de hoed af. De hoed kon nog wel worden aangeschaft.[2] Paus Benedictus XVI stond met zijn pauselijke brief Summorum Pontificum van 7 juli 2007 het dragen van de galero weer toe. De kardinaalshoed werd ook weer uitgereikt. De huidige paus heeft het gebruik van de uitreiking van de rode kardinaalshoed overgenomen.

Kardinalen voeren de rode kardinaalshoed met aan weerzijde vijftien kwasten in hun wapen.

Rangorde[bewerken]

De kardinalen worden onderscheiden in:

  1. Kardinaal-bisschoppen,
  2. Kardinaal-priesters en
  3. Kardinaal-diakens.

Deze zijn tevens titulair aan het bisdom Rome verbonden als respectievelijk (hulp)bisschop, priester en diaken. Daarom heeft iedere kardinaal een titelkerk in Rome. In het algemeen hebben de kardinaal-bisschoppen een hoge functie binnen de curie. Ook veel kardinaal-diakens werken binnen de curie. Kardinaal-priesters, die verreweg de grootste groep vormen binnen het college van kardinalen, functioneren veelal als aartsbisschop van een aartsbisdom.

Kardinalen kunnen 'promoveren'. Een kardinaal-diaken kan kardinaal-priester worden en een kardinaal-priester kan kardinaal-bisschop worden. Zelfs kan een kardinaal-diaken in één keer kardinaal-bisschop worden (zonder kardinaal-priester te zijn geweest). Dit soort promoties komt vrij vaak voor. Het is echter niet mogelijk te 'degraderen'. Een kardinaal-priester kan geen kardinaal-diaken meer worden.

Diplomatieke status[bewerken]

Bij het Congres van Wenen is aan kardinalen de status van prins van de Apostolische stoel gegeven. In het diplomatieke verkeer wordt in het protocol de kardinaal als zodanig tegemoet getreden. In deze hoedanigheid worden kardinalen ook beschouwd als mogelijke troonopvolgers.

Rechten van een kardinaal[bewerken]

Een kardinaal heeft het recht in zijn eigen titelkerk begraven te worden. Bij het beheer van de titelkerk heeft hij echter alleen de status van beschermheer; hij kan niet zelf bestuurshandelingen verrichten.

Een kardinaal heeft het recht om overal in de wereld biecht te horen. Normaal mag een priester, indien hij de bevoegdheid heeft gekregen om biecht te horen, alleen in de aan hem toegewezen gebieden deze taken uitvoeren. Een kardinaal moet echter wel, wanneer hij elders is, aan de plaatselijke bisschop toestemming vragen om in het openbaar de H. Mis te lezen.

Titulatuur[bewerken]

De aanspreekvorm voor een kardinaal is eminentie; kardinalen worden als de 'prinsen van de Kerk' beschouwd. De titel kardinaal wordt, naar analogie met sommige adellijke titels, gevoerd tussen de voornaam en de achternaam, dus bijvoorbeeld Albino kardinaal Luciani.

Kleding[bewerken]

Kardinalen dragen een soutane in vermiljoenrode kleur,afgeleid van de symboliek van de martelaren. Dit tenue wordt gedragen voor het officie en op ceremoniële plechtigheden. Ze krijgen bij hun creatie tevens een kardinaalsbonnet of biretta, die drie of vier opstaande ribben heeft. Onder hun bonnet dragen ze een rode kalot of pileolus die meestal zonder bonnet gedragen wordt. Paus Paulus VI heeft de kleding van de kardinalen versoberd; zo werden de hermelijnen mozetta en de mantelletta geschrapt. Deze maatregel werd afgekondigd in Ut sive sollicite op 31 Maart 1969 door Amleto Giovanni Kardinaal Cicognani, de staatssecretaris. Het werd gepubliceerd in Acta Apostolicae Sedis.

Hun dagelijkse soutane is zwart (in de tropen wordt nog wel eens wit gedragen) met rode zoom en rode knopen en een brede rode sjerp, de mozetta is afgezoomd met een rode rand. Hun gewone kledij verschilt niet van andere geestelijken, ze is eenvoudig zwart.[3]

Als hoofddeksel wordt de 'Cappello romano' of 'Saturno', de vereenvoudigde versie van de kardinaalshoed veel gedragen. Bij kleine ceremoniën en met praktisch doel zoals bescherming tegen de zon. Deze is zwart met gekleurde biezen. Ook paus Benedictus droeg de Saturno, in wit of rood met gouden biezen.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Geschiedenis van de Rooms-katholieke klerikale kledij

Heraldiek[bewerken]

In het wapenschild mag iedere kardinaal (ongeacht rang) de rode kardinaalshoed met aan weerszijden 15 rode kwasten voeren. Is de kardinaal géén bisschop (bijvoorbeeld omwille van hoge leeftijd niet gewijd), dan voert deze ook geen bisschopsstaf (1). Is de kardinaal wél bisschop (zoals de overgrote meerderheid, dan plaatst hij achter het wapenschild staat een bisschopsstaf met Latijns kruis met enkele dwarsbalk (2). Betreft het een aartsbisschop (dat mag louter titulair zijn), dan mag de kardinaal een Latijns kruis met dubbele dwarsbalk voeren (3). Is de kardinaal ook nog eens metropoliet, dan mag het pallium in het wapen worden toegevoegd (4). De combinaties (3) en (4) zijn in de praktijk het meest voorkomend.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: kerkelijke heraldiek

Belgische en Nederlandse kardinalen[bewerken]

België heeft momenteel één kardinaal:

  • Godfried Danneels (1933), aartsbisschop-emeritus van Mechelen-Brussel, kardinaal sinds 1983.

Zie hier voor alle Belgische Kardinalen.

Nederland heeft momenteel twee kardinalen:

Zie hier voor alle Nederlandse Kardinalen.

Historische kardinalen[bewerken]

Bekende historische kardinalen:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Can. 351 - § 1 Om tot Kardinaal verheven te worden, worden door de paus vrijelijk mannen uitgekozen die ten minste de priesterwijding ontvangen hebben en uitmunten in de leer, de zeden, in vroomheid en in wijs oordeel bij het behandelen van zaken; zij die nog geen Bisschop zijn, moeten de bisschopswijding ontvangen.
    § 2 Kardinalen worden gecreëerd door een decreet van de Paus, dat ten overstaan van het Kardinalencollege bekendgemaakt wordt; vanaf de bekendmaking zijn ze gehouden aan de plichten en genieten zij de rechten door de wet bepaald.
    § 3 Hij die tot de waardigheid van Kardinaal verheven is, wiens creatie de Paus aangekondigd heeft, de naam echter voor zich houdend, is in de tussentijd aan geen plichten van de Kardinalen gehouden en geniet geen enkel van hun rechten; nadat echter zijn naam door de Paus bekendgemaakt is, is hij gehouden aan die plichten en geniet hij die rechten, maar het recht van voorrang geniet hij vanaf de dag van het voorbehoud van zijn naam. Wetboek van Canoniek Recht van 1983
  2. (en) Teodolfo Cardinal Mertel, www.catholic-hierarchy.org
  3. Clerical Dress (en)
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)