Christendom en syncretisme
| Deel van een serie van artikelen over Jezus |
|
|
Visies op Jezus, zie: |
|
De syncretische benadering van het christendom probeert invloeden van andere godsdiensten aan te wijzen in sommige verhalen rond Jezus, of zelfs Jezus en het ontstaan van het christendom te verklaren als een hellenistische, syncretische ontwikkeling in Israël. Men legt verband tussen de biografische feiten en wonderen uit het leven van Jezus, zoals verteld in de evangeliën uit het Nieuwe Testament, en de zogenaamde 'heidense' religies uit de klassieke oudheid.
Inhoud |
[bewerken] De staat van het onderzoek
Overeenkomsten met en invloeden van andere religies op het christendom zijn reeds lang een vast onderdeel van de historisch-kritische bestudering van de geschiedenis van het christendom. In de 19e en begin 20e eeuw verdedigden veel wetenschappers (o.a de Religionsgeschichtliche Schule) dat in het ontstaan van het christendom allerlei 'heidense' invloeden waren aan te wijzen. Tegenwoordig staan de meeste godsdienstwetenschappers veel kritischer tegenover dergelijke parallellen, omdat het bronnenmateriaal voor (vermeende) parallellen vaak later is ontstaan dan het Nieuwe Testament. Ook bewijst analogie (overeenkomst) nog geen genealogie (herkomst). Bovendien meent men dat het jodendom, waaruit het christendom is ontstaan, meestal een betere verklaring geeft dan (vermeende) 'heidense' parallellen.
Ook ligt de term syncretisme onder vuur bij godsdienstwetenschappers. De term veronderstelt immers dat er een zuivere religie zou bestaan. Maar dat is vooral het idealistische beeld vanuit de religie zelf. In werkelijkheid zijn religies steeds in interactie met de omgeving. Het ideaal van een zuivere religie zorgt ervoor dat orthodoxe aanhangers van het christendom afwerend staan tegenover 'heidense' parallellen. De overeenkomsten trekken immers de beleden uniciteit, oorspronkelijkheid en onfeilbaarheid van het nieuwtestamentisch evangelie althans gedeeltelijk in twijfel.
Onder publicisten over het vroege christendom zijn er (zoals de 19e-eeuwse Alexander Hislop, Karlheinz Deschner, en meer recent Tom Harpur[1] en Freke & Gandy[2]) die wijzen op overeenkomsten met verschillende voor-christelijke, 'heidense' religies en mythen. De bijbelse figuur van Jezus Christus heeft volgens hen erg veel overeenkomsten met andere heilige personen en figuren in vele andere en oudere geloofsovertuigingen. Enkele daarvan zijn Horus, de Egyptische god, Boeddha, Gautama, Tor/Wodan de dondergod, Mithras, Dionysos en minstens 100 andere messias figuren en goden, waarvan minstens 45% ver voor Christus en het christendom bestonden. Op grond van dit alles speculeert men dat de biografieën van Jezus in het Nieuwe Testament grotendeels zijn samengesteld uit reeds bestaande verhaalelementen uit de klassieke oudheid. Deze opvatting vindt nieuwe aanhang in de esoterie van de newagebeweging. Vaak wordt er eveneens de gedachte aangetroffen dat Jezus geen historische persoon zou zijn.
In het serieuze historisch-kritische onderzoek zijn deze opvattingen een randverschijnsel. Critici verwijten aanhangers van de syncretische visie op het christendom dat zij slordige omgaan met de bronnen om ze bij hun ideologische motieven te laten passen. De meeste historisch-kritische onderzoekers houden rekening met invloeden en ontleningen uit de omringende cultuur, maar verwerpen de opvatting dat het christendom rechtstreeks terug zou gaan op andere godsdiensten.
Hieronder een aantal van de (vermeende) overeenkomsten.
[bewerken] Overeenkomsten met heidense verhalen
Paus Gregorius de Grote (590-604) bepaalde dat feesten van gekerstende heidenen voortaan gevierd moesten worden als christelijke feesten: "De feesten waarbij men honderd koeien offerde aan de valse goden zullen verder gevierd worden als grote christelijke feesten."[bron?]
[bewerken] Maagdelijke geboorte
Het verhaal van de geboorte van Jezus uit de maagd Maria vertoont overeenkomst met het verhaal van de geboorte van Horus uit de maagd Isis. De traditionele afbeelding van de Madonna, Maria met kindje Jezus op schoot, die in de loop van de eerste eeuwen van het christendom ontstaat, is haast een kopie van de voorchristelijke afbeeldingen van Isis met Horus op schoot. Horus en Isis horen thuis in de Egyptische mythologie van ongeveer 3000 jaar voor Christus.
[bewerken] Wonderen
Dionysos veranderde volgens de Griekse mythologie op wonderbaarlijke wijze water in wijn, zoals we dat later tegenkomen in Johannes 2 in het verhaal over de bruiloft te Kana.
[bewerken] Kerstmis
Het verhaal van de geboorte van Jezus in een kribbe in de buurt van herders in Bethlehem lijkt op het daarvoor reeds bestaande verhaal over de geboorte van Mithras, maar die zou plaats hebben gevonden in een grot. Het geboortefeest van Mithras werd gevierd op de dag van de winterzonnewende, indertijd 25 december. Het symboliseerde de wedergeboorte van Mithras als de "sol invictus", de onoverwinnelijke zon. Ook Mithras kreeg na zijn geboorte bezoek van herders en "wijzen uit het Oosten".[bron?]
[bewerken] Palmpasen
In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus op een ezel Jeruzalem binnenreed. De ezel is een van de dieren die heilig is voor Dionysos. Volgens een mythe uit de 2e eeuw n.C. ontmoette Dionysus eens twee ezels. Op een van hen reed hij naar de tempel van Zeus, waarna hij de ezels tot sterren promoveerde.[3]
[bewerken] Witte Donderdag en Goede Vrijdag
In het Nieuwe Testament staat dat Jezus zich in de nacht van donderdag op vrijdag liet arresteren en op vrijdag voor Pontius Pilatus geleid werd. Lucas 23:8-12 vertelt als enige van de evangeliën dat Jezus naar koning Herodes gestuurd werd, aan wie Jezus geen één antwoord gaf. Jezus werd door Pontius Pilatus als oproerling ter dood veroordeeld. In de Bacchanten van Euripides (405 v.C.) komt de god Dionysos in de gedaante van een mens naar Thebe. Hij laat zich gewillig arresteren en verzwijgt zijn identiteit als koning Pentheus hem beschuldigt van religieuze nieuwlichterij. Pentheus gooit hem in het gevang en bezegelt hierdoor zijn eigen lot.
In het Mithraeum van Santa Prisca (Rome, 2e eeuw nC) is de volgende tekst gevonden: "En u hebt ons gered door het (eeuwige?) bloed te vergieten" (et nos servasti ... sanguine fuso).[4] In het Nieuwe Testament zijn verschillende teksten te vinden die stellen dat Jezus zijn volgelingen verlost heeft door zijn bloed te storten. De classicus Walter Burkert legt de tekst uit het Mithraeum uit als een verwijzing naar het doden van de stier door Mithras. Deze tekst is volgens hem een uiting van de wijd verspreide opvatting van verlossing door het offeren van dieren. De offertaal waarmee Jezus' dood wordt beschreven heeft daarom geen specifieke relatie met de Mithrascultus.[5]
Sommige publicisten wijden veel aandacht aan de analogie tussen de eucharistie en de eredienst van Mithras, die reeds voor het christendom bestond. De eucharistie uit de mis van de rooms-katholieke en Oosters-orthodoxe Kerk en het Heilig Avondmaal van de protestanten is gebaseerd op het verhaal over het laatste avondmaal dat Jezus hield met zijn discipelen aan de vooravond van zijn kruisdood: wijn en brood zijn het bloed en lichaam van Christus. De classicus Walter Burkert wijst er echter op dat er vrijwel niets bekend is van de Mithrasliturgie. [6]
[bewerken] Pasen
Van Jezus wordt in de christelijke geloofsbelijdenis, het apostolicum, verteld dat hij na zijn kruisdood gedurende drie dagen is 'nedergedaald ter helle' en daarna weer opgestaan uit de dood. Deze gedachte komt niet letterlijk uit het Nieuwe Testament en zou duiden op een in figuurlijke zin 'hels' bestaan. De dood, het verblijf van drie dagen in de onderwereld, en de opstanding daarna van een god, werd als lentefeest nog lang na Jezus gevierd in Rome, maar betrof daar de god Attis, die aan een boom werd genageld, in een graf gelegd met een grote grafsteen ervoor, en ten derden dage weer uit de dood verrees. Dat lentefeest heette de Hilaria.
Het verblijf als dode van drie dagen in de onderwereld en de daarna volgende opstanding, was zelfs een algemeen thema in verschillende heidense religies uit de klassieke oudheid, en werd in de mysteriescholen als inwijdingsritueel gevierd. Hoe dat ritueel precies plaatsvond weten we niet precies, omdat degenen die dat ondergingen tot geheimhouding waren verplicht. Bij gebrek aan een exacte overlevering moeten we volstaan met de hierna volgende, enigszins speculatieve poging tot reconstructie. De inwijding begon op het moment dat de zon het laagste punt van zijn zonnebaan bereikte: op 21/22 dec. De geest treedt uit en het lichaam blijft drie dagen lang in een soort schijndood achter. De geest gaat dan door de onderwereld, symbool voor de beproevingen van zijn eigen (on)gehechtheid aan de materie. Drie dagen later dus 24/25 dec. is er dan, na de geslaagde doorstane beproevingen, de nieuwe geboorte van een "kind". Het is niet een mensenkind, maar een nieuw geestelijk wezen: een "verlichte". Volgens esoterici duidt hierop de uitspraak van Jezus: "Als ge niet wordt als een kind ("een ingewijde", luidt hier de gnostische interpretatie) zult gij het koninkrijk der hemelen niet betreden". Het symbool van de stal zou te zien zijn als de onreine wereld waarin de zuivere geest van de nieuw verlichte is neergedaald, de drie wijzen als aspecten van de geest die zich gaan evolueren of emaneren.
In het christendom zoals beleden in het apostolicum, is het alleen Jezus die deze afdaling naar de onderwereld en de opstanding daaruit zou hebben ervaren, terwijl het in de mysteriescholen een onderdeel zou zijn geweest van een inwijdingsweg die elke menselijke ziel kan ondergaan. Een variant van dit ritueel wordt in onze tijd nog gevierd in de vrijmetselarij.
[bewerken] Pinksteren
Ook het pinksterfeest waarbij wordt gevierd dat de geest van God neerdaalt op de discipelen van Jezus lijkt volgens de syncretisme-duiders veel op een reeds bestaande ceremonie, namelijk het ‘enthousiasme’ van de Bacchanten. Het woorddeel ‘thous’ komt van theos ("God") en zou verwijzen naar Zeus. En-thous-iasme betekent dus oorspronkelijk: de neerdaling van de geest van God of Zeus op de mens. De Bacchanten op wie volgens de overlevering de geest van Zeus was neergedaald, liepen in de oudheid rond met een kromstaf, zoals later de christelijke bisschoppen.
[bewerken] Vroeg-christelijke replieken
De opsomming van overeenkomsten tussen de evangeliën en de ‘heidense’ mythen en de daaraan verbonden conclusies kregen ook aandacht van de kerkvaders. Men wees op het fundamenteel anders-zijn van het christendom in vergelijking met heidense mythologieën en bedacht ook verschillende oplossingen om overeenkomsten te verklaren:
- Plato zou naar Egypte zijn gereisd en daar een leerling van Mozes zijn geweest, en Mozes kende al de toekomstige plannen van God met Jezus. Via Plato kwam het plan van God met Christus terecht in de heidense religies.
- De overeenkomsten zouden het werk van de Duivel zijn. Die was al eeuwen voor de komst van Christus te weten gekomen wat Christus zou gaan openbaren en hij had die kennis ook onder de heidense godsdiensten rondgestrooid, om zo verwarring te zaaien onder de mensen, opdat ze later geen geloof zouden hechten aan Christus zelf. De kerkvaders noemden dat geen nabootsing maar voorbootsing, duivelse imitatie op voorhand.
- God zou het zelf zo geregeld hebben met de bedoeling het heidendom op de komst van Christus voor te bereiden.
[bewerken] Literatuur
- Walter Burkert, Ancient Mystery Cults (Cambridge etc., 1987).
- Timothy Freke & Peter Gandi, De Mysterieuze Jezus: Was Jezus een heidense god?, Den Haag: Synthese 2004, ISBN 9062719376
- Tom Harpur, De 'Heidense' Christus: Herontdekking van het verloren licht. Deventer: Ankh-Hermes 2004, ISBN 9020283693
- James Patrick Holding (ed.), Shattering the Christ Myth. Did Jesus not exist? (Xulon Press, 2008).
[bewerken] Noten
- ↑ Tom Harpur, De 'Heidense' Christus. Herontdekking van het verloren licht (Deventer: Ankh-Hermes, 2004).
- ↑ Timothy Freke & Peter Gandi, De Mysterieuze Jezus. Was Jezus een heidense god? (Den Haag: Synthese, 2004).
- ↑ Pseudo-Hyginus, Astronomica 2.23.
- ↑ M.J. Vermaseren en C.C. van Essen, The Excavations in the Mithraeum of the Church of Santa Prisca in Rome, (Leiden 1965), p. 217v.
- ↑ Walter Burkert, Ancient Mystery Cults (Cambridge etc., 1987), p. 111-112.
- ↑ Walter Burkert, Ancient Mystery Cults (Cambridge etc., 1987), p. 66-69.