Satan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Satan (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Satan.

Satan (Hebreeuws: הַשָׂטָן , ha-Satan, de tegenstander) is in het Oude Testament een algemene aanduiding voor uiteenlopende tegenstanders zoals de vorst van Tyrus (Ezechiël 28 en verder) en de stad Babel (Jesaja 14:14). Bij christenen en islamieten wordt Satan de benaming van een enkele persoonlijkheid, ook wel aangeduid als de duivel of Lucifer en gezien als een gevallen (aarts-)engel, die door God uit de hemel werd geworpen toen deze tegen God in opstand kwam. Hij is de leider van rebellerende gevallen engelen, die onder zijn aanvoering God verlaten hebben en wordt gezien als de verpersoonlijking van het kwaad.[1] Volgens moslims is hij geen engel maar een djinn.

Satan is volgens traditionele christenen, joden en moslims nooit gelijkwaardig aan God en zij verwerpen dan ook de gedachte dat er een soort tweestrijd aan de gang is tussen een 'macht van het goede' en een tegengestelde 'macht van het kwade', die even sterk zijn. God heeft volgens hen dus het laatste woord.

'God en Satan' schilderij door Corrado Giaquinto (Vaticaanse Musea)

Een groot deel van de populaire, algemeen bekende kenmerken van de duivel zijn niet Bijbels, maar bestaan uit een mengeling van oude en nieuwe opvattingen. Dit verschil tussen de Bijbelse Duivel en de buiten-Bijbelse duivel valt meestal in het 'voordeel' van de laatste variant uit.

Duiding

Middeleeuwse afbeelding van de duivel, uit de Codex Gigas

De benaming Satan komt uit het Hebreeuws en betekent 'lasteraar', 'verzoeker', 'scheidingmaker, 'tegenstander' en soms ook 'zwerver'. Het ook veelgebruikte synoniem duivel is van het Griekse diábolos afkomstig en heeft soortgelijke betekenissen.

Satan is taalkundig beschouwd dus geen naam maar een zelfstandig naamwoord of een titel. Christenen en moslims zien Satan als een enkele persoonlijkheid, een opstandige geest die verantwoordelijk is voor het verderf op aarde maar wiens dagen geteld zijn.

Schrijfwijze

Er is verschil van mening over hoe men de term 'satan' dient te schrijven. Denkt men aan een synoniem voor de woorden 'tegenstander' en 'vijand' dan ligt de spelling met een kleine beginletter voor de hand; de Bijbelvertalingen van de Statenvertaling, die van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 en die van de Willibrordvertaling uit 1995 hanteren deze schrijfwijze.

Ziet men de term 'satan' als een eigennaam dan zal men de voorkeur geven aan een hoofdletter. De in 2004 uitgebrachte Nieuwe Bijbelvertaling volgt deze lijn.

In het jodendom

1rightarrow blue.svg Zie Kwaad in het jodendom voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het concept van het kwaad in het jodendom verschilt radicaal van dat in andere geloofstradities. Er bestaat in de joodse wereldvisie niet een persoon in welke vorm dan ook met de naam 'Satan', zoals in het christendom het geval is. In de Tenach en de rabbijnse literatuur staan wel meerdere referenties aan 'Satan,' maar dit is geen persoon, en aan Satan worden steeds verschillende karakteristieken en handelingen toegeschreven.

Tora (Oude Testament)

Zoals beschreven in het boek Genesis, weet de slang in de Hof van Eden Eva te verleiden tot het eten van een vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. Zij op haar beurt verleidt Adam tot het eten van dezelfde vrucht, zodat beiden iets doen wat uitdrukkelijk door God verboden was. Hiermee wordt de zondeval van de mens ingeluid. Deze slang wordt in het christendom algemeen geïdentificeerd als de satan. De val van Satan zou dus hebben plaatsgevonden vóór de zondeval.

In het boek Job wordt satan afgeschilderd als een ondergeschikte van God - een van de zonen van God (Job 1:6) en een boosaardige aanklager van mensen bij God. Hij wordt door God gemachtigd (Job 2:6) om Job, die een zeer vroom man was, af te brengen van zijn geloof en vertrouwen in God (in het Hebreeuws: JHWH). Hij krijgt van God toestemming om Job met allerlei ziekten, plagen en rampen te mogen treffen, om te zien of Job ook in moeilijke omstandigheden trouw zal blijven aan God.

Sommigen zien in de passage 1 Samuël 16:14 een aanwijzing dat God de satan zou gebruiken om mensen te straffen: maar van Saul was de Geest van de HEER geweken, en een boze geest, die van de HEER kwam, joeg hem angst aan.

Verder zet Satan aan tot kwaad gedrag; zo zou hij koning David aangezet hebben tot een volkstelling wat niet naar de wens van God was (1 Kronieken hoofdstuk 21).

Hoofdstuk 14 uit het Bijbelboek Jesaja wordt door christenen wel beschouwd als een beschrijving van de val van Satan; zie hiervoor: Lucifer.

In het christendom

Nieuwe Testament

Hierin is Satan de grote tegenspeler van Jezus. Zo tracht hij tijdens een confrontatie in de woestijn, tot drie keer toe Jezus tot zonde te verleiden, maar Jezus wijst zijn verleidingen aan de hand van citaten uit het Oude Testament, krachtig van de hand.

In het Evangelie volgens Matteüs zegt Satan tegen Jezus dat hij alle koninkrijken in de wereld kan krijgen en voegt er in het Evangelie volgens Lucas aan toe: Ik zal aan u al die macht en de heerlijkheid daarvan geven, want zij is aan mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Wanneer gij dan mij aanbidt, zo zal zij geheel de uwe zijn. Jezus betwist hier deze aanspraak van Satan niet, noch ontkent hij de macht en eigendomsrechten van Satan aangaande de wereldse heerlijkheid. De Eerste brief van Johannes bevestigt in 5:19 dat 'de wereld in kwaad verkeert'. Sommige christelijke groeperingen menen middels deze teksten te kunnen concluderen dat de huidige wereldleiders hun macht aan Satan te danken hebben.

Het evangelie volgens Lucas vat overigens de profetie in Jesaja 14 niet op als een "beschrijving van wat ooit is gebeurd" maar (in overeenstemming met de gangbare opvatting van profetie) als voorspelling die in het werk van (de leerlingen van) Jezus in vervulling gaat. Als de leerlingen van hun eerste opdracht terugkeren zegt Jezus namelijk: "Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen." (Lucas 10:17-18)

Volgens de Bijbel heeft Jezus Satan overwonnen door zijn offerdood voor de zonden van de mensen en zijn opstanding uit de dood. Hiermee heeft hij Satan de macht ontnomen die hij door de menselijke zondeval wederrechtelijk had verkregen. Mensen kunnen Satan en zijn demonen overwinnen door te geloven in en te getuigen van dit offer van Jezus, en naar Gods Woord te leven; hierdoor wordt men als christen aangemerkt. De Bijbel stelt in de brief van Jakobus dat indien iemand zich in Jezus' naam tegen Satan verzet, deze zal wegvluchten.

De climax komt in het Bijbelboek de Openbaring van Johannes waarin Satan door middel van de antichrist tijdelijk de hele aarde onder controle krijgt en een wereldwijde vervolging tegen alle christenen en uiteindelijk ook tegen Israël (met name Jeruzalem) begint.
Jezus zal echter bij zijn terugkomst afrekenen met Satan; deze zal duizend jaar lang in een afgrond worden gevangengezet en daarna enige tijd worden vrijgelaten. Deze gelegenheid zal hij aangrijpen om zijn laatste opstand tegen God te beginnen, die zal uitlopen op zijn definitieve ondergang. Satan, zijn demonen en alle onrechtvaardige mensen, zullen als eeuwige straf terechtkomen in een zwavel- en vuurpoel.

Oorsprong, intenties en werk van Satan

De val van Satan volgens Gustave Doré
Het duivelsnet, 1441

Volgens de traditionele, christelijke theologie was Satan oorspronkelijk een van de machtigste aartsengel(en) van God. Hij werd echter jaloers op God, wilde zich aan Hem gelijkstellen, en werd God ongehoorzaam (keerde zich af van God). Dit luidde zijn val in. Hierbij wist hij een derde van Gods engelen aan zijn zijde te krijgen. Deze 'gevallen engelen' verwerden tot demonen die Satan tot leider verkozen. Volgens verschillende bijbelpassages was de voornaamste drijfveer van Satan trots. Hieruit volgde hoogmoed en jaloezie op God. Satan verlangde Gods plaats in te nemen en goddelijke eer en aanbidding te ontvangen. Zijn volgelingen, gevallen engelen en mensen, verlangen ten diepste hetzelfde. Achter veel 'succesvolle' mensen in verleden en heden, zoals dictators, valse profeten en rijkaards, zouden Satan en zijn demonische engelen de bewerkstellers van dit 'succes' zijn.

De val van Satan en zijn engelen moet voor de schepping van de mens hebben plaatsgevonden want hij treedt in het paradijs al op in de vorm van de slang die Adam en Eva verleidde tot de zondeval. Met deze zondeval verkreeg Satan van Adam, die oorspronkelijk door God aangesteld was als beheerder, het beheer over de Aarde en wordt daarom soms ook, terecht, de 'overste van deze wereld' genoemd. Sindsdien zou er een gevecht gaande zijn tussen God en satan om de mensheid. Beiden proberen de mens te overtuigen. God, om hem in de genade door Jezus te laten geloven en daarmee Gods wil te doen. Satan, om hem te verleiden tot het kwade en zich afzijdig van God en de genade van Jezus te houden. Daarbij wordt Satan slechts door God geduld om de vrije wil van Zijn schepselen te waarborgen. Omdat Satan een sterke afkeer van God heeft heeft hij ook een afkeer van diens schepping. Hij en zijn demonen zouden daarmee ook het 'kwaad' op de wereld veroorzaken zoals natuurrampen maar ook geweld en onenigheid tussen mensen veroorzaken en 'aanwakkeren'. Ook het vernederen en martelen, fysiek en/of geestelijk, wat mensen veel op elkaar toepassen zou veel aangewakkerd worden door satan die hierdoor zijn grote minachting voor de door God geschapen mens toont.

666

Het getal 666 wordt in het Bijbelboek Openbaring van Johannes aangeduid als het getal van het beest en daarom vaak gelinkt aan de duivel, satanisme, het kwade, enzovoort. Sommige mensen nemen aan dat 666 een code is voor de tiran van die tijd, Keizer Nero. Dit lijkt logisch, aangezien de schrijver, die zich Johannes noemde, een christen was, en Nero christenen liet vervolgen. Recentelijk werd overigens in het boek "Satans Lied" gesuggereerd dat Ireneüs, een kerkvader uit de 2e eeuw, oorspronkelijk het getal 616 in een Griekse vertaling zag staan, en dit veranderde in 666, omdat hij dacht dat het een verschrijving was. Bij de Grieken stond 777 voor perfectie en was de numerologische waarde van de naam Jezus 888. Dan moest de tegenpool van Jezus wel aan de onderkant van perfectie zitten en de numerologische waarde 666 hebben. Dat ondersteunde de gedachte van Ireneüs dat de tekst die hij zag een verschrijving moest zijn.

In Openbaring 13:18 staat dat het getal van het Beest "het getal van een mens" is. Mogelijk heeft het iets te maken met de dag waarop de mens is geschapen; de zesde dag. Opvallend is ook dat van koning Salomo gezegd wordt dat hij zeshonderdzesenzestig talenten goud per jaar verdiende (1 Koningen 10:14).

Uitdrijving van Satan

Volgens de Bijbel kunnen mensen door de duivel gebonden of bezeten raken. Het tweede geval is erger, omdat in dat geval de duivel, of één of meer van zijn demonen, daadwerkelijk in iemand wonen. Om hiervan af te komen is bevrijding noodzakelijk. Deze is slechts te verkrijgen wanneer deze plaatsvindt in de kracht van de Heilige Geest en in de Naam van Jezus Christus. De Rooms-katholieke Kerk kent het exorcisme of duiveluitdrijving als een van de sacramentalia, om bij een bezetene de duivel uit te drijven. In andere Kerken, bijvoorbeeld Pinkstergemeenten komt duiveluitdrijving ook voor.

Zie ook: demonische gebondenheid en bezetenheid en literatuur daarover.

In de islam

In de islam staat satan bekend onder de namen Shaitan (of Sjejtan) en Iblis. Volgens de moslimtraditie werd Satan opstandig toen hij van God voor Adam moest buigen. Daarop verleidde hij Adam en Adams vrouw tot het begaan van de zonde door te zweren het juiste met hen voor te hebben.

In soera De Kantelen 11-25 wordt verhaald:

Wij schiepen u, daarna vormden Wij u; toen zeiden Wij tot de engelen: "Onderwerpt u aan Adam" en zij onderwierpen zich, behalve Iblies; hij behoorde niet tot degenen die zich onderwierpen. (God) zeide: "Wat belette u, u te onderwerpen, toen Ik u (dat) gebood?" Hij antwoordde: "Ik ben beter dan hij. Gij hebt mij uit vuur en hem uit klei geschapen. (God) zeide: "Verwijder u van hier - het is niet aan u, hier hoogmoedig te zijn. Ga heen, gij behoort stellig tot degenen, die vernederd zullen worden." Hij zeide: "Geef mij uitstel tot aan de Dag waarop zij zullen worden opgewekt." (God) zeide: "U is uitstel verleend." Hij antwoordde: "Welnu, daar gij mij liet dwalen zal ik hen voorzeker in de weg gaan zitten op Uw rechte pad." "Dan zal ik mij gewis vóór hen en achter hen en van hun rechter en van hun linker zijde tonen en Gij zult de meesten hunner niet dankbaar vinden." (God) zeide: "Ga heen, veracht en verworpen. Wie hunner u ook zal volgen, Ik zal voorzeker de hel met u allen vullen." "O, Adam, vertoef met uw vrouw in de tuin en eet, wat gij wilt, maar nadert deze boom niet, anders zul je tot de onrechtvaardigen behoren." Maar Satan fluisterde hun (boze ingevingen) in opdat hij hun naaktheid zou openbaren die voor hen verborgen was, en zeide: "Uw Heer heeft u deze boom alleen verboden, opdat gij geen engelen of eeuwig- levenden zoudt worden." En hij zwoer tot hen: "Ik ben voor u zeker een oprechte raadgever." Zo deed hij hen door bedrog vallen. En toen zij van de boom proefden werd hun naaktheid hun duidelijk en zij begonnen zich te bedekken met bladeren uit de tuin. En hun Heer riep hen en zeide: "Verbood Ik u die boom niet en zeide Ik niet tot u: ’Voorwaar, Satan is een openlijke vijand voor u’?" Zij antwoordden: "Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als Gij ons niet vergeeft en ons niet genadig zijt, zullen wij zeker tot de benadeelden behoren. Hij zeide: "Gaat heen, sommigen uwer zullen de vijanden van anderen zijn. En er is voor u een verblijfplaats op aarde en een voorziening voor een bepaalde tijd." Hij zeide: "Gij zult daarop leven en sterven en gij zult daarvandaan worden opgewekt."

Satan wordt dus in de islam niet gezien als een tegenstander van God, maar als een door God geschapen wezen en daarmee onder Gods controle. De Koran zegt dat goed en kwaad door God geschapen zijn. Iblis zei namelijk: "U hebt mij uit vuur geschapen." Een djinn is vanuit islamitisch oogpunt geschapen uit (rookloos) vuur en engelen uit licht. Immers, moslims geloven dat engelen niet in staat zijn tot ongehoorzaamheid jegens God.

Duiveluitdrijvingen vinden plaats door o.a. het reciteren van de Troonvers en de oproep tot gebed.

Het kwaad in andere religies

Het kwaad keert ook in verschillende oude religies telkens terug.

In veel polytheïstische godsdiensten, zoals de Griekse, Chinese, Romeinse en Noordse pantheons, ontbreekt echter een duidelijk opperwezen van het kwaad. Reden is dat de goden vaak typisch menselijke trekjes vertonen en daardoor allemaal in zekere mate zowel goed als slecht zijn. Zowel het kwade als het goede zijn 'verspreid' over meerdere godheden.

Uiteraard bestaan in deze godsdiensten monsters, demonen en goden van twijfelachtig allooi zoals Cerberus, Kali, Eris, de Erinyen, Hel, de Yema's, Loki, Hades en anderen, maar deze goden en demonen vervullen stuk voor stuk een (onmisbare) functie in het pantheon of vertegenwoordigen een typisch menselijke eigenschap, en kunnen als zodanig dus absoluut niet als (puur) kwaadaardig worden gezien. Anderzijds bestaan in met name de Grieks-Romeinse mythologie ook zeer veel voorbeelden van 'goede' goden die slechte dingen doen, zoals de telkens vreemdgaande Zeus, Hera wiens jaloezie soms letterlijk dodelijk kan zijn, of Poseidon die Odysseus tien jaar lang tegenwerkte.

Zoroastrisme

In de Iraanse mythologie en het daarop geïnspireerde Zoroastrisme werd de eerste vrouw Jeh verondersteld samen met de duivel Ahriman te zijn geschapen. Door seksuele gemeenschap met deze demon was zij bezoedeld, en de vrouw bezoedelde daardoor ook de mannen. Een daarop geïnspireerd verhaal werd in de Bijbel verkondigd door de aanhangers van de mannelijke vadergod (de Levieten die fel ageerden tegen de toenmalige moedergodincultus met zijn eigen rituele seksgebruiken, zoals het hieros gamos).

Azteekse religie

In de Azteekse religie wordt het kwaad verbeeld in de godheid Tezcatlipoca.

Satanisme

Traditioneel satanisme

Azazel, 1825

Anders dan in het christendom of de islam, waarin Satan wordt beschouwd als een door God geschapen engel of djinn, ziet men in het traditioneel satanisme Satan-Azazel, net als JHWH, als een emanatie van het Ultieme Realiteit - Abraxas, die qua invloed en macht ongeveer op gelijke hoogte staat met de oudtestamentische Jahwe. Satan-Azazel wordt niet beschouwd als een personificatie van het pure kwaad, maar als een muze die het mensdom via de verboden vrucht kennis schenkt en bevrijdt uit zijn ketenen van onwijsheid. [bron?]

Alhoewel Satan en JHWH beiden slechts uitvloeiingen zijn van dezelfde Bron, worden ze toch benaderd als twee aparte entiteiten, op dezelfde manier zoals alle levende wezens uiteindelijk emanaties zijn van de Ene en tegelijkertijd toch allemaal unieke individuen zijn.[bron?]

Modern satanisme

In het modern satanisme, gesticht door Anton Szandor LaVey, wordt Satan (de aanklager) beschouwd als een soort metafoor en niet als een daadwerkelijk bestaand wezen. Sommige aanhangers zien Satan ook als een ongedefinieerde donkere natuurkracht, die alles in het heelal in balans brengt. De grootste organisatie betreft het modern satanisme is de Church of Satan.

Kunst, de mythologie en de geschiedenis

De lamp van de duivel, Francisco de Goya, 1797-1798

In de beeldende kunst wordt de duivel meestal afgebeeld met een roodkleurige huid, bokkenpoten en horentjes bovenop zijn hoofd. Dit beeld is grotendeels ontleend aan de vrolijke Grieks-Romeinse mythologische figuren geïnspireerd op de Frygische bos- en veldgod Pan en zijn schare saters (gepersonifieerde natuurgeesten). De angst voor de "duivel" (in de verschijning als die van Pan) is nog steeds terug te vinden in een woord als paniek. Uiteraard was het associëren van de oude goden met de duivel ook een wijze om de concurrerende 'heidense' godsdiensten zwart te maken.

In de late Middeleeuwen was de duivel een veelvoorkomend thema in beeldende kunst en literatuur. Heksen werden gezien als mensen die een verbond met de duivel hadden gesloten. Als tegenprestatie verschafte de duivel deze mensen (meestal vrouwen) een bovennatuurlijke kracht, waardoor zij in staat zouden zijn veel kwaad te verrichten. In de 16e en 17e eeuw werden veel mensen, vooral vrouwen, die verdacht werden van hekserij, publiekelijk verbrand. Men meende ook dat heksen bijeenkwamen om op bokken rond te rijden en wilde dansen uit te voeren, de zogenaamde heksensabbat. Bij de heksensabbat zouden de heksen ook seks hebben met de duivel en in het gewone leven (werden/waren) ze seksverslaafd.

Duivel als attribuut

In de beeldende kunst komt een duivelfiguur voor als attribuut van de H. Dymfna; een duivel, lelie, crucifix, Jezuskind en karmelietenpij bij Albertus van Sicilië; De duivel geboeid, inktkoker, pen en papier zijn attributen van de H. Bernardus van Clairvaux; een duivel met blaasbalg van de H. Genoveva, patroonheilige van Parijs; een duivel die een kaars (of lantaarn) uitblaast is een attribuut van de H. Gudula, patroonheilige van Brussel.

De term satan in de massacommunicatie

Ayatollah's in Iran noemen de Verenigde Staten en Israël respectievelijk de Grote Satan en de Kleine Satan. De As van het kwaad was in de eerste jaren van deze eeuw de Amerikaanse kwalificatie van een aantal landen waaronder Iran.

Benamingen

Andere Bijbelse namen voor Satan zijn: de Duivel, de boze, de onreine geest, de aanklager, de draak, de (oude) slang, de brullende leeuw, de mensenmoordenaar, de vader van de leugen, de verderver, de tegenstrever van God, de vorst van het rijk van de duisternis, de gevallen engel, de vorst van de demonen, de overste van de boze geesten, de overste van deze wereld, de god van deze eeuw, de god van deze aarde, een 'engel van licht' (de duivel vermomd als goede engel).

Ook wordt Satan in de Bijbel soms met specifieke namen aangeduid zoals: Azazel, Beëlzebub, Belial en Lucifer.

De benamingen Antichrist en het Beest uit het christelijke Bijbelboek Openbaring slaan strikt genomen niet op Satan.

Bescherming

Het Heiligwater en Het Heiligboek werden gebruikt tegen de duivel om zijn kwaad weg te houden van de mensheid.

Joost

Meer gekscherende benamingen voor de duivel zijn: de duvel, Droes, Drommel, doivelke, Joos,[2] Joosje,[2] Joos pek,[2] Joosje pek[2] en Joost.

Joost is mogelijk een verbastering van het Javaanse woord joos. Dit was een aanduiding voor een Chinese godheid en was waarschijnlijk een afkorting voor dejos, dat weer van het Portugese deus (god) afkomstig was. [3] Uitdrukkingen waarin deze naam gebruikt wordt:

  • Bij Joost
  • Dat Joost me/je hale
  • Iemand naar Joost zenden
  • Joost mag het weten
Bronnen, noten en/of referenties

Christelijke literatuur:

Noten