Azan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Minaret, de plaats waar vandaan de muezzin meestal de azan laat klinken. Boven in het Koefisch de sjahada

De azan (Ar: أَذَان, ook weergegeven als azaan, adzan, athan, athaan of adhan) is de oproep tot het gebed die wordt uitgesproken door de muezzin, vaak vanuit een minaret. Vijf keer per dag worden moslims opgeroepen tot het gebed door middel van de azan.

Veel baby's in een moslimgezin krijgen de azan direct na hun geboorte in het ene oor gefluisterd; in het andere wordt de sjahada gefluisterd.

In Nederland ligt het in het openbaar oproepen tot het gebed gevoelig. Enkele moskeeën maken van dit recht gebruik voor de oproep tot het vrijdaggebed. Gemeenten verbinden vaak voorwaarden aan de duur en de geluidssterkte, net als bij klokgelui.

Tijdens de azan richt de muezzin zich naar Mekka en heft de handen tot oorhoogte. De tekst van de azan voorafgaand aan fajr is als volgt:

God is de grootste, God is de grootste,   الله اكبر الله اكبر āllahu ākbar, āllahu ākbar
God is de grootste, God is de grootste,* الله اكبر الله اكبر āllahu ākbar, āllahu ākbar
Ik getuig dat er geen godheid is dan God اشهد ان لا اله الا الله āsh'hadu ān lā ilaha illā-llah
Ik getuig dat er geen godheid is dan God اشهد ان لا اله الا الله āsh'hadu ān lā ilaha illā-llah
Ik getuig dat Mohammed Gods boodschapper is اشهد انّ محمّدا رسول الله āsh'hadu ānna mūhammadār rasūlu-llah
Ik getuig dat Mohammed Gods boodschapper is اشهد انّ محمّدا رسول الله  āsh'hadu ānna mūhammadār rasūlu-llah
Haast u naar het gebed حي على الصلوة hayyā `alā-s-salah
Haast u naar het gebed حي على الصلوة hayyā `alā-s-salah
Haast u naar het welslagen حي على الفلا ح hayyā `alā-l-falāh
Haast u naar het welslagen حي على الفلا ح hayyā `alā-l-falāh
Het gebed is beter dan de slaap** الصلو ة خير من النوم ās-salatu khaīrum min ān-naūm
Het gebed is beter dan de slaap** الصلو ة خير من النوم ās-salatu khaīrum min ān-naūm
God is de grootste, God is de grootste, الله اكبر الله اكبر āllahu ākbar, āllahu ākbar
Er is geen godheid dan God لا اله الا الله lā ilaha illā-llah

* Niet voor malikieten; zij spreken het God is de grootste slechts 2 maal uit.
** Bij de andere vier gebeden (dhuhr, asr, maghrib en isha) wordt "het gebed is beter dan de slaap" weggelaten.

Een moslim die de azan hoort, dient de afzonderlijke formules te herhalen, behalve het haast u naar het gebed, haast u naar het welslagen, de zogenoemde hayya-formules, die de feitelijke oproep bevatten. Bij de hayya-formule dient la hawla wa-la quwwa illah bi-llah (Er is geen macht en geen kracht behalve in God) uitgesproken te worden. Ook bij de azan van het fajr-gebed wordt Het gebed is beter dan de slaap niet herhaald, maar wordt geantwoord: Sadaqta wa-bararta (ge hebt juist en waar gesproken).[1]

Instelling[bewerken]

Na de bouw van de eerste moskee kwamen de mensen bijeen zonder oproep. Dit werkte niet, want ieder kwam op een ander tijdstip. Mohammed overwoog een ramshoorn (of een trompet[2]) te gebruiken, zoals de joden of houten ratel, zoals de oosterse christenen.[3] In eerste instantie liet Mohammed een paar kleppers maken die tegen elkaar werden geslagen[4]. Een van de Muhajirun kreeg echter een droom waarin een man in een groene mantel hem vertelde hoe de mensen het beste tot het gebed konden worden geroepen en vertelde hem de woorden van de azan.[3] Toen Omar de eerste azan hoorde, ging hij naar Mohammed en vertelde dat hij hetzelfde visioen had gehad, waarop Mohammed God prees[5].

De azan is 1 of 2 jaar na de hidjra ingesteld. De situatie in Mekka zou het niet hebben toegelaten op te roepen tot het gebed. Volgens de traditie werd de eerste azan verricht door Bilaal Ibn Rabaah', een vrijgekochte slaaf.[6] Iedere ochtend beklom Bilaal het platte dak van het dichtstbijzijnde huis bij de moskee en wachtte aldaar op de dageraad. Als dat gebeurde, stond hij op, strekte zich uit met de woorden: 'O God, ik loof U en vraag Uw hulp voor de Qoeraisj, opdat zij Uw godsdienst mogen aanvaarden.'[7]

Bij de inname van Mekka werd azan gezien als een teken van overheersing van de islam op de afgodendienaren[8].

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J.J.G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, blz. 54, ISBN 90 6283 129 X CIP
  2. Het leven van Mohammed, Ibn Ishaak, ingeleid, vertaald en toegelicht door Wim Raven, Bulaaq, 2000, blz. 114, ISBN 90 5460 056 X
  3. a b Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 166, ISBN 90 414 0246 2
  4. Het leven van Mohammed, Ibn Ishaak, ingeleid, vertaald en toegelicht door Wim Raven, Bulaaq, 2000, blz. 267, ISBN 90 5460 056 X
  5. De historische Mohammed, De verhalen uit Medina, H. Jansen, BV Uitgeverij De Arbeiderspers, 2007, blz. 46, ISBN 978 90 295 6451 9
  6. Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J.J.G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, blz. 55, ISBN 90 6283 129 X CIP
  7. Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 167, ISBN 90 414 0246 2
  8. Zie de Sirah Het Leven van de Profeet Mohammed van Ibn-Ishaq hoofdstuk 30, De inname van Mekka par. Bilal verricht de oproep tot het gebed, vrije vertaling op Risallah.com door de Stichting Alwaqf AlIslami