Arabisch
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|||||||||||||||||||||||
|
Bladzijde van de Koran in het Arabisch
|
|||||||||||||||||||||||
Arabisch (in het Arabisch: العربية, al ʿarabiyya) is een Semitische taal die door ongeveer 240 miljoen mensen in verschillende landen wordt gesproken. Het is de taal van de Koran, het Heilige Boek van de islam en het wordt daarom gezien als de moedertaal van de islamitische wereld.
Het Arabische alfabet bevat 28 letters en wordt van rechts naar links geschreven met uitzondering van de cijfers, die van links naar rechts worden geschreven. In de wereldgeschiedenis zijn er veel mathematische, filosofische en astrologische werken in het Arabisch geschreven.
De kwantitatieve, politieke, culturele en religieuze betekenis van de taal werd in 1973 officieel erkend door de Verenigde Naties. Het Arabisch werd toen de zesde taal van de VN naast het Mandarijn, Engels, Russisch, Frans en Spaans.
Inhoud |
[bewerken] Verspreiding
Het Arabisch is de officiële taal in de Maghreblanden (Marokko, Mauritanië, Algerije, Tunesië en Libië), in het Midden-Oosten (Jordanië, Libanon, Palestina, Syrië en Egypte), in de Golf (Irak, Koeweit, Saoedi-Arabië, Qatar, Oman, Jemen, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) en in de Hoorn van Afrika (Soedan, Somalië, Djibouti en de Comoren). Al deze landen zijn tevens lid bij de Arabische Liga. Verder is het Arabisch ook de officiële taal in Tsjaad (geen lid van de Arabische Liga), en in Israël (naast het Hebreeuws). Daarnaast is het Arabisch in heel veel landen een minderheidstaal.
[bewerken] Variëteiten en dialecten
Het Arabisch zoals dat tegenwoordig wordt gebruikt in de media en in al het geschreven materiaal (zoals documenten en boeken, inclusief schoolboeken en leesboeken voor jonge kinderen) wordt in het westen wel Modern Standaardarabisch genoemd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt met het klassiek Arabisch (Foesha) waarin de Koran is geschreven. In de Arabische wereld wordt dit onderscheid echter niet gemaakt.
In de dagelijkse conversatie worden in de Arabische landen en regio's in het Midden-Oosten en Noord-Afrika verschillende Arabische variëteiten en dialecten gesproken. Deze verschillen onderling waardoor Arabisch sprekende inwoners uit verschillende regio's elkaar misschien niet kunnen verstaan. Er wordt echter niet in de variëteiten en dialecten geschreven. Het Egyptisch-Arabisch neemt een bijzondere positie in onder de variëteiten en dialecten, doordat de Egyptische filmindustrie het over de hele Arabische wereld heeft verspreid. In het Handbuch der arabischen Dialekte van W. Fischer en O. Jastrow, 1980, worden de volgende dialectgroepen onderscheiden: Maghrebijnse dialecten, Egyptische dialecten, Syrisch-Libanese dialecten, dialecten van het Arabisch Schiereiland en Iraakse dialecten.
Een buitenlander die Modern Standaardarabisch spreekt, wordt waarschijnlijk raar aangekeken omdat deze taalvariant tamelijk formeel klinkt, maar hij kan zich wel verstaanbaar maken tegenover goed opgeleide Arabisch sprekenden in het Midden-Oosten. Wat deze mensen terugzeggen is misschien moeilijk te verstaan, tenzij zij hun best doen om formeel te spreken.
[bewerken] Geschiedenis
De oorsprong van de taal ligt op het Arabische Schiereiland, nog voor de islam daar zijn intrede deed. Ze verspreidde zich vanaf de 7e eeuw snel over het Midden-Oosten. Het traditionele geschreven Arabisch is maar weinig veranderd sinds de codificatie ervan begon tegen het einde van de 8e eeuw in Koefa en Basra. Belangrijke figuren bij die codificatie waren al-Khalil en zijn leerling Sibawaihi. Deze twee werkten een puristisch en prescriptief systeem uit, dat bepaalde wat correct en wat fout taalgebruik was. Bij die codificatie steunde men op drie bronnen: de taal van de pre-islamitische poëzie, de taal van de Koran en het taalgebruik van de Bedoeïenen.
[bewerken] Arabisch leren
Zelf schrijven in het Arabisch is voor iemand met een niet-Arabische achtergrond zeer moeilijk, vanwege het sterk afwijkende schrift. Ook de Arabische grammatica wijkt op veel punten af van die van de meeste westerse talen. Niet alleen is de grammatica op sommige vlakken uitgebreider, ook kent het Arabisch allerlei constructies en volgordes die kenmerkend zijn voor een Semitische taal.
Daarentegen is het lezen redelijk snel aan te leren, doordat het Arabische alfabet veel fonetischer wordt gebruikt voor de Arabische taal dan het Latijnse alfabet voor de meeste Europese talen. Zo bestaan er geen twee grafemen voor dezelfde klank, zoals in het Nederlands bij climax en kalender, of twee klanken voor hetzelfde grafeem, zoals bij bij machine en chemie.
Het is raadzaam eerst Modern Standaardarabisch (MSA) te leren. Het is relatief eenvoudig om zich na het verkrijgen van een degelijke beheersing van MSA een lokaal dialect van een bepaald land of gebied eigen te maken.
[bewerken] Kenmerken en verschillen
Het Arabische alfabet en schrift kennen ten opzichte van hun Latijnse pendanten een aantal verschillen en specifieke kenmerken. We vermelden een aantal belangrijke hieronder.
[bewerken] Schrijfrichting
Het Arabisch wordt van rechts naar links geschreven. Voorbeeld: كتاب - kitāb "boek': letters kaf - ta - alif - ba;
[bewerken] Klinkers
Het Arabisch heeft slechts drie klinkers die afgezien van de diakritische tekens de volgende zijn: ‘ ا ’ (Alīf), ‘ و ’ (Wāw) en ‘ ى ’ (Yā'). In het Latijnse alfabet wil dat dus zeggen: respectievelijk de letters ‘a’, ‘oe’/‘u’ en ‘i’. Deze letters worden ook wel ‘de zwakke medeklinkers’ genoemd, omdat zij als lange klinker en als medeklinker kunnen voorkomen;
[bewerken] Verbindende en niet-verbindende letters
Het Arabisch kent verbindende en niet-verbindende letters. Een verbindende letter schrijft men in een woord vast aan de letter die er op volgt. Een niet-verbindende letter staat los van de volgende letter. De niet-verbindende letters zijn ‘ ا ’ (Alīf), ‘ د ’ (Dāl), ‘ ذ ’ (ðāl), ‘ ر ’ (Rā'), ‘ ز ’ (Zāyn) en ‘ و ’ (Wāw). Voorbeeld: het woord كتاب - kitāb "boek": de kaf ك en ta ت verbinden met de volgende letter, de alif ا niet;
[bewerken] Hoofdletters
Het Arabische schrift kent geen hoofdletters, in tegenstelling tot het Latijnse schrift. Ook sommige andere schriften kennen geen hoofdletters, zoals het Perzisch, Urdu, Hindi en Bengaals.
[bewerken] Verschillende vormen van een letter
De geschreven vorm van een letter in een Arabisch woord is afhankelijk van de positie binnen het woord. Er zijn tot vier verschillende vormen van een letter. De onderstaande voorbeelden zijn met de letter ع ’ (‘Āyn)
Vormen:
- Geïsoleerde of zelfstandige vorm: de letter staat aan het eind en volgt op een niet-verbindende letter of wordt onafhankelijk van een woord gebruikt (‘ﻉ’).
- Beginvorm: de letter staat aan het begin van een woord of volgt op een niet-verbindende letter (‘ ﻋ ’);
- Middenvorm: de letter staat tussen twee verbindende letters (‘ ﻌ ’);
- Eindvorm: de letter staat aan het eind van het woord, volgend op een verbindende letter (‘ ﻊ ’).
Voorbeeld: معلم في شارع في عاصمة هولندا يعرف المصنع - mu'allim fi shari'a fi 'asima hulanda y'arif almasna'. - "een leraar in een straat in de hoofdstad van Nederland kent de fabriek". De 'ain vindt men als volgt: geïsoleerde vorm als laatste letter van شارع, beginvorm als eerste letter van عاصمة, middenvorm als 2e letter van معلم, eindvorm als laatste letter van المصنع.
Niet-verbindende letters hebben door hun aard geen begin- of middenvorm.
[bewerken] Specifiek Arabische letters
Het Arabisch kent een aantal letters zonder equivalent in het Latijnse alfabet en schrift. Bovendien zijn deze letters (Huruf) moeilijk uit te spreken voor sprekers van talen uit geheel andere taalfamilies, zodanig dat het leren uitspreken ervan voor hen extra oefening vergt. Deze letters zijn:‘ ث ’ (Thā' als in het Engelse woord three), ح (Hā'/ḥā'), ذ (ðāl), ظ ((ẓā'), ع (‘Āyn), غ (Ghāyn, als in het Franse woord Paris) en ق (Qāf, een diep in de keel uitgesproken k);
[bewerken] "Ontbrekende" letters
Het Arabische alfabet heeft geen pendant van de letters ‘p’ en ‘v’. Meestal vervangt men ze door respectievelijk de letters ‘ ب ’ (Bā') en ‘ ف ’ (Fā'). Voorbeeld: بيبسي "Bebsi" voor "Pepsi". Soms gebruikt men echter ook de buiten het normale alfabet vallende ‘ ﭪ ’ (Vā') en ‘ ﭖ ’ (Pā'), om merk-/bedrijvennamen en buitenlandse woorden correct weer te geven. Voorbeeld de naam van de Belgische stad "Leuven" schrijft men standaard als لوفن, maar eventueel ook als لوﭪن;
Enkele Indo-Europese talen bedienen zich van een derivaat van het Arabische alfabet, zoals het Perzisch en het Urdu. Deze talen kennen deze laatste letters wel in hun alfabet.
[bewerken] Ligatuur lam-alif
In het Arabische schrift is er een sierlijke uitzondering op de regel van het verbinden van letters en dat is in het geval ‘ ا ’ (Alīf) op een ‘ ل ’ (Lām) volgt. Deze twee letters worden op een speciale manier verbonden, hetgeen ook wel een ligatuur wordt genoemd. De resultaten hiervan zijn dan ‘ ﻻ ’ (Lā, geïsoleerd) en ‘ ﻼ ’ (Lā, eind).
[bewerken] Arabische werkwoorden
Ondanks het feit dat het Arabisch wel persoonlijke voornaamwoorden heeft, worden die meestal niet gebruikt (dit is een vrij gewoon verschijnsel, dat zich o.a. ook voordoet in de meeste Romaanse en Slavische talen). Bij het vervoegen van het werkwoord worden zowel prefixen als suffixen aan de werkwoordsstam toegevoegd (behalve in de verleden tijd, die krijgt alleen suffixen). Er wordt bovendien in de 2e en 3e persoon (zowel enkelvoud als meervoud) een onderscheid gemaakt tussen man(nen) en vrouw(en). Als het om een gemengde groep gaat, wordt die in de taal als mannelijk bestempeld. In het meervoud wordt vormelijk onderscheid gemaakt tussen een dualis (twee personen) en een gewoon meervoud (minstens drie personen). Dit onderscheid wordt net als het geslachtsonderscheid niet in de 1e persoon gemaakt.
[bewerken] Arabische substantieven
Net als in bijvoorbeeld de Romaanse talen kan in het Arabisch een substantief mannelijk of vrouwelijk zijn, en is er geen onzijdige klasse. Het substantief kan in het enkelvoud, de dualis of het meervoud staan. De dualis wordt gevormd door het toevoegen van een suffix (-ani in de nominatief; -ayni in de accusatief en genitief).
[bewerken] Invloeden
De talen van Noord-India, Oost-Afrika, Turkije en Iran hebben veel leenwoorden uit het Arabisch. Daarnaast heeft als gevolg van historische contacten ook de woordenschat van het Spaans eeuwenlang een sterke Arabische invloed ondergaan.
Enkele leenwoorden uit het Arabisch zijn zeer algemeen geworden. Het op internationaal niveau sterkst doorgedrongen Arabische woord is waarschijnlijk qahwa ("koffie").
Nederlandse woorden die met al beginnen hebben in veel gevallen een Arabische oorsprong, bijvoorbeeld algebra, alcohol, alkaan, alkoof en almanak. Hetzelfde geldt voor veel Spaanse woorden die beginnen met al. Dit is logisch omdat al het Arabische lidwoord is. Een minder duidelijk voorbeeld is de 'luit', afgeleid van 'al ud', een arabisch tokkelinstrument. De a is hier dus weggevallen.
Wetenschappelijke termen en vooral de namen van veel sterren (bijv. Deneb, Aldebaran) zijn uit het Arabisch afkomstig.
Ook de volgende woorden zijn van Arabische oorsprong, waarbij het opvalt dat veel van deze woorden van maritieme oorsprong zijn. Veel namen van voedingsmiddelen en andere producten hebben ook een Arabische oorsprong.
Daarnaast zijn er ook Arabische woorden die niet zijn vertaald en (recent) hun intrede hebben gedaan, zoals:
- Allah - ‘de God’
- boerkq/burka/burqa
- haram - verboden
- halal - toegestaan
- hijaab
- jihad
- Koran
- Moslim
- nikaab/niqaab
- tawhid/tauhid - eenheid/enigheid (van God)
[bewerken] Zie ook
- Arabisch alfabet
- Lijst van Arabische woorden in de Nederlandse taal
- Leenwoord
- Lijst van islamitische termen in het Arabisch
[bewerken] Externe links
- Arabisch bij WikiWoordenboek
- Online cursus Arabisch (met uitspraak, Engelstalig)
- Hoe leer ik Arabisch (Engelstalig)
- ACON: een applicatie om Arabische werkwoorden te vervoegen
- Kennis van het Arabisch in de Europese Unie
| Zoek Arabisch op in het WikiWoordenboek. |
| Zie de Arabische uitgave van Wikipedia. |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Arabic language van Wikimedia Commons. |

