Engels
Het Engels (English) is een West-Germaanse taal die is ontstaan in Angelsaksisch Engeland, en die nu in feite de lingua franca is in grote delen van de wereld, als resultaat van de militaire, economische, culturele, wetenschappelijke en politieke invloed van het Britse rijk gedurende de 18e, 19e en begin 20e eeuw[1] en de invloed van de Verenigde Staten vanaf het begin van de 20e eeuw tot op heden. Het Engels wordt uitgebreid gebruikt als een tweede taal of als officiële in het Gemenebest en is de voorkeurstaal van vele internationale organisaties.
Inhoud |
[bewerken] Betekenis
Modern Engels, soms beschreven als de eerste wereldwijde lingua franca,[2][3] is de belangrijkste internationale taal voor communicatie, wetenschap, luchtvaart, entertainment, toerisme , radio, diplomatie en in de zakenwereld.[4] De uitbreiding van de taal vanaf de Britse eilanden over de hele wereld begon tegelijk met de groei van het Britse Rijk, en aan het eind van de negentiende eeuw was de taal werkelijk wereldwijd verspreid.[5] De taal is dominant in de Verenigde Staten en door zijn groeiende economische en culturele invloed en status als wereldmacht sinds de Tweede Wereldoorlog is de positie van de taal wereldwijd versterkt.[3]
Een goede kennis van het Engels is een vereiste in een aantal werkgebieden en beroepen zoals geneeskunde en informatica; ten gevolge daarvan beheersen ten minste één miljard mensen de beginselen van het Engels. Het is ook een van de zes officiële talen van de Verenigde Naties.
Taalkundigen als David Crystal herkennen dat een van de gevolgen van de groei van het Engels (net als andere wereldwijd gesproken talen) is dat de taalkundige diversiteit op veel plekken ter wereld verloren gaat, met name in Australazië en Noord-Amerika.
[bewerken] Geschiedenis
Oorspronkelijk is het Engels ontstaan uit vele dialecten (Oudengels), die naar Engeland werden overgebracht door de Angelsaksische kolonisten, beginnend in de 5e eeuw. De taal werd sterk beïnvloed door de Oudnoorse taal van de Vikingen. Na de Normandische verovering van Engeland in 1066, ontwikkelde Oudengels zich tot Middelengels. Onderdeel van die verandering was het grote gebruik van leenwoorden uit de Normandische woordenschat en het gebruik van Normandische spellingsregels. Het hedendaagse Engels ontwikkelde zich daarvandaan, en ging door met het opnemen van buitenlandse woorden, met name uit het Latijn en Grieks.
Het nam ook leenwoorden over uit Indische talen.
Het Engels vindt zijn oorsprong in de Germaanse talen die in Groot-Brittannië gesproken werden, in het bijzonder de taal van de Angelen, de Saksen en de Juten[6]. Het is sterk beïnvloed door het Oudnoords (dankzij de vele Vikingen die er zich vestigden tussen 800-1000) en vooral het Oudfrans (na de verovering door de Normandiërs in 1066). De grammaticale structuur van het Engels is dus nog steeds overwegend Germaans op enkele aan de Romaanse talen ontleende zinsconstructies na, maar van de totale Engelse woordenschat is veel (ca. 60%) ontleend aan het Oudfrans en Latijn. Men noemt het Engels daarom soms ook wel een brugtaal tussen de wereld van de Germaanse en die van de Romaanse talen.
Het Engels wordt doorgaans als volgt geperiodiseerd:
- Oudengels, vanaf midden 5e eeuw tot midden 12e eeuw, ook bekend als Angelsaksisch, geattesteerd in Beowulf
- Middelengels, 12e-15e eeuw, invloed vanuit het Normandisch (een Frans dialect) na de slag bij Hastings
- Nieuw-Engels, ongeveer midden 16e eeuw tot heden
[bewerken] Modern gebruik
De Engelse taal is vanaf de 20e eeuw de invloedrijkste taal ter wereld. Dit is deels het gevolg van de Britse expansie in de 19e eeuw waardoor het Engels in veel voormalige koloniën nog steeds de voornaamste (ambtelijke en bestuurlijke) taal is maar vooral door de cultureel en wetenschappelijk dominerende Verenigde Staten.
[bewerken] Eerste taal
Engels is de officiële taal van onder andere Australië, Belize, Nieuw-Zeeland en Nigeria, en een van de officiële talen van onder andere Canada, Ierland en Zuid-Afrika. Engels fungeert de facto als officiële taal van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika.
[bewerken] Tweede taal
Het Engels wordt door veel mensen als tweede taal gesproken. Als men de eerste- en tweedetaalsprekers bij elkaar optelt, is het zelfs de meest gebruikte taal ter wereld [bron?]. Beschouwt men alleen eerstetaalsprekers, dan wordt het Engels nog overtroffen door het Mandarijn en het Spaans. De taal fungeert als lingua franca bij de communicatie in wetenschap, techniek en het internationale politieke en economische verkeer over de gehele wereld.
Een initiatief van de Universiteit van Cambridge is de University of Cambridge ESOL examination is een serie van examens die de beheersing van de Engelse taal toetst van personen wie Engels niét als moedertaal spreken. Wereldwijd nemen jaarlijks 2 miljoen mensen deel aan de examens en het examen wordt in meer dan 130 landen afgenomen.
Het Engels is in Nederland voor veel mensen hun tweede taal. In Vlaanderen is het de derde taal. In het voortgezet onderwijs is het Engels een verplicht vak. Leerlingen moeten hier eindexamen in doen.
[bewerken] Woordenschat
Het Engels heeft een zeer grote woordenschat, dit komt vooral doordat er vaak twee woorden zijn voor één begrip: een Germaans en een Romaans (bijvoorbeeld 'freedom' en 'liberty' betekenen beide 'vrijheid'). Het verschil in gebruik wordt grotendeels bepaald door het register: de Germaanse woorden worden bij voorkeur in het dagelijks leven gebruikt, de Romaanse synoniemen in officiële geschreven taal. Het totaal aantal woorden in de Engelse taal is onderwerp van discussie, maar volgens de Oxford Dictionary zijn het er minimaal 500.000.
Volgens de Shorter Oxford Dictionary zijn de woorden in het Engels van deze oorsprong:
- Frans, inclusief oud-Frans en anglo-Frans: 28.3%
- Latijn: 28.24%
- Andere Germaanse talen (Oudengels / Middelengels, Oud-Noords en (Oud-)Nederlands): 25%
- Grieks: 5.32%
- Andere talen/onbekend: ongeveer 8%
[bewerken] Nederlandse woorden in het Engels
Het Nederlands heeft ook een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het Engels, vooral in woorden die te maken hebben met de scheepvaart. Enkele redelijk gangbare Engelse (vaak Amerikaanse) woorden met een Nederlandse oorsprong zijn: cookie (koekje), cruise (doorkruisen), dike (dijk), Santa Claus (van Sinterklaas), waffle (wafel) bourse (beurs) en yacht (jacht (boot)). Ook het woord apartheid is een woord dat via Zuid- Afrika van het Nederlands naar het Engels verhuisd is.
[bewerken] Spelling
Het Engels heeft een zeer diepe orthografie, dat wil zeggen, er is weinig verband tussen uitspraak en schrijfwijze. 40 klanken worden op 1120 verschillende wijzen geschreven. Volgens onderzoeker Eraldo Paulesu van de Milaanse universiteit is dit er de oorzaak van, dat in Engelstalige landen tweemaal zoveel dyslexie-diagnoses worden gesteld als in Italië. In het Italiaans worden 25 klanken op slechts 33 verschillende wijzen geschreven.
[bewerken] Zie ook
- Lijst van Engelse leenwoorden in het Nederlands
- Ghoti
- Estuary-Engels
- Cockney
- Steenkolenengels
- Jenglish, het Japanse Engels)
- Tinglish, het Thaise Engels)
- Singlish, het Engels uit Singapore
- Received Pronunciation
- Lijst van landen waar Engels een officiële taal is
Noten
Externe links |
| Zoek Engels op in het WikiWoordenboek. |
| Zie de Engelse uitgave van Wikipedia. |
| Indo-Europese talen > Kentum-talen > Germaanse talen > | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Officiële talen van Zuid-Afrika |
|---|
|
Afrikaans · Engels · Noord-Sotho · Swazi · Tsonga · Tswana · Venda · Xhosa · Zoeloe · Zuid-Ndebele · Zuid-Sotho |
| Zie de categorie English language van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Engels op Wikisource |