Geneeskunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige opleiding, zie Geneeskunde (studie).
Een kinderarts onderzoekt een baby
Eerste hulp na een ongeval
Een sagittale MRI-scan van de hersenen
Het uitvoeren van een keizersnede
Het uitvoeren van een stresstest en opmaak van een elektrocardiogram
Resultaat van een echografie bij een baby van 12 weken oud

Geneeskunde is het interdisciplinaire vakgebied dat zich richt op de invloed die ziektes of afwijkingen hebben op het menselijk functioneren, zowel fysiek als psychisch, met als doel het herstellen van de gezonde toestand, het verzachten van symptomen of het voorkomen (preventie) van (ergere) pathologie. Mensen die bekwaam zijn in dit vak worden arts of geneesheer genoemd. De medische wetenschap is het geheel aan kennis op medisch, farmacologisch en biologisch terrein dat de geneeskunde mogelijk maakt.

Basis[bewerken]

De kennis van de moderne geneeskunde wordt tegenwoordig verworven volgens natuurwetenschappelijke methoden van onderzoek. Dit noemt men wel evidence-based medicine. Met andere woorden: geneeskunde dient gebaseerd te zijn op bewijs. Dit wil zeggen dat er gezocht wordt naar een logisch verband tussen oorzaak en gevolg, dat de onderzoeken door iedereen identiek moeten kunnen herhaald worden met identieke resultaten in identieke omstandigheden. Het behandelen gebeurt met bewezen werkzame therapie (ook weer evidence-based). Deze therapie kan onder andere toediening van geneesmiddelen, heelkunde (chirurgie), bestraling of revalidatie of psychotherapie inhouden. Deze methodiek is zeker nog niet op alle aspecten van de moderne westerse geneeskunde van toepassing: sommigen schatten dat bij toepassing van de criteria voor evidence-based medicine ca. 20-30 procent van de geneeskunde werkelijk evidence-based mag worden genoemd.[1] Het leveren van hard bewijs van werkzaamheid van een methode of behandeling is in de geneeskunde meestal helemaal niet eenvoudig.

Geschiedenis van de geneeskunst[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van de geneeskunde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Geneeskunst is al eeuwenoud.[2] Sinds Claudius Galenus (150 n. Chr.) werd in de westerse wereld algemeen verondersteld dat ziekten veroorzaakt werden door een onbalans in de vier lichaamssappen, te weten: slijm, bloed, zwarte en gele gal (gebaseerd op de vier elementen, water, vuur, aarde en lucht en de vereniging van hun eigenschappen; warm, koud, nat en droog), de zogenoemde humorenleer.[3] Therapieën tegen ziekten waren vooral gebaseerd op het weer in harmonie brengen van deze lichaamssappen (zoals door middel van aderlaten, braken of laxatie). Tot aan de 18e eeuw bestonden geneeskundige handelingen nog voornamelijk hieruit en uit primitieve operaties, botzetting en wondbehandelingen.

Het ontstaan van de moderne geneeskunst wordt in de 19e eeuw geplaatst. Vooral door de ontwikkeling in de chemie, laboratorium onderzoek (mede door het hernieuwde gebruik van de microscoop) en meer klinisch onderzoek, werden oude ideeën van het ontstaan van ziekten vervangen door bacteriologie en virologie.

Enkele pioniers:

Het medisch proces[bewerken]

Globaal, sterk vereenvoudigd en zeer in het kort:

  • Iemand die een afwijking in zijn gezondheid meent te bespeuren komt bij een arts, die een anamnese zal afnemen (vragen wat de klachten zijn, waar ze zitten, hoe lang de patiënt (zoals de hulpvrager nu wordt genoemd) er al last van heeft, etc.; en ook wat de verwachtingen van de patiënt zijn ten aanzien van de arts met betrekking tot het probleem (b.v. geruststelling, genezing, klachtenverlichting, uitsluiten van een ernstige aandoening, een verklaring dat hij ziek thuis mag blijven, een medicijn, een operatie).
  • Daarna verricht de arts zo nodig lichamelijk onderzoek en/of ander hulponderzoek (bijvoorbeeld bloedonderzoek, röntgenfoto's echografie) en probeert al nadenkend, pratend en onderzoekend een of meer hypothesen op te stellen die de klachten kunnen verklaren, en die hypothesen te testen, meestal door te trachten ze te bevestigen (een heuristische strategie die voornamelijk op patroonherkenning is gebaseerd).[4][5]
  • Uiteindelijk blijft er meestal 1 hypothese over: de diagnose. Daarmee wordt het mogelijk de vooruitzichten (prognose) te bepalen en eventueel een behandeling in te stellen. Diagnosen blijven overigens meestal hypothesen en zijn lang niet altijd juist.[6][7]
  • Het verloop van de behandeling en de ziekte kan eventueel worden vervolgd.
  • Uiteindelijk is de patiënt genezen, houdt een beperking over aan de ziekte of komt te overlijden.

Ziekten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ziekte voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meeste ziektebeelden binnen de geneeskunde worden mondiaal gerangschikt in de ICD-10. Dit is een uitgave van de WHO waarin allerlei mogelijke diagnosen zijn geclassificeerd in geordend systeem. Het systeem is aanvankelijk ontstaan als een classificatie van doodsoorzaken. Deze indeling is tamelijk grof, wordt ongeveer om de tien jaar herzien en loopt natuurlijk altijd een aantal jaren achter bij de werkelijke stand van de wetenschap. Praktisch nut heeft de ICD aan het ziekbed niet; het is een statistisch instrument om het vóórkomen van ziektes in verschillende landen te kunnen vergelijken, waarbij men dan maar moet hopen dat in die landen identieke definities worden gehanteerd.

Iedere mogelijke ziekte kan worden ondergebracht in minstens een van de volgende categorieën:

Geneesmiddelen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie geneesmiddel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Geneesmiddelen, of medicijnen, (farmaca) zijn chemische verbindingen die op cellen inwerken en die gebruikt worden in de therapie, de preventie en de diagnostiek.

Geneesmiddelen kunnen synthetisch (bv. paracetamol) of natuurlijk zijn. Natuurlijke geneesmiddelen worden bereid uit grondstoffen afkomstig van planten (bv. morfine) of schimmels (bv. penicillines). Daarnaast bestaan er homeopathische en fytotherapeutische middelen. In Nederland en in vele andere landen mogen veel medicijnen, vooral sterk werkzame of potentieel gevaarlijke, alleen door een arts worden voorgeschreven. Een tweede categorie geneesmiddelen kan vrij (zonder recept van een arts) in een apotheek worden gekocht en een derde soort kan ook bij de drogist en de supermarkt (maar nooit via zelfbediening) worden aangeschaft. Welke medicijnen in welke categorie vallen, wordt bij wet bepaald en kan van land tot land enigszins verschillen.

Alternatieve geneeswijzen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Alternatieve geneeswijze voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Specialismen in Nederland[bewerken]

De opleiding tot arts bestaat in Nederland uit een gedeelte van vier jaar dat afgesloten wordt met een doctoraalexamen. Daarna volgt nog een gedeelte van twee jaar welke bestaat uit het volgen van verschillende stages (coassistentschappen) in allerlei specialismen als coassistent. Sommige opleidingen zijn overgestapt op het bachelor-master systeem. Uiteindelijk sluit de student de opleiding af met het afleggen van het artsexamen. Na succesvolle afronding verkrijgt hij zijn artsenbul en wordt geregistreerd in het BIG-register als basisarts. Daarmee kan men echter nog weinig beginnen. Er volgt eerst nog een specialisatie, bijvoorbeeld als huisarts, internist, longarts, oogarts etc. Pas na die specialisatie is men daadwerkelijk geneeskundig voldoende geschoold om volledig zelfstandig patiënten te behandelen. De studie inclusief specialisatie duurt in totaal negen tot twaalf jaar.

Door sommige universiteiten is het curriculum gewijzigd waardoor studenten al in hun vierde jaar in de kliniek stages volgen. Dit is bijvoorbeeld het geval op de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit van Utrecht (al in het derde jaar) en de Vrije Universiteit.

In Nederland zijn er drempels bij het inschrijven voor de opleiding geneeskunde, omdat er minder opleidingsplaatsen dan aanmelders zijn. De overheid hanteert daarom een numerus fixus (instroombeperking) geregeld via de Dienst Uitvoering Onderwijs. De meeste plaatsen worden vergeven door middel van een gewogen loting, maar op enkele universiteiten (Rotterdam, Amsterdam (UvA en VU) en sinds 2009 ook Groningen) bestaat de mogelijkheid om via decentrale selectie een opleidingsplaats te bemachtigen. In Groningen (zij-instroom geneeskunde), Utrecht (SUMMA) en Maastricht (A-KO) is er de mogelijkheid om via zij-instroom of een ander verkort traject arts te worden. Bij de SUMMA en A-KO wordt naast de opleiding tot arts ook opgeleid tot klinisch onderzoeker. Om toegelaten te worden tot de SUMMA (40 plaatsen per jaar) en de A-KO (55 plaatsen per jaar), moet de kandidaat een kennistoets en een serie interviews afleggen. Deze interviews gaan in op de motivatie en communicatieve vaardigheden van de onderzochte.

Binnen de moderne geneeskunde bestaan er meer dan 700 specialismen, waarvan er in Nederland een dertigtal gangbaar zijn. Na zijn basisopleiding volgt nagenoeg elke arts een opleiding tot enig specialisme. Daarin kunnen drie hoofdrichtingen worden onderscheiden: de eerstelijns curatieve zorg, de sociale geneeskunde en de klinische specialismen. Enkele specialismen zijn niet officieel erkend. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG) formuleert de opleidingseisen en beheert de registers voor de diverse specialismen. Registratie van de arts in een van deze registers is een waarborg voor de kwaliteit van diens opleiding.

De eerstelijns curatieve zorg kent drie specialismen: huisartsgeneeskunde, verpleeghuisgeneeskunde en arts voor verstandelijk gehandicapten.

De sociale geneeskunde richt zich onder meer op de gezondheid van (specifieke groepen binnen) de bevolking. Tot de sociale geneeskunde worden gerekend de specialismen arbeid en gezondheid – bedrijfsgeneeskunde, maatschappij en gezondheid en verzekeringsgeneeskunde.

De forensische geneeskunde vormt een aparte subdiscipline binnen de geneeskunde en maakt tevens deel uit van de forensische wetenschap.

De klinische specialismen vindt men doorgaans terug in het ziekenhuis. Zij kunnen zich onder andere bezighouden met een specifiek orgaan (bijvoorbeeld oogheelkunde), orgaansysteem (bijvoorbeeld gastro-enterologie) of met systemische ziekten (bijvoorbeeld reumatologie). Zij kunnen zich ook toespitsen op een bepaalde levensfase (bijvoorbeeld neonatologie, geriatrie, op de gevolgen van niet te genezen aandoeningen (bijvoorbeeld revalidatiegeneeskunde) of op een aspect van het menselijk gedrag (bijvoorbeeld seksuologie). Tenslotte zijn er de zogenaamde ondersteunende specialismen, die zich bezighouden met laboratoriumonderzoek voor de diagnostiek en de behandeling zoals medische microbiologie, klinische chemie en pathologie (pathologische anatomie). De in Nederland erkende klinische specialismen zijn:

beschouwend
dermatologie, interne geneeskunde (waaronder: cardiologie, gastro-enterologie, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose, reumatologie en medische oncologie), kindergeneeskunde, klinische neurofysiologie, neurologie, psychiatrie, en revalidatiegeneeskunde.
ondersteunend
anesthesiologie, klinische genetica, klinische chemie, medische microbiologie, nucleaire geneeskunde, oncologie, pathologie, radiologie en radiotherapie.
snijdend
heelkunde, KNO-heelkunde, neurochirurgie, gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, plastische chirurgie, algemene chirurgie, thoraxchirurgie en urologie.

Binnen deze specialismen bestaan nog tal van kennisgebieden, zoals de hepatologie binnen de inwendige geneeskunde.

Niet erkende specialismen zijn onder meer tropengeneeskunde, sportgeneeskunde, allergologie en militaire gezondheidszorg.

Specialisaties in België[bewerken]

In Vlaanderen maken de studenten geneeskunde na het zesde jaar een keuze:

In Vlaanderen staat de studie open voor al wie een diploma secundair onderwijs (of gelijkwaardig) bezit, én slaagt in een toelatingsproef. De proef gaat over kennis van wetenschappen en de vaardigheid informatie te verwerken[8].

De erkenning van een geneeskundige specialisatie gebeurt door middel van de vermelding ervan in een Koninklijk Besluit. Dit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De in België erkende geneeskundige specialisaties dragen de titel van geneesheer-specialist in de desbetreffende specialisatie.

Erkende specialisaties in België[bewerken]

Anesthesie-reanimatie - Arbeidsgeneeskunde - Cardiologie - Dermato-venereologie - Endocrino-Diabetologie - Functionele en professionele revalidatie van gehandicapten - Fysische geneeskunde - Gastro-enterologie - Geriatrie - Gynaecologie en verloskunde - Heelkunde - Intensieve zorgen - Inwendige geneeskunde - Klinische biologie - Mond-, kaak- en aangezichtschirurgie - Nefrologie - Neurochirurgie - Neurologie - Neuropsychiatrie - Nucleaire geneeskunde - Nucleaire in vitro geneeskunde - Oftalmologie - Orthopedie - Otorinolaryngologie - Pathologische anatomie - Pediatrie - Pediatrische neurologie - Plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde - Pneumologie - Psychiatrie - Radiotherapie-Oncologie - Reumatologie - Revalidatie - Röntgendiagnose - Stomatologie - Urgentiegeneeskunde - Urologie

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. www.shef.ac.uk/scharr/ir/percent.html
  2. Archeon, Levende geschiedenis onbegrensd, Geneeskunde vroeger, Door Wil van der Mark, vrij naar J.A. Elvader; Heelmeesters en kwakzalvers door de eeuwen heen.
  3. http://www.levendegeschiedenisonbegrensd.nl/content/humorenleer Archeon, Levende geschiedenis onbegrensd, Humorenleer van Dr. Louis van de Ven
  4. Ridderikhoff J. Problem-solving in general practice. Theor Med 1993;14:343-63.
  5. Ridderikhoff J. Medical problem-solving: an exploration of strategies. Med Educ 1991;25:196-207
  6. Ravakhah K. Death certificates are not reliable: revivification of the autopsy. South Med J. 2006 Jul;99(7):728-33.
  7. Zarbo RJ, Baker PB, Howanitz PJ. The autopsy as a performance measurement tool--diagnostic discrepancies and unresolved clinical questions: a College of American Pathologists Q-Probes study of 2479 autopsies from 248 institutions. Arch Pathol Lab Med. 1999 Mar;123(3):191-8.
  8. Algemene informatie toelatingsexamen geneeskunde 2014