Radiotherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Radiotherapie bestrijdt met ioniserende straling kwaadaardige nieuwvormingen van kanker in het lichaam. Radiotherapie vormt samen met chirurgie en chemotherapie een van de drie pijlers van de kankerbestrijding. Het is een medisch specialisme, waarin de radiotherapeut als medisch specialist verantwoordelijk is. Tijdens de behandeling worden kankercellen dermate bestraald dat ze de opgelopen stralingsschade niet meer kunnen herstellen en doodgaan. Omliggende gezonde cellen die meebestraald worden, kunnen zich beter herstellen dan kankercellen. Om gezonde cellen te laten herstellen, wordt de ioniserende straling vaak in fracties toegediend, met herstelperiodes van een dag. Het vermogen van herstel van de gezonde cellen bepaalt voor een groot deel hoe de radiotherapeut de bestraling fractioneert.

Therapieën[bewerken]

Externe bestraling[bewerken]

Bij radiotherapie worden de meeste patiënten bestraald met hoogenergetische röntgenstraling, opgewekt door een lineaire versneller. Afhankelijk van het type kan een medische lineaire versneller fotonenstraling (röntgenstraling) genereren met energieën tussen 4 MeV en 25 MeV. Hoe hoger de energie, des te dieper de straling in het lichaam doordringt. Veel lineaire versnellers kunnen in plaats van fotonen ook elektronen stralen. Deze vorm van externe bestraling is adequater voor minder diep gelegen aandoeningen, omdat elektronen relatief minder diep in het lichaam doordringen dan fotonen. De lineaire versneller maakt fotonen aan door elektronen op zeer hoge snelheid op een metalen trefplaatje te richten. Vanuit het trefplaatje ontstaat dan fotonenstraling. Wanneer de radiotherapeut kiest voor bestraling met elektronen, wordt het trefplaatje weggedraaid.

Orthovolt[bewerken]

Een kleiner aantal patiënten is gebaat bij behandeling met orthovolt-bestraling. De fotonenstraling van een orthovolttoestel heeft een energie tussen de 100 keV en 250 keV. Vanwege het weinig doordringend vermogen is dit toestel in gebruik voor de behandeling van huidkanker zoals het basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom. Ook goedaardige aandoeningen als keloïd, de ziekte van Peyronie, en wratten kunnen ermee worden behandeld.

Inwendige bestraling[bewerken]

Brachytherapie is een methode van behandelen waarbij een of meerdere radioactieve bronnen, bijvoorbeeld jodium-125 of iridium-192, in of tegen de tumor geplaatst wordt. De bronnen bestaan altijd uit radioactief materiaal dat ingekapseld is en zijn slechts enkele millimeters groot. 'Afterloading' is een techniek waarbij een applicator of een aantal naaldjes in het lichaam worden gebracht en tijdelijk worden gevuld met radioactieve bronnen. 'Jodiumimplantatie' is een techniek waarbij jodium-bronnetjes in het aangedane weefsel, bijvoorbeeld de prostaat, worden geïmplanteerd. Deze implantatie is blijvend.

Onderzoek in radiotherapie[bewerken]

Sinds medio jaren '90 maakt radiotherapie een snelle ontwikkeling door. Dit heeft grotendeels te maken met de voortschrijdende technische verfijning van apparatuur en de grotere rekenkracht van nieuwere computers. Onderzoek binnen het vakgebied kent verschillende gebieden:

  • Patiëntenzorg (bijvoorbeeld onderzoek naar kwaliteit van leven)
  • Technische innovaties (bijvoorbeeld onderzoek naar 4D-CT, image guided radiotherapy, matching CT-MRI-beelden).
  • Versneller met een geïntegreerde CT-scanner (tomotherapy, Deventer).
  • Protonentherapie.
  • MRI-versneller (in ontwikkeling in Utrecht).
  • Combinatie van behandelingen (radiotherapie met onder meer chemotherapie, chirurgie en/of hyperthermie)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]