Chemotherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Met chemotherapie wordt tegenwoordig alleen de behandeling van kanker met medicijnen bedoeld, terwijl dit de benaming is voor alle soorten behandelingen met chemische middelen (medicatie). Chemotherapie is naast chirurgie en radiotherapie één van de drie pijlers voor de behandeling van patiënten met kanker. Een serie van behandelingen bij elkaar wordt ook wel chemokuur genoemd, een voor dit doel gebruikte verbinding wordt ook cytostaticum genoemd.

Door koeling van de handen en voeten, wordt beschadiging van de nagels tegengegaan.

Principes van toepassing[bewerken]

Chemotherapie heeft tot doel de kankercellen te doden. De ideale chemotherapie doodt alle tumorcellen, zonder gezonde cellen aan te tasten. Op een heel enkele uitzondering bij zeer specifieke tumoren na, zijn zulke middelen nog niet gevonden. Bijwerkingen waar bijna elke patiënt mee te maken krijgt, zijn vermoeidheid en haaruitval.

Omdat kankercellen snel delen, wordt de therapie gericht op snel delende cellen. Daardoor vermindert na een kuur het aantal bloedcellen, valt het haar uit, kan er misselijkheid optreden. Omdat gezonde beenmergcellen, haarfollikels, cellen van het maagslijmvlies en dergelijke zich sneller herstellen dan kankercellen, geeft men, zodra het gezonde weefsel hersteld is, een nieuwe kuur. Door dit een aantal keren te herhalen, wordt de tumor steeds kleiner.

Adjuvante behandeling[bewerken]

Uit onderzoek blijkt dat de vooruitzichten van mensen met bepaalde vormen van kanker beter zijn, wanneer de operatie gecombineerd wordt met chemotherapie, voor, na, of zowel voor als na de operatie. Bijvoorbeeld bij borstkanker wordt minder ingrijpend geopereerd dan vroeger, maar deze operatie wordt vaker dan vroeger gecombineerd met bestraling en chemotherapie.

Combinatie[bewerken]

Kankercellen ontwikkelen resistentie tegen cytostatica. Daarom begint men medio jaren vijftig met het combineren van verschillende types chemotherapeutica tijdens een en dezelfde behandeling. Door kankercellen te bombarderen met middelen die elk op hun eigen manier werken, heb je meer kans dat ze allemaal wel voor één ervan gevoelig zijn.[1] Door een combinatie van middelen te geven, kan men de tumor harder treffen en het gezonde weefsel sparen. Men combineert dan bijvoorbeeld een middel dat eventueel het zenuwstelsel zou kunnen beschadigen in een lage dosis met een middel dat schadelijk is voor het beenmerg. Medicijnen die gebruikt worden bij chemotherapie zijn te verdelen in klassieke cytostatica en overige middelen.[2]

Klassieke cytostatica[bewerken]

Chemotherapy bottles NCI.jpg

Een cytostaticum (meervoud cytostatica) is een medicijn dat gebruikt wordt bij de behandeling van kanker. Een cytostaticum beoogt de deling van cellen te stoppen (cytos = cel; stasis = stilstand). De werking berust over het algemeen op het ingrijpen op de chemische reacties in de cel die nodig zijn voor de celdeling (mitose). Hierbij worden vooral snelgroeiende cellen beschadigd. Aangezien de tumorcellen gekenmerkt worden door een versnelde celdeling, vaak in combinatie met een beschadigd celreparatie-mechanisme, zijn ze een stuk gevoeliger voor de cytostatica dan gezonde cellen. Dit onderscheid maakt behandeling met deze in feite zeer toxische stoffen mogelijk.

Geschiedenis[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bombarderen de Duitsers 3 december 1943 de haven van de Italiaanse stad Bari, waarbij een Amerikaans schip beschadigd wordt dat het strijdgas stikstofmosterd aan boord heeft. Het valt de Amerikaanse arts Cornelius Packard Rhoads op, dat bij de besmette patiënten het aantal witte bloedcellen dramatisch gedaald is, terwijl de rest van hun weefsel onaangetast lijkt. Rhoads bedenkt dat mosterdgas gebruikt kan worden voor de behandeling van lymfeklierkanker en leukemie. In Amerika stellen de farmacologen Louis Goodman en Alfred Gilman rond dezelfde tijd vast dat mosterdgas snel delende cellen beïnvloedt.

In 1946 wordt uit mosterdgas het allereerste chemotherapeuticum ontwikkeld. Daarna gaat men verder op zoek naar gelijkaardige stoffen. Die familie van de alkylerende chemotherapeutica wordt nog altijd gebruikt. In de jaren vijftig wordt er doelgericht gezocht naar antimetabolieten, stoffen die de DNA-vorming verhinderen, bijvoorbeeld door verstoring van de functie van foliumzuur. De ontdekking van cisplatine in 1965 bij een experiment naar de invloed van elektriciteit op de celdeling was daarentegen weer toeval.

Middelen[bewerken]

De volgende klassieke cytostatica zijn te onderscheiden[2]

  • alkylerende stoffen, zoals cyclofosfamide, door een alkylgroep aan het DNA te hechten, kan dit niet meer worden gekopieerd.
  • middelen die de DNA-vorming verstoren, zodat cellen zich niet kunnen delen, zoals methotrexaat en 5-fluoruracil, die enzymen afremmen die betrokken zijn bij de DNA-vorming.
  • middelen die de celdeling verhinderen, zoals vinca-alkaloïden en taxanen; vincristine bijvoorbeeld, verhindert de totstandkoming van de spoel die de chromosomen bij de celdeling van elkaar moet scheiden;
  • antitumor-antibiotica zoals doxorubicine. Antibiotica zijn stoffen die een bacterie of schimmel produceert om concurrerende bacteriën of schimmels af te remmen of te doden. Naast antibiotica die bacteriën of schimmels remmen, zijn er ook antibiotica die tumorcellen doden.
  • topo-isomeraseremmers zoals irinotecan; topo-isomerase is een enzym dat de spanning in een nieuw gevormde DNA-spiraal vermindert en zo breuken voorkomt. Door dit te remmen kan het DNA niet meer afgelezen worden.
  • overige cytostatica zoals cisplatine. Cisplatine legt dwarsverbindingen in het DNA waardoor kopiëren niet meer mogelijk is.

Bijwerkingen[bewerken]

Cytostatica remmen niet alleen kankercellen af, maar ook gezonde sneldelende cellen, waardoor bijwerkingen ontstaan, zoals

  • remming van het beenmerg met als gevolg bloedarmoede, infecties en een verhoogde kans op bloedingen.
  • remming van de celdeling in het slijmvlies van het maag-darmkanaal met als gevolg ontstekingen van het mondslijmvlies, misselijkheid, braken, diarree
  • haaruitval.[3]

Verdere bijwerking

  • Bijwerkingen, specifiek voor een middel, bijvoorbeeld beschadiging van het zenuwstelsel (vincristine); de nieren (oa cisplatine); het hart (doxorubicine); de longen (bleomycine), de lever enz.
  • Cytostatica kunnen indien gebruikt tijdens een zwangerschap, het kind ernstig beschadigen.
  • Indien de patiënt geneest van de kanker, kan jaren later een "tweede maligniteit" ontstaan. Deze tweede maligniteiten zijn deels het gevolg van de behandeling door de beschadiging van het DNA die is veroorzaakt.
  • Het is van groot belang dat het infuus goed is aangebracht. De cytostatica mogen beslist niet naast het bloedvat terechtkomen, want dit veroorzaakt weefselversterf (necrose).

Tegengaan van bijwerkingen[bewerken]

Chemotherapie staat bekend om de bijwerkingen. Gelukkig kan men hier veel beter op inspelen dan vroeger het geval was. Door koeling van handen en voeten kunnen bijwerkingen aan de nagels worden voorkomen. Koeling van de huid kan kaalheid tegengaan. Het is beter in een vroeg stadium een haarstukje te laten maken dan te wachten tot het haar uitvalt. Uit onderzoek bleek 82% van de patiëntes met borstkanker tevreden over hun haarstukje.[4] De misselijkheid waar chemotherapie zo berucht om was, kan tegenwoordig effectief bestreden worden met 5HT3 blokkerende middelen, zoals granisetron, ondansetron en tropisetron. Cytostatica maken namelijk 5HT3 vrij uit bepaalde cellen en deze middelen blokkeren het effect daarvan. Toevoegen van een corticosteroid versterkt het effect. De vermoeidheid blijft een groot probleem.[5] Onvruchtbaarheid kan een bijwerking zijn van chemotherapie. Jonge mensen kunnen daarom beslissen hun zaad- of eicellen in te laten vriezen. Sommige cytostatica zijn zelf ook kankerverwekkend. Na vele jaren kan dit tot een 'tweede maligniteit' leiden.

Voorzorgen[bewerken]

Cytostatica zijn risicovolle middelen. Er is dan ook een nauwgezette controle nodig op alle mogelijke bijwerkingen. De witte bloedcellen en bloedplaatjes zullen vaak geteld moeten worden alvorens een nieuwe kuur veilig te kunnen gegeven. Een goed lopend infuus is belangrijk, waarbij de voornaamste reden is dat men er zeker van is dat de chemotherapie daadwerkelijk in de ader loopt, en niet erbuiten (dat heet extravasatie, en kan ernstige gevolgen hebben). Iedereen die met cytostatica werkt, dient ook zichzelf te beschermen tegen direct contact met het middel.

Andere middelen[bewerken]

Indicaties[bewerken]

Chemotherapie is de belangrijkste behandeling bij verscheidene vormen van kanker, zoals testiscarcinoom, ziekte van Hodgkin, non-Hodgkinlymfoom en leukemie. Bij het testiscarcinoom (zelfs als er uitzaaiingen zijn) en de ziekte van Hodgkin kan een groot percentage van de patiënten worden genezen door de chemotherapie.

Bij andere vormen van kanker, zoals bijvoorbeeld borstkanker, wordt chemotherapie op indicatie als adjuvante therapie gegeven. Dit betekent dat chirurgie de primaire behandeling vormt, en door middel van aanvullend chemotherapie wordt de kans op terugkeer van de ziekte (recidief), of optreden van uitzaaiingen (metastasen) verminderd.

Tenslotte zijn er nog kankersoorten waarbij geen genezing van mogelijk is. Vaak gaat het dan om kanker waarbij uitzaaiingen zijn ontstaan. Het doel is dan bestrijden of voorkomen van klachten die door de tumor wordt veroorzaakt, en verlenging van leven. Men noemt dit dan palliatief.

Ook worden cytostatica bij ernstige, niet-kwaadaardige ziekten toegediend, bijvoorbeeld bij sommige auto-immuunziekten.

Gelokaliseerd[bewerken]

Chemotherapie werkt niet alleen daar waar het nodig was. Bij selectieve perfusie probeert men de bloedsomloop van bijvoorbeeld de lever, te scheiden van die van de rest van het lichaam, zodat men een levertumor kan behandelen zonder elders schade aan te richten. Men tracht ook aflevervormen te vinden die ervoor zorgen dat het medicament alleen in de tumor geactiveerd wordt.[6]

Trialverband[bewerken]

Omdat er voortdurend nieuwe middelen en therapieën bij komen, worden nieuwe strategieën eigenlijk alleen in Europees trialverband toegepast.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties