Celdeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Celdeling is een proces waarbij een cel zich opsplitst in twee of meer andere cellen. Celdeling is meestal een onderdeel van de celcyclus.

Bij eencellige micro-organismen is celdeling gelijk aan voortplanting: er ontstaat een nieuw organisme door. Op grotere schaal kan celdeling ook zorgen voor het voortplanten van meercellige organismen. Zo kunnen planten vaak groeien vanuit afgesneden stukken van een ander plant.

Een menselijk lichaam maakt ongeveer 10.000 triljoen celdelingen mee in zijn/haar leven.[1]

Varianten[bewerken]

Drie typen celdeling

Organismen worden geclassificeerd in twee categorieën: prokaryoten zonder organellen en eukaryoten met celkern en andere organellen.

  • Bij prokaryoten komt een type celdeling voor: binaire deling (Engels: 'binary fission'). Deze is niet gelijk aan mitose bij eukaryoten (de verschillende fasen ontbreken evenals de kernspoel).
  • Eukaryoten kennen twee type celdelingen:
    • Mitose: hierbij zijn de nieuwe cellen die ontstaan gelijk aan de oude cel, en in staat om zich weer verder te delen.
    • Meiose: hierbij wordt een cel tijdens de deling permanent veranderd in haploïde cellen.

Er bestaat een grote variatie in levenscycli bij eukaryoten, met daarin verschillen in het moment waarop de meiose optreedt, de vorming van gameten plaatsvindt en het moment van de bevruchting. Voorbeelden hiervan zijn bij de planten, waar de meiose leidt tot de vorming van de (meio-)sporen en afgeleiden, en in het dierenrijk, waar door meiose de gameten ontstaan, die zich niet meer kunnen delen tot de bevruchting.

Degradatie[bewerken]

Meercellige organismen gebruiken celdeling vooral om afgestorven of beschadigde cellen te vervangen. Bij sommige organismen houdt de celdeling na een tijdje op. Bij mensen is dit ongeveer na 52 delingen. Dit wordt ook wel de Hayflick limiet genoemd. Dit is ten gevolge van de afwezigheid van het enzym telomerase. In een cel wordt van de telomeer-sequenties, op het eindstuk van een chromosoom, bij elke deling een stukje afgebroken. Wanneer er uiteindelijk niets meer van de telomeren over is, gaat de cel in delingsrust of apoptose. Wanneer de telomeren volledig afgebroken zijn, zou immers bij elke volgende celdeling een stukje cruciaal DNA afgebroken worden. Stamcellen beschikken over het enzym telomerase. Deze is in staat na elke deling het verloren stukje telomeer te regenereren. Door deze regeneratie is een stamcel in staat oneindig te delen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Quammen, David (April 2008). Contagious cancer: The evolution of a killer. Harper's 316 (1895): 42 ..