Vruchtbaarheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Vruchtbaarheid of fertiliteit is het vermogen van een organisme om zich voort te planten. Hoewel alle organismen in potentie in staat zijn zich voort te planten met een snelheid die minstens gelijk is aan de snelheid waarmee individuen van de soort te gronde gaan (anders waren ze al uitgestorven) verschilt het aantal mogelijke nakomelingen per cyclus en de daarvoor benodigde generatietijd enorm. Bacteriën kunnen zich onder gunstige omstandigheden elke 20 minuten delen, en dus hun aantal verdubbelen. Grote zoogdieren zoals walvissen, olifanten en de mens hebben voor een populatieverdubbeling tien tot 20 jaar nodig.

Inhoud

[bewerken] Menselijke vruchtbaarheid

Zie ook: anticonceptie

[bewerken] Vruchtbaarheid van de man

In de man worden vanaf de puberteit in de testes dagelijks vele miljoenen zaadcellen gemaakt. Deze worden in de bijbal opgeslagen voor enkele weken om te rijpen. Daarna worden ze door de zaadleiders van ca. 30cm lang naar boven getransporteerd naar de zaadblaas achter de prostaat. Daar worden ze opgeslagen totdat er bij een ejaculatie van sperma behoefte aan is. Het transport van de bijbal naar de zaadblaas vindt 24 uur per dag plaats, en dus niet alleen maar gedurende een ejaculatie. Slechts een gedeelte van de zaadcellen (verschillende getallen van 30-50% worden genoemd) komen tot een complete rijping en worden naar de zaadblaas getransporteerd; de rest wordt lokaal afgebroken en door het weefsel opgenomen.

Zaadcellen kunnen maar enkele weken worden opgeslagen. Wordt er in die tijd geen seksuele activiteit ondernomen die tot een ejaculatie leidt, dan volgt er een ejaculatie zonder seksuele activiteit gedurende de nacht. Onder pubers is dit bekend als de natte droom.

De vruchtbaarheid van de man hangt samen met de hoeveelheid zaadcellen die zich in het spermavocht bevindt, en met de activiteit van deze zaadcellen (of ze beweeglijk zijn of niet). Samen wordt dit vaak gevat onder de term kwaliteit van het sperma. Zelfs bij een zeer vruchtbare man zijn lang niet alle zaadcellen beweeglijk genoeg om een bevruchting tot stand te brengen. Er zijn de laatste decennia onderzoeken gedaan die hebben aangetoond dat de kwaliteit van het sperma van de gemiddelde man naar beneden gaat. Het is niet precies duidelijk of dit inderdaad een reële waarneming is en waar dit door komt, maar er wordt vermoed dat door de mens gemaakte chemische stoffen in het milieu (sommige van die stoffen lijken in hun structuur op vrouwelijke hormonen) verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor deze afgenomen vruchtbaarheid. Een van die stoffen is nonylfenol, een stof in verven, pesticiden, schoonmaakmiddelen en die vrijkomt bij de productie van papier en textiel. Ook natuurlijke substanties hebben gelijkaardige werking, zoals genisteïne uit soja en andere groenten, en 8-prenylnaringenine uit hop.

De vruchtbaarheid van het zaad heeft niets te maken met impotentie.

[bewerken] Vruchtbaarheid van de vrouw

De vrouwelijke geslachtscellen, de eicellen, zijn in aanleg allemaal al klaar voordat de vrouw wordt geboren. Vanaf de puberteit wordt er één maal per menstruatiecyclus één eicel klaargestoomd voor een mogelijke bevruchting. Hierbij spelen hormonen een rol die ook zorgen dat op het moment dat de eicel rijp is, ook de baarmoeder bereid is om de zygote te ontvangen.

Mocht er geen bevruchting volgen, dan wordt alles wat als voorbereiding is opgebouwd weer afgebroken. Dit resulteert in de menstruatie.

De vruchtbaarheid van de vrouw hangt samen met deze hele cyclus van gemiddeld 25 tot 35 dagen. Alleen wanneer de eicel bijna klaar is is de vrouw vruchtbaar.

[bewerken] Fertiliteitsonderzoek

Een arts kan een orienterend fertiliteitsonderzoek aanvragen wanneer er geen zwangerschap is ontstaan binnen één jaar onbeschermd seksueel contact. Deze verminderde vruchtbaarheid wordt ook wel subfertiliteit genoemd. Het is een basisonderzoek dat uit verschillende onderdelen bestaat met als doel het opsporen van stoornissen die het ontstaan van een zwangerschap in de weg kunnen staan. Na afnemen van de anamnese zullen zowel karakteristieken van de man als van de vrouw worden onderzocht. Bij de man worden de eigenschappen van het sperma onderzocht middels een semenonderzoek. Bij de vrouw wordt gekeken naar de aanwezigheid van een eisprong door op vaste dagen in de cyclus bloed af te nemen en naar de eigenschappen van het slijm van de baarmoederhals en de doorgankelijkheid van de eileiders.

[bewerken] Semenanalyse

Semenanalyse en opwerking van het semen voor Intra-Uteriene Inseminatie (IUI) vindt plaats in een klinisch chemisch laboratorium onder strikte regels en kwaliteitseisen. Het semen wordt onderzocht op basis van criteria die door de WHO zijn vastgelegd.

  • volume
  • pH
  • viscositeit
  • motiliteit / beweeglijkheid
  • concentratie
  • morfologie
  • vitaliteit
  • antistoffen gericht tegen spermatozoa
  • motiliteitsindex

Bij afwijkende uitslagen kan een vervolgonderzoek worden ingezet wat bestaat uit een post coitus test of een SPM test. Bij de PCM test wordt de ochtend na de coitus bij de vrouw baarmoederslijmvlies afgenomen om te bepalen of zaadcellen in staat zijn het slijmvlies van de vrouw binnen te dringen en te overleven. Een vergelijkbare test maar dan in het laboratorium uitgevoerd is de SPM test waarbij in het laboratorium wordt nagegaan wat de wat de afstand is die zaadcellen na een half uur en na 2 uur hebben afgelegd na toevoeging aan slijmvlies van de vrouw.

[bewerken] Oorzaken subfertiliteit

Bij ongeveer 3 op de 10 paren ligt de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap bij de vrouw, bij 3 op de 10 bij de man, en bij weer 3 op de 10 bij beiden. Bij 1 op de 10 paren wordt uiteindelijk geen oorzaak gevonden. De leeftijd van de vrouw is een zeer belangrijke factor bij het wel of niet zwanger raken.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken