Onvruchtbaarheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Infertiliteit
Coderingen
ICD-10 N46, N97.0
ICD-9 606, 628
DiseasesDB 21627
MedlinePlus 001191
eMedicine med/3535med/1167
MeSH D007246
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Onvruchtbaarheid is de naam van het verschijnsel waardoor een mens, dier of plant zich niet voort kan planten. Meestal gebeurt dit tijdens het leven, maar onvruchtbaarheid kan ook optreden voor of bij de geboorte.

Onvruchtbaarheid houdt in dat een organisme zich niet op een natuurlijke manier kan reproduceren. Met vruchtbaarheidsbehandelingen kan men proberen onvruchtbaarheid te bestrijden.

De wetenschappelijke term voor 'onvruchtbaarheid' is infertiliteit.

In de landbouw wordt het begrip gebruikt voor grond die niet of nauwelijks geschikt is voor beplanting.

Onvruchtbaarheid bij de mens[bewerken]

Hoewel de definitie van onvruchtbaarheid dus heel ruim ligt, gaat de rest van dit artikel in op onvruchtbaarheid bij de mens.

Definitie[bewerken]

De definitie van onvruchtbaarheid of infertiliteit wijst op het onvermogen tot voortplanting. In dit artikel is deze definitie enkel van toepassing op mensen en dieren.

Infertiliteit[bewerken]

Er is sprake van infertiliteit als onomstotelijk is vastgesteld dat bij een (echt)paar één of beide partners niet in staat is om nakomelingen te krijgen. Zolang dat niet is vastgesteld wordt gesproken van subfertiliteit (verminderde vruchtbaarheid).

In Nederland wordt de diagnose 'subfertiliteit' vastgesteld[1] als bij een (echt)paar:

  • de vrouw na 12 maanden van onbeschermde seks niet zwanger is
  • de vrouw niet in staat is een zwangerschap te voldragen (bijvoorbeeld door herhaalde miskramen).

Deze leeftijdsgrens wordt gehanteerd om te voorkomen dat een vrouw tegen het einde van haar vruchtbare leeftijd door haar huisarts of gynaecoloog voor een jaar naar huis wordt gestuurd, om daarna vast te stellen dat de vruchtbare leeftijd wellicht al voorbij is. [bron?] In Nederland wordt echter helaas vrij strikt de grens van één jaar gehanteerd, wat tot gevolg heeft dat veel vrouwen te laat aan een behandeling beginnen en daarmee hun kansen op zwangerschap enorm verminderen.[bron?]

Primaire versus secundaire subfertiliteit[bewerken]

Van 'primaire subfertiliteit' spreekt men als iemand verminderd vruchtbaar is en nog geen kind heeft mogen krijgen. 'Secundaire subfertiliteit' is verminderde vruchtbaarheid waarbij iemand al wel eerder één of meer kinderen heeft gekregen, of al eerder bewezen zwanger is geweest. Er is pas sprake van infertiliteit op het moment dat onomstotelijk vast staat dat één van de leden van een (subfertiel) paar niet in staat is om kinderen te krijgen.

Oorzaken[bewerken]

Een mens kan onvruchtbaar zijn door verschillende redenen. In naar schatting 30 procent van de gevallen ligt de oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen bij de man ('andrologische factor'), in 30 procent van de gevallen bij de vrouw, en in 30 procent van de gevallen bij beiden. In 10 procent van de gevallen wordt de oorzaak nooit duidelijk. In het laatste geval spreken de medici van 'idiopathische subfertiliteit', ofwel onbegrepen onvruchtbaarheid.

Ongunstige leefstijlfactoren[bewerken]

  • Cafeïne. Uit een onderzoek bleek dat het nemen van vier kopjes koffie per dag de vruchtbaarheid van de vrouw kan verminderen. Vrouwen die meer dan vier kopjes koffie, thee of andere drankjes met cafeïne (meer dan 300 mg cafeïne) dronken, hadden 26 procent minder kans op een zwangerschap. [2] Cafeïne verslapt de spieren in de eileiders die de eicellen via knijpbewegingen door de eileiders voortduwen.[3] Bij mannen heeft het gebruik van cafeïne geen nadelige effecten op de vruchtbaarheid[4].
  • Alcohol en roken. Alcohol heeft bij mannen een negatieve invloed op de spermakwaliteit. Alcoholgebruik tijdens de zwangerschap kan ernstige consequenties hebben voor het ongeboren kind en kan leiden tot miskraam of aangeboren afwijkingen. Bij de vrouw kan het drinken van drie of meer alcoholische drankjes per week de kans op zwangerschap met een kwart verminderen[2]. Het roken van meer dan één sigaret per dag vermindert de kans op zwangerschap met meer dan een derde.
  • Medicatie en drugs kunnen negatieve effecten hebben, zoals verminderde zaadcelaanmaak, een geremde eisprong en zeer ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind. Chemotherapie of salazopyrine kunnen het zaad ernstig verzwakken.
  • Koorts van meer dan 38°C heeft bij de man meestal een slechte invloed op de spermakwaliteit. Dit effect kan doorwerken tot drie maanden na de koortsperiode.
  • Onder- en overgewicht bij de vrouw. Ondergewicht gaat vaak samen met een verstoorde menstruatiecyclus, doordat de eisprong geremd wordt. Overgewicht verlaagt ook de kans op zwangerschap[5]. Het gaat vaak samen met een onregelmatige menstruatiecyclus, omdat de rijping van eiblaasjes en de eisprong verstoord worden. Ook als de menstruatiecyclus wel normaal is kan overgewicht leiden tot verstoorde vruchtbaarheid. Ook leidt overgewicht tot een verhoogde kans op een miskraam, op complicaties tijdens de zwangerschap zoals zwangerschapsdiabetes, op hoge bloeddruk en op zwangerschapsvergiftiging. Sommige klinieken beginnen geen vruchtbaarheidsbehandeling als de BMI van de vrouw hoger is dan 35. Er zijn zelfs behandelcentra die een behandeling weigeren bij een BMI van 32 of hoger, of zelfs 30 of hoger. Echter uit Schots onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht evenveel kans hebben op een baby via IVF als vrouwen met een normaal gewicht; zie [6].
  • Soa's. Door sommige soa's kunnen eileiders en zaadleiders verstopt of verkleefd raken. Vooral na een doorgemaakte Chlamydia-infectie is er een groot risico dat de eileiders verstopt zijn.
  • Sport en stress. Overmatig sporten en hoge stress kan negatief uitwerken op de vruchtbaarheid.
  • Werken met schadelijke stoffen of straling, bijvoorbeeld industriële chemicaliën, lood, verf en bestrijdingsmiddelen. Bij de man kunnen de zaadcellen beschadigd raken, wat de kans kan vergroten op aangeboren afwijkingen bij het kind. Bij de vrouw kunnen de eicellen beschadigd raken. Dit kan de kans vergroten op aangeboren afwijkingen, met name rond de bevruchting en in de weken erna. Zie ook [7].
  • Continue verstoring van het dag- en nachtritme (ploegendiensten).
  • Langdurige deelname aan het verkeer (internationale vrachtwagenchauffeurs bijvoorbeeld), waardoor het scrotum niet op de juiste temperatuur kan worden gehouden.

Onvruchtbaarheid bij de man[bewerken]

Bij de man wordt onvruchtbaarheid veroorzaakt door een tekort zijn aan goed gevormde zaadcellen in het sperma. Mogelijk zijn er te weinig zaadcellen (oligozoöspermie) of het sperma bevat helemaal geen zaadcellen (azoöspermie). Ook als er wel voldoende zaadcellen zijn, kan het zijn dat de kwaliteit van de zaadcellen te laag is. Een te lage kwaliteit kan liggen aan een verminderde beweeglijkheid van de zaadcellen (asthenozoöspermie), maar het kan ook zijn dat er te veel zaadcellen zijn met abnormale vorm (teratozoöspermie).

Onderliggende oorzaken van mannelijke onvruchtbaarheid kunnen zijn:

  • Stoornissen in de aanmaak van zaadcellen, bijvoorbeeld door het volledig ontbreken van de teelballen.
  • Stoornissen in de lozing van zaadcellen, door gehele of gedeeltelijke afsluiting van de zaadleiders, bijvoorbeeld door sterilisatie.
  • Seksuele problemen.

Om vast te stellen of een man verminderd vruchtbaar is wordt meestal een semenanalyse gedaan. De semenanalyse is echter een van de slechtst gevalideerde testen in de gehele geneeskunde. Als men hetzelfde monster in verschillende laboratoria laat onderzoeken kan men geheel verschillende uitslagen krijgen. Bovendien is de relatie tussen vruchtbaarheid en de uitkomst van de analyse vaak moeilijk te leggen. Dikwijls is een man verminderd vruchtbaar zonder het zelf te weten, bijvoorbeeld omdat de vrouw bijzonder vruchtbaar is.

Onvruchtbaarheid bij de vrouw[bewerken]

Een vrouw kan onvruchtbaar zijn door een impermeabel celmembraan bij de eicel of omdat er helemaal geen eicellen geproduceerd worden. De eierstokken kunnen ook helemaal ontbreken.

Bij een fertiliteitsprobleem kunnen de volgende vrouwelijke factoren een rol spelen:

  • Stoornissen in de menstruele cyclus, dan wel anovulatie. Deze worden meestal veroorzaakt door een probleem in de hormoonhuishouding, bijvoorbeeld een te hoog prolactinegehalte (borstvoedingshormoon), een te hoge FSH-spiegel (zie ook bij vervroegde overgang), of een schildklierafwijking.
  • PCO-syndroom. Hierdoor is de rijping van eiblaasjes verstoord. Ook blijft de eisprong vaak uit waardoor er nauwelijks of geen menstruatie optreedt.
  • Vervroegde overgang, ook wel aangeduid als premature menopauze of prematuur ovarieel falen (POF).
  • Verminderde eicelvoorraad (ovariële reserve) of eicelkwaliteit. Vanaf 35 jaar begint de vruchtbaarheid bij de vrouw sterk af te nemen. De eierstokken verouderen, en het aantal en de kwaliteit van de eicellen loopt terug. Veelal is onbegrepen onvruchtbaarheid terug te voeren op een verminderde kwaliteit van de eicellen. De kwaliteit van de eicellen kan tot op zekere hoogte worden vastgesteld door het uitvoeren van een poollichaamonderzoek.
  • Afwijkingen in de eileiders (tubapathologie). De eileiders kunnen afgesloten zijn door sterilisatie, door verklevingen of door vergroeiing.
  • Woekeringen van het baarmoederslijmvlies (endometriose).
  • Afwijkingen aan de baarmoeder zoals vleesbomen (myomen) of verklevingen (intra-uteriene synechie). Er vindt geen menstruatie meer plaats (amenorroe) en innesteling van een bevruchte eicel is vrijwel niet meer mogelijk. Vrouwen die een curettage hebben ondergaan, bij een miskraam, een abortus of een bevalling, kunnen daar in zeldzame gevallen het syndroom van Asherman aan overgehouden hebben.
  • Problemen met het baarmoederhalsslijm (cervixfactor). Soms kunnen zaadcellen niet door het baarmoederhalsslijm bewegen, waardoor ze de eicel niet bereiken. Dit probleem kan worden veroorzaakt door vijandig baarmoederhalsslijm (cervical hostility). Hierdoor is het baarmoederhalsslijm niet of slecht doordringbaar, bijvoorbeeld doordat er te weinig baarmoederhalsslijm is, of doordat de zuurgraad (pH) ervan te laag is.
  • DES-dochters: tijdens de zwangerschap ontstonden soms afwijkingen bij de foetus, waardoor de vruchtbaarheid van deze zogeheten DES-dochters in zeldzame gevallen verminderd is. Omdat DES na 1977 niet meer is voorgeschreven is dit probleem langzaam aan het verdwijnen.
  • Herhaalde miskramen (habituéle abortus)[8]. Meestal speelt hierbij een chromosoomafwijking die bij de bevruchting ontstaat een rol. Het embryo in aanleg is niet goed, groeit niet verder en wordt afgestoten. Een miskraam kan ook veroorzaakt worden door een probleem met de bloedstolling, waardoor de bloedtoevoer naar de (innestelende) foetus wordt belemmerd en de foetus afsterft. Een andere oorzaak hiervoor kan een auto-immuunafwijking zijn; hierdoor worden stoffen, die voor de zwangerschap noodzakelijk zijn, of de foetus zelf door het immuunsysteem van de vrouw aangevallen en afgebroken. Zie ook [9].
  • Seksuele problemen.
  • Onbegrepen onvruchtbaarheid (idiopatische subfertiliteit).

Onvruchtbaarheid bij wisselwerking tussen man en vrouw[bewerken]

  • Verstoorde wisselwerking tussen zaadcellen en cervixslijm. Bij de man kunnen de zaadcellen antistoffen bevatten, waardoor ze samenklonteren in het cervixslijm. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen na een sterilisatie, infectie of trauma. Ook bij de vrouw kan een immunologische stoornis aanwezig zijn waardoor de zaadcellen door het immuunsysteem worden aangevallen. Een verstoorde wisselwerking tussen de zaadcellen en het cervixslijm komt meestal aan het licht bij een samenlevingstest. In het cervixslijm worden dan geen beweeglijke zaadcellen gevonden. Deze test is echter niet altijd betrouwbaar. De uitslag kan veroorzaakt zijn door een voorbijgaand probleem, bijvoorbeeld een tijdelijk verminderde spermakwaliteit.

Diagnose[bewerken]

Basaal Vruchtbaarheidsonderzoek[bewerken]

Een (echt)paar dat te maken heeft met uitblijvende zwangerschap zal zich eerst moeten wenden tot de huisarts. Deze voert een basaal vruchtbaarheidsonderzoek uit. Hierbij wordt gecontroleerd of er geen sprake is van een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Ook worden een aantal vragen gesteld waaruit moet blijken of er vroeger misschien infecties of ongelukken zijn gebeurd, of dat er vruchtbaarheidsproblemen in de familie voorkomen. Bij de man wordt vaak een semenanalyse gedaan.

Oriënterend Fertiliteitsonderzoek[bewerken]

Na het bezoek aan de huisarts volgt vaak een doorverwijzing naar een specialist, dit is meestal een gynaecoloog die al dan niet gespecialiseerd is in fertiliteit: een fertiliteitsarts. Deze voert een oriënterend fertiliteitsonderzoek[1] (afgekort: OFO) uit.

  • Bij de intake (anamnese) worden gegevens zoals leeftijd, duur van de kinderwens en factoren in de familie doorgenomen
  • Er wordt gekeken naar de levensstijl: roken, drugs en alcoholgebruik hebben een negatief effect op de vruchtbaarheid
  • Bij de man wordt een zaadonderzoek gedaan.
  • Bij de vrouw wordt een vaginale echo gedaan om de eierstokken en baarmoeder in beeld te brengen.
  • Lichamelijk onderzoek: gewicht (BMI), gynaecologisch onderzoek en andrologisch onderzoek
  • Bijhouden van de menstruatiecyclus en waarnemen van de eisprong.
  • Er wordt bloedonderzoek gedaan om verschillende hormoonspiegels te bepalen.

Verdergaande diagnoses[bewerken]

  • Pré-implantatie Genetische Diagnostiek (PGD). Dit onderzoek vindt meestal plaats wanneer bekend is dat één of beide ouders een erfelijke aandoening heeft die zij niet willen doorgeven aan het kind. Bij een PGD wordt één cel van het embryo afgehaald (biopsie); van deze cel wordt het DNA aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Zie ook [10].
  • Poollichaamdiagnostiek (PLD). Bij dit onderzoek wordt gekeken of en in hoeverre het DNA-materiaal van de eicellen beschadigd is. Het onderzoek gebeurt meestal als onderdeel van een IVF of ICSI behandeling. Het onderzoek is destructief; om geen eicellen op te offeren vindt de analyse niet plaats op de eicel zelf, maar op één of beide poollichamen. Hierbij gaat het poollichaam verloren; de eicel zelf blijft onbeschadigd en kan gebruikt worden. Meer informatie is o.a. te vinden op [11].

Behandeling[bewerken]

Als er bij de diagnose een duidelijke oorzaak wordt gevonden, wordt eerst geprobeerd deze oorzaak weg te nemen.

Daarnaast zijn de volgende behandelingen gebruikelijk:

Frequentie[bewerken]

Ongeveer 20% van de Nederlandse paren bezoekt op enig moment in hun leven een huisarts met de klacht geen kinderen (meer) te kunnen krijgen. Circa 15% wordt doorverwezen naar een specialist. Van degenen die een specialist bezoeken blijkt twee derde (dat wil zeggen 10% van het totaal) te voldoen aan de bovenstaande definitie voor subfertiliteit.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. a b NVOG (2004) "Oriënterend Fertiliteitsonderzoek", NVOG Richtlijnen, Definities. Geraadpleegd op 22 januari 2010.
  2. a b GoedGevoel.be (8 juli 2008) "4 kopjes koffie per dag schaden vruchtbaarheid vrouw". Geraadpleegd op 4 februari 2010.
  3. Koffie zorgt voor trage eileiders | ScienceFlash 25 mei 2011
  4. (en) Rachel Gurevich (2 oktober 2009) "Caffeine and Fertility - Does Caffeine Affect Fertility?", About.com Guide. Geraadpleegd op 4 februari 2010.
  5. Kinderwensspreekuur "Subfertiliteit bij vrouwen met overgewicht"
  6. (en) BBC News (21 december 2008) "IVF weight limit 'not justified'". Geraadpleegd op 4 februari 2010.
  7. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid "Giftige stoffen voor de voortplanting: informatie voor werkgevers". Geraadpleegd op 4 februari 2010.
  8. Freya (november 1999) "Herhaalde miskramen (habituele abortus): mogelijke oorzaken"
  9. NVOG (8 juni 2007) "Herhaalde Miskraam, Versie 2.0", NVOG-richtlijnen. Geraadpleegd op 25 januari 2010.
  10. Freya (maart 2000) "Pré-implantatie Genetische Diagnostiek". Geraadpleegd op 4 februari 2010.
  11. IVF centrum Düsseldorf (2007) "Patiënteninformatie Poollichaamonderzoek". Geraadpleegd op 4 februari 2010.