Embryo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Menselijk embryo, 4 weken na de bevruchting (6 weken zwangerschap)
Menselijk embryo, 8 weken na de bevruchtting (10 weken zwangerschap)

Een embryo (van het Grieks embruon = ongeboren vrucht) is een dier of een plant in de vroegste stadia van de ontwikkeling. De groei van het embryo wordt door de embryologie, een onderdeel van de ontwikkelingsbiologie, bestudeerd.

Het embryonaal stadium kenmerkt zich door een snelle groei en differentiatie van de lichaamscellen. Hierbij ontstaan alle belangrijke orgaanstelsels.

Inhoud

[bewerken] Embryo bij planten

Van zodra de bevruchte eicel zich gaat delen, spreekt men bij lagere en hogere planten van embryo of kiem.

In zaadplanten is het embryo naast de voedselreserve een onderdeel van het zaad.

[bewerken] Embryo van een dier

Het embryo van een dier wordt ook vrucht of kiem genoemd. Bij gewervelde dieren spreekt men over het embryo in de stadia tussen de eerste celdeling van de zygote tot aan de geboorte of uit het ei kruipen. De granula is een van de vroegste stadia van een embryo.

Het embryo van ongewervelden wordt normaal gesproken larve genoemd.

[bewerken] Embryo van de mens

Het embryo van de mens wordt ook vrucht genoemd. Een embryo wordt meestal foetus genoemd in de meer gevorderde ontwikkelingsstadia tot aan de geboorte, maar soms wordt de term embryo ook gebruikt vanaf de conceptie tot aan de geboorte. Bij de mens wordt de grens tussen embryonale en foetale fase meestal arbritrair op zes à acht weken na de bevruchting geplaatst (8 tot 10 weken zwangerschap)[bron?].

De Belgische embryowet van 11 mei 2003 definieert een menselijk embryo als "een cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens". Deze definitie wordt echter gecontesteerd[1] omdat ze niet nader preciseert op welk ogenblik of ten gevolge van welk proces de cellengroep een mens zou worden.

[bewerken] Bio-ethische kwesties in verband met het menselijk embryo

Verschillende controversiële biomedische praktijken zoals in-vitrofertilisatie (IVF), intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI), pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD), het gebruik van interceptie- en contraconceptiemiddelen, de opzettelijke vernietiging van embryo’s, embryoreductie en het invriezen van embryo’s roepen ethische vragen op. Hierbij zijn de bio-ethici globaal gezien te verdelen in twee categorieën: enerzijds diegenen die een geleidelijke beschermwaardigheid van het embryo voorstaan en anderzijds ethici die het embryo beschermwaardig achten vanaf de conceptie.

[bewerken] Zie ook


Referenties
  1. Wat abortus (met) een mens doet ... Recht op eerlijke voorlichting rond abortus provocatus, Dr. G.J.M. van den Aardweg
RomanW-01.png
Persoonlijke instellingen