Placenta
De placenta of moederkoek is het orgaan dat bij zoogdieren tijdens de zwangerschap aangemaakt wordt door het embryo in de baarmoeder.
De placenta vormt een scheiding tussen de bloedsomloop van de moeder en de bloedsomloop van het embryo. Voedingsstoffen gaan van de moeder naar het embryo via de placenta. Afvalstoffen gaan dezelfde weg terug. Ook worden hormonen en antistoffen via de placenta uitgewisseld. Er is echter geen direct contact tussen de twee bloedsomlopen van moeder en kind. Als dat wel zo zou zijn en de bloedgroep van de moeder verschilt met die van het kind, zou dit fatale gevolgen kunnen hebben.
Na de geboorte van het jonge dier (of de baby) wordt de placenta in de vorm van een nageboorte geboren.
Monotremata en buideldieren hebben geen placenta.
Inhoud |
[bewerken] Anatomie
De placenta is via de navelstreng (umbilicus) verbonden met de foetus en bestaat uit twee verweven delen:
- de embryonale weefsels die uit de ingenestelde zygote ontstaat
- de decidua: de maternale weefsels die uit de uteruswand uitgroeien
[bewerken] Functie
[bewerken] Filtratie en doorgave van stoffen
Voedingsstoffen, zuurstof, antilichamen en hormonen uit het bloed van de moeder worden doorgegeven naar de vrucht. (Bij veel diersoorten worden echter geen antilichamen doorgegeven, wat het geven van de eerste moedermelk (biest) des te belangrijker maakt.) De placentabarrière filtert potentieel schadelijke stoffen. Sommige stoffen zoals ethanol (alcoholische dranken), sigarettenbestanddelen of virussen worden niet tegengehouden en kunnen, afhankelijk van het tijdstip in de zwangerschap, de vrucht blijvend beschadigen; dit wordt teratogeniciteit genoemd. Zo is o.a. bekend[bron?] dat roken de hartslag van het kind verhoogt en dat het HCV-virus (Humaan Cytomegalo-Virus) schadelijk kan zijn.
[bewerken] Metabole en endocriene werking
Naast andere hormonen, wordt progesteron geproduceerd, wat cruciaal is voor de instandhouding van de zwangerschap. De productie van progesteron vindt eerst in het geel lichaam corpus luteum plaats, maar wordt later overgenomen door de placenta. Bij dieren zit er echter veel variatie op. Andere hormonen als somatomammotropine (=placentaal lactogeen), oestrogeen; relaxine en HCG veroorzaken een verhoogde bloedsuikerspiegel zodat een verhoogde overdracht aan voedingsstoffen naar de foetus kan plaatsvinden.
[bewerken] Nageboorte
Na de geboorte verliest de placenta zijn functie. De doorbloeding stopt zodra de navelstreng afgeklemd of afgesneden wordt (het hart van de vrucht zorgt voor circulatie). Na de geboorte van de foetus komt ook de nageboorte af.
Bij vele diersoorten wordt de placenta opgegeten (placentofagie) omdat deze voedzame stoffen bevat, ook omdat de nageboorte en het vruchtwater evt. roofdieren kunnen wijzen op de aanwezigheid van een jong. Mensen, vooral in de Westerse wereld, gooien hem veelal weg. In sommige culturen wordt de placenta begraven of ook wel opgegeten.[bron?]
[bewerken] Placentatietypes
[bewerken] indeling volgens interactiegraad
Bij de verschillende zoogdiersoorten, kan men verschillende placentatypes onderscheiden, naargelang de graad van interactie tussen de moeder- en vruchtdelen van de placenta.
[bewerken] indeling volgens vorm
- placenta cotyledonaria: Herkauwers hebben vele karunkels (cotyledonen, placentomen) op de placenta ter grootte van een ei.
- placenta zonaria: Carnivoren hebben een gordelvormige interactie.
- placenta discoidalis: Primaten hebben een schijfvormige interactiezone.
- placenta diffusa: Varken, paard
[bewerken] Zie ook
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Placenta op Wikimedia Commons. |