Schildklier
| Schildklier | ||||
| Glandula thyreoidea | ||||
| Orgaan | ||||
![]() |
||||
| 1: schildklier 2: bijschildklier |
||||
|
||||
De schildklier of thyroïde (Latijn:glandula thyreoidea) is een klier die bij alle gewervelde dieren voorkomt. De schildklier vertoont bij alle gewervelde dieren dezelfde structuur en scheidt bij allen dezelfde hormonen af; namelijk trijoodthyronine (T3), thyroxine (T4) en calcitonine.
Inhoud |
Bij de mens [bewerken]
Bij de mens is de schildklier een vlindervormige (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. Hij bestaat uit twee kwabben, opgebouwd uit follikels (blaasjes). Tussen de follikels van de schildklier liggen de parafolliculaire cellen, de zogenaamde C-cellen. De schildklier wordt van bloed voorzien door vier slagaders en is hiermee het meest doorbloede orgaan van het menselijk lichaam.
Hormonen [bewerken]
De schildklier produceert schildklierhormonen uit jodium en tyrosine. Hieruit wordt thyroxine of T4, geproduceerd. Als een joodatoom met behulp van een dejodase in de periferie van T4 wordt afgehaald, ontstaat er T3 (tri-joodthyronine). T3 is actiever dan T4, maar komt in mindere mate voor. Beide hormonen beïnvloeden stofwisselingsprocessen.
Het schildklierhormoon stimuleert de stofwisseling en de groei.
De aanmaak van T4 wordt geregeld door de hypothalamus en de hypofyse: TRH (TSH-releasing hormone) wordt afgescheiden door de hypothalamus. De hypofyse wordt door TRH gestimuleerd om thyroïdstimulerend hormoon (TSH) af te geven. De schildklier wordt door TSH gestimuleerd om T4 te maken. De hypothalamus registreert tevens de concentratie T4 in het bloed. Hoe hoger deze concentratie, des te minder TRH de hypothalamus afscheidt. Hierdoor wordt er dus ook minder TSH en T4 afgescheiden. (Zie ook terugkoppeling.)
De C-cellen tussen de follikels produceren het hormoon calcitonine.
Aandoeningen [bewerken]
De meest voorkomende aandoeningen zijn de te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie of ziekte van Graves) en de te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie), waardoor een teveel respectievelijk een tekort aan schildklierhormoon ontstaat.
Gewervelde dieren [bewerken]
De schildklier ontstaat embryonaal als een uitstulping van de onderwand van de kieuwdarm. De schildklier bevindt zich in het algemeen in de halsstreek, aan de borstzijde van de luchtpijp; bij vissen ligt dit orgaan onder de kieuwkorf, dicht bij de ventrale aorta. Bij vele visgroepen, reptielen en zoogdieren is er één schildklier; bij de meeste amfibieën, hagedisachtigen en vogels is de schildklier gepaard. Bij beenvissen kan de klier gescheiden zijn in een linker- en rechterhelft, die vaak elk 'uiteengevallen' zijn in kleine stukjes.
De grootte van de schildklier staat in een zekere verhouding tot de grootte van de grondstofwisseling, die vooral door het schildklierhormoon thyroxine wordt geregeld. Walvissen en dolfijnen, die aan grote afkoeling blootstaan en veel bewegen, hebben een relatief hoog schildkliergewicht, evenals de mens, bij wie het, afhankelijk van het lichaamsgewicht, varieert van 25 tot 40 g.
Behalve de bij schildklierhormoon beschreven functie (activering van de celstofwisselingsprocessen) worden bij dieren ook andere werkingen aan het schildklierhormoon toegeschreven, zoals die op de gedaanteverwisseling (bij amfibieën), het vervellen (reptielen) en de rui bij vogels. Verder zorgt schildklierhormoon voor de 'rijping' of transformatie van verschillende enzymsystemen van foetaal stadium in volwassen stadium.
Externe links [bewerken]
| Endocrien systeem |
|---|
|
Bijnieren · Epifyse · Hypofyse · Ovaria · Pancreas · Schildklier · Testes · Thymus |
| Organen van het menselijk lichaam |
|---|
|
Alvleesklier · Baarmoeder · Bijnieren · Bijschildklier · Darmen · Eierstokken · Galblaas · Hart · Hersenen · Huid · Hypofyse · Longen · Lever · Maag · Milt · Nier · Prostaatklier · Schildklier · Teelballen · Twaalfvingerige darm · Urineblaas · Wormvormig aanhangsel · Zwezerik |
